Wat is het verschil tussen een erfgoed-inbreuk en een erfgoed-misdrijf?

Erfgoed-inbreuken

Erfgoed-inbreuken zijn schendingen van erfgoedregels zonder of met beperkte schade aan de onroerend- of varenderfgoedwaarden, zoals het niet naleven van administratieve voorschriften. Op het terrein worden erfgoedinbreuken door bevoegde toezichthouders vastgesteld in een verslag van vaststelling. De erfgoed-inbreuken staan opgesomd in een limitatieve lijst.

Deze inbreuken werden uit het strafrecht gehaald (gedepenaliseerd). Zij kunnen alleen door de erfgoedinspecteur gesanctioneerd worden met een exclusieve bestuurlijke geldboete die maximum 10.000 euro te vermeerderen met de opdeciemen bedraagt.

Je kan een exclusieve bestuurlijke geldboete krijgen wanneer het vaststaat dat je de overtreder bent van een erfgoedinbreuk vermeld in:

  • artikel 11.2.4 van het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  • * artikel 4, § 3, artikel 5, § 2 en § 3, of artikel 8, § 1 en § 4 van het varenderfgoeddecreet van 29 maart 2002.


Erfgoedmisdrijven

Alle andere erfgoedschendingen, zoals de ernstige vormen van erfgoedcriminaliteit, zijn onroerend- of varenderfgoedmisdrijven die worden vastgesteld in een proces-verbaal. Hiervoor blijft het strafrecht als sanctie-instrument mogelijk, maar dit is niet meer de enige piste.

Het is de procureur des Konings die, na ontvangst van het proces-verbaal waarin een erfgoedmisdrijf wordt vastgesteld, beslist om al dan niet over te gaan tot strafrechtelijke behandeling. Hiertoe beschikt de procureur des Konings over een periode van 180 dagen, eventueel verlengd met een aanvullende periode van maximaal 180 dagen.

Beslist de procureur des Konings tijdig om het erfgoedmisdrijf niet strafrechtelijk te behandelen, dan wordt het dossier overgemaakt aan de erfgoedinspecteur en kan deze voor bepaalde erfgoedmisdrijven een alternatieve bestuurlijke geldboete (met een maximum voorzien van 50.000 euro te vermeerderen met de opdeciemen) opleggen. De beslissing om niet strafrechtelijk te behandelen houdt het verval van de strafvordering in.

Je kan een alternatieve bestuurlijke geldboete krijgen als de volgende twee voorwaarden samen zijn vervuld:

  1. het staat vast dat je de overtreder bent van een erfgoedmisdrijf vermeld in
    * artikel 11.2.2., 1ste lid, 9° of 10° van het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
    * artikel 13/1, §1 van het varenderfgoeddecreet van 29 maart 2002;
  2. het openbaar ministerie beslist (expliciet of stilzwijgend) dat geen strafrechtelijke behandeling wordt gestart.

Beslist het parket om wel strafrechtelijk te behandelen, dan kan dit leiden tot strafrechtelijke geldboeten en/of gevangenisstraffen, tot een minnelijke schikking of tot een seponering. De oplegging van een bestuurlijke geldboete is in dit geval uitgesloten.

Als de procureur des Konings nalaat om tijdig een beslissing te nemen en mee te delen aan de erfgoedinspecteur, dan heeft dit dezelfde gevolgen als een beslissing houdende geen strafrechtelijke behandeling.
 

Contacteer ons

Sanctionering en advisering