Zendantennes: informatie voor lokale besturen

Aflevering conformiteitsattest
Omgevingsvergunning en openbaar onderzoek
Gedeeld sitegebruik
Toezicht en handhaving

Aflevering conformiteitsattest

Het lokaal bestuur ontvangt, na goedkeuring van het antennedossier, tegelijk met de antenne-eigenaar het conformiteitsattest. De personeelsleden die een melding krijgen, zijn diegenen waaraan de lokale IDM-beheerder het recht 'basisrecht milieu' heeft toegekend en bij  'milieuloket gebruiker' vervolgens profiel 'milieuambtenaar' heeft geselecteerd. Om na te vragen wie binnen uw lokaal bestuur de lokale beheerder is kan u bellen naar het gratis nummer 1700. 

Het conformiteitsattest geeft toestemming aan de antenne-eigenaar om de antenne in gebruik te nemen. Antenne-eigenaren kunnen gsm-operatoren, radio-amateurs, tv- of radiostations, ... zijn.

Vast opgestelde zendantennes zijn opgenomen in titel II van VLAREM (Vlaams Reglement over milieuvergunningen) als niet-ingedeelde inrichting. Dat wil zeggen dat er geen vergunning nodig is en ook geen meldingsplicht bij de lokale besturen. Natuurlijk moeten de antennes wel voldoen aan een aantal milieuvoorwaarden. Daarom moet de antenne-eigenaar voor het in werking treden of bij een wijziging van een antenne-installatie een conformiteitsattest aanvragen bij de Vlaamse overheid.

Bij wijzigingen in de omgeving van een vast opgestelde zendantenne die relevant zijn voor de blootstelling aan elektromagnetische golven op verblijfplaatsen (bv. een nieuw gebouw of een nieuwe verkaveling), kan het zijn dat de operator een nieuw attest moet aanvragen. Je kan die wijzigingen ook zelf melden via gezondheid.omgeving@vlaanderen.be.

toelichting aanvraag conformiteitsattest

Omgevingsvergunning en openbaar onderzoek

Voor de constructie van vast opgestelde zendantennes moet in principe een omgevingsvergunning  aangevraagd worden bij de Vlaamse overheid. Volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn er uitzonderingen waardoor de plaatsing van antennes in heel wat gevallen zonder omgevingsvergunning kan gebeuren. Dat is meestal het geval bij het plaatsen van antennes op bestaande constructies zoals masten, gebouwen en watertorens. Als er bv. een volledige nieuwe pyloon voor antennes moet gebouwd worden, dan is een vergunning wel nodig. Bij sommige aanvragen voor omgevingsvergunningen is een openbaar onderzoek nodig.

Bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met de invloed op leefmilieu en gezondheid. Daarvoor wordt verwezen naar de normering die opgenomen is in titel II van VLAREM en het conformiteitsattest. Die normering staat los van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Dat betekent dat een antenne-eigenaar wel de omgevingsvergunning en het conformiteitsattest moet hebben om een antenne in gebruik te kunnen nemen, maar dat de volgorde van aanvragen niet vastgelegd is in de wetgeving. De antenne-eigenaar kan dus ofwel eerst het attest of wel eerst de omgevingsvergunning aanvragen. Beide procedures zijn mogelijk.

Gedeeld sitegebruik

Het gedeelde gebruik van antennes wordt geregeld via de artikelen 25 tot en met 28 van de federale wet van 13 juni 2005 over de elektronische communicatie. De wetgeving geeft aan dat de operatoren alles in het werk moeten stellen om antennes op bestaande sites te plaatsen. Een operator die een site in eigendom heeft, staat gedeeld gebruik van de antennesite toe.  De aanvragen voor omgevingsvergunning worden als dat nodig is, aangepast aan dit gedeelde gebruik en gezamenlijk ingediend. Meer op de website van het BIPT (Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie). 

Toezicht en handhaving

Het omgevingshandhavingsbesluit legt op dat het toezicht op de straling van vast opgestelde zendantennes zoals gsm-antennes uitgevoerd wordt door de Afdeling Handhavind. Metingen worden uitgevoerd als technische controles op de naleving van de normering. 

Contacteer ons

Team Omgeving en gezondheid