Wat als u de regelgeving niet naleeft?

Milieu

Als je de milieuregelgeving niet naleeft, kan dat opgemerkt worden door een toezichthouder (die bevoegd is voor het toezicht op die regelgeving) of door de politie. Ook een burger kan dit signaleren, zodat de bevoegde instantie ter plaatse kan komen om vaststellingen te doen.

Afhankelijk van de aard van de feiten kan je (preventief) een raadgeving ontvangen om een toekomstige schending te voorkomen of (reactief) een aanmaning krijgen om een schending te beëindigen en de gevolgen ongedaan te maken.

Na het vaststellen van een milieu-inbreuk of een milieumisdrijf, kan respectievelijk een verslag van vaststelling of een proces-verbaal worden opgemaakt. Gelijktijdig kan ook een besluit genomen worden om bestuurlijke maatregelen op te leggen gericht op herstel.

Een proces-verbaal kan ten slotte leiden tot een strafrechtelijke sanctie of tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete. Een verslag van vaststelling kan leiden tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete.

Bestuurlijke handhaving

Bestuurlijke handhaving betekent dat een dossier niet strafrechtelijk door gerechtelijke instanties wordt afgehandeld, maar wel bestuurlijk door de overheid behandeld wordt. Bestuurlijke handhaving kan de vorm aannemen van:

Bestuurlijke maatregelen

Een bestuurlijke maatregel is gericht op het herstel van het leefmilieu en kan meerdere vormen aannemen. Ook benadeelde derden kunnen aan de personen bevoegd om bestuurlijke maatregelen op te leggen verzoeken om dat te doen. 

Samen met bestuurlijke maatregelen kan door gewestelijke toezichthouders ook een bestuurlijke dwangsom worden opgelegd voor het geval de bestuurlijke maatregelen niet of niet tijdig worden uitgevoerd. De dwangsom kan opgeëist worden vanaf de dag nadat de bestuurlijke maatregelen moesten zijn uitgevoerd.

Bestuurlijke geldboetes

Een bestuurlijke geldboete is een sanctie waarbij je als overtreder verplicht wordt om een geldsom te betalen. Samen met de bestuurlijke geldboete kan ook een voordeelontneming worden opgelegd. Dat is een bijkomende sanctie waarbij je verplicht wordt om een bedrag te betalen ter waarde van het verkregen vermogensvoordeel.

Strafrechtelijke handhaving

Bij bepaalde ernstige milieumisdrijven kan het parket een minnelijke schikking voorstellen of de overtreder dagvaarden voor de rechtbank, die een gevangenisstraf en/of strafrechtelijke geldboete kan uitspreken.

Ruimtelijke ordening

Als je de regelgeving niet naleeft, kan dat opgemerkt worden door een daartoe bevoegde gemeentelijke of gewestelijke verbalisant of de politie. Ook een burger kan dit signaleren, zodat de bevoegde instantie ter plaatse kan komen om vaststellingen te doen.

Afhankelijk van de aard van de feiten kan je (preventief) een raadgeving ontvangen om een toekomstige schending te voorkomen of (reactief) een aanmaning krijgen om een schending te beëindigen en de gevolgen ongedaan te maken. 

Het doel van handhaving is in de eerste plaats het behoud of herstel van de goede ruimtelijke ordening. Indien dit op een eenvoudige wijze en buiten de gerechtelijke weg om kan gerealiseerd worden, verdient deze aanpak de voorkeur.  

Raadgeving

Wanneer wordt vastgesteld dat een inbreuk of misdrijf dreigt gepleegd te worden, kan een raadgeving worden gegeven. De raadgeving is zuiver preventief omdat er immers nog geen schending is. 

Aanmaning

Als er reeds een inbreuk of misdrijf werd gepleegd, worden de overtreders en alle andere betrokkenen aangemaand om de schending ongedaan te maken. Bij voorkeur gebeurt de aanmaning schriftelijk. De aanmaning wordt opgenomen in het vergunningenregister. Indien de aanmaning zonder gevolg blijft, zal er een proces-verbaal (bouwmisdrijf) of verslag van vaststelling (bouwinbreuk) worden opgesteld. 

Stakingsbevel

In bepaalde gevallen volstaat de aanmaning niet om de goed ruimtelijke ordening te beschermen of dreigt er grotere schade. Op dat ogenblik kan een stakingsbevel worden gegeven. De verbalisant kan echter slechts de staking bevelen van bouwschendingen die betrekking hebben op de vergunningsplicht. Het doorbreken van het stakingsbevel is een apart misdrijf en kan bovendien gesanctioneerd worden met een bestuurlijke geldboete. De opheffing van het stakingsbevel kan gevorderd worden bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. 

Na het vaststellen van een bouw-inbreuk of een bouwmisdrijf, kan respectievelijk een verslag van vaststelling of een proces-verbaal worden opgemaakt. Gelijktijdig kan ook een besluit genomen worden om bestuurlijke maatregelen op te leggen gericht op herstel.
Een proces-verbaal kan ten slotte leiden tot een strafrechtelijke sanctie of tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete. Een verslag van vaststelling kan leiden tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete.

Bestuurlijke handhaving

Bestuurlijke handhaving betekent dat een dossier niet strafrechtelijk door gerechtelijke instanties wordt afgehandeld, maar wel bestuurlijk door de overheid wordt behandeld. Bestuurlijke handhaving kan de vorm aannemen van:

Bestuurlijke maatregelen

Een bestuurlijke maatregel is gericht op het herstel van de goede ruimtelijke ordening en kan meerdere vormen aannemen. De maatregel kan door zowel de burgemeester als de stedenbouwkundig inspecteur worden genomen. 

Bestuursdwang

De burgemeester of stedenbouwkundig inspecteur beveelt het herstel binnen een bepaalde termijn. Indien hier geen gevolg wordt aan gegeven, zal de overheid het herstel zelf uitvoeren. Het bevolen herstel kan bestaan uit (een combinatie van):

  • het betalen van een meerwaarde
  • het uitvoeren van aanpassingswerken
  • het herstel in de oorspronkelijke toestand

Vooraf wordt de overtreder gehoord en kan hij een verweer voeren. Het besluit waarmee de bestuursdwang wordt opgelegd wordt aan de overtreders(s) en alle zakelijke rechthebbenden betekend. Als er geen gevolg wordt gegeven aan het bevel wordt er een deurwaarder aangesteld die tot de uitvoering ervan zal overgaan. 
De overtreder kan binnen de 30 dagen na de betekening van het besluit beroep aantekenen bij de minister van omgeving, die de Vlaamse regering vertegenwoordigd. Het beroep schorst de maatregel. Binnen een termijn van 90 dagen (eenmalig verlengbaar) neemt de minister een besluit. Bij gebrek aan een tijdige beslissing vervalt de bestuurlijke maatregel

Last onder dwangsom

De burgemeester of stedenbouwkundig inspecteur beveelt het herstel binnen een bepaalde termijn. Indien hier geen gevolg wordt aan gegeven, zal er een dwangsom betaald moeten worden. Het bevolen herstel kan bestaan uit:

  • het uitvoeren van aanpassingswerken (+ betalen van een meerwaarde)
  • het herstel in de oorspronkelijke toestand (+ betalen van een meerwaarde)

Vooraf wordt de overtreder gehoord en kan hij een verweer voeren. Het besluit waarmee de bestuursdwang wordt opgelegd wordt aan de overtreders(s) en alle zakelijke rechthebbenden betekend. Als er geen gevolg wordt gegeven aan het bevel is er per dag of per overtreding een dwangsom verschuldigd. 

Bestuurlijke geldboetes

Een bestuurlijke geldboete is een sanctie waarbij je als overtreder verplicht wordt om een geldsom te betalen. 

Strafrechtelijke handhaving

In het geval van een bouwmisdrijf kan het parket al dan niet op eigen initiatief de overtreder dagvaarden voor de rechtbank, die een gevangenisstraf en/of strafrechtelijke geldboete kan uitspreken. De stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester kunnen de overtreder eveneens door het parket laten dagvaarden nadat er een positief advies werd verleend door de Hoge Raad voor het Handhavingsuitvoering. De rechter kan bovendien ook ambtshalve een herstel bevelen.             

Om de goede ruimtelijke ordening te handhaven kunnen de procureur des Konings, de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester herstelmaatregelen vorderen bij de rechter, die ook ambtshalve het herstel kan bevelen. Zowel bouwinbreuken als bouwmisdrijven komen hiervoor in aanmerking. Het herstel wordt bevolen door de correctionele of burgerlijke rechtbank. 
De stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester zullen vooraf eerst een positief advies van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering moeten krijgen.
Als het gevolg van de schending kennelijk verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening zal een meerwaarde gevorderd worden. In de andere gevallen eist men aanpassingswerken of het herstel in de oorspronkelijke staat, al dan niet gecombineerd met het betalen van en meerwaarde. 
Naast de uitvoering van de door de rechter bevolen herstelmaatregel de schending ongedaan worden gemaakt door het verkrijgen en uitvoeren van een regularisatievergunning. 

Burgerrechtelijke handhaving

In het geval van een bouwovertreding kan de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester de overtreder dagvaarden voor de burgerlijke rechtbank nadat er een positief advies werd verleend door de Hoge Raad voor het Handhavingsuitvoering. 

Om de goede ruimtelijke ordening te handhaven kunnen de procureur des Konings, de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester herstelmaatregelen vorderen bij de rechter, die ook ambtshalve het herstel kan bevelen. Zowel bouwinbreuken als bouwmisdrijven komen hiervoor in aanmerking. Het herstel wordt bevolen door de correctionele of burgerlijke rechtbank. 
De stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester zullen vooraf eerst een positief advies van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering moeten krijgen.
Als het gevolg van de schending kennelijk verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening zal een meerwaarde gevorderd worden. In de andere gevallen eist men aanpassingswerken of het herstel in de oorspronkelijke staat, al dan niet gecombineerd met het betalen van en meerwaarde. 
Naast de uitvoering van de door de rechter bevolen herstelmaatregel de schending ongedaan worden gemaakt door het verkrijgen en uitvoeren van een regularisatievergunning. 

Minnelijke schikking

De stedenbouwkundig inspecteur of de burgemeester kan in elke stand van de procedure op verzoek van de overtreder of belanghebbende steeds een minnelijke schikking afsluiten. Alle zakelijke rechthebbenden moeten zich hiertoe verplichten. Indien het herstel niet wordt uitgevoerd, kan er een bestuurlijke maatregel opgelegd worden. 

Onroerend erfgoed

Wie zich niet houdt aan de regels wat betreft onroerend of varend erfoed kan zowel gerechtelijk, als bestuurlijk bestraft worden.

Afhankelijk van de aard en de impact van de feiten kan je voorafgaand (preventief) een raadgeving ontvangen om een toekomstige schending te voorkomen, of (reactief) een aanmaning krijgen om een schending te beëindigen en de gevolgen ongedaan te maken.

Strafrechtelijke sanctie

Indien de overtreder echter niet aan zijn proefstuk toe is, alsook in functie van de aard en de impact van het erfgoedmisdrijf of de erfgoedinbreuk, kan er onmiddellijk een proces-verbaal of een verslag van vaststelling worden opgemaakt. 

Een proces-verbaal kan leiden tot ofwel een strafrechtelijke sanctie waarbij de strafrechter het gevorderde integraal herstel en de betaling van een schadevergoeding kan bevelen, ofwel tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete.

Indien het Openbaar Ministerie het strafdossier echter seponeert waardoor het inleiden van een herstelvordering voor de strafrechter uitgesloten wordt, beschikt de erfgoedinspecteur steeds over de mogelijkheid om het integraal herstel voor de burgerlijke rechtbank te vorderen, alsook om voorlopige instandhoudingswerken op straffe van dwangsom via de voorzitter van de rechtbank van 1ste aanleg te laten bevelen. 

Een verslag van vaststelling kan leiden tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete. 

Bestuurlijke maatregelen:

Met het oog op het herstel van de erfgoedschade kan de erfgoedinspecteur een bestuurlijke maatregel opleggen onder de vorm van:

  • een stakingsbevel: dit is een preventieve maatregel die gericht is op het voorkomen van erfgoedmisdrijven, erfgoedinbreuken, of schade aan erfgoed
  • bestuursdwang: dit is een maatregel die strekt tot voorlopige instandhoudingswerken en/of het feitelijk herstel in een originele goede staat of de gehele of gedeeltelijke reconstructie
  • last onder dwangsom: dit is een besluit waarbij aan de overtreder de verplichting tot het uitvoeren van voorlopige instandhoudingswerken, tot feitelijk herstel of tot reconstructie wordt opgelegd die gekoppeld wordt aan een dwangsom.

Minnelijke schikking:

Onder bepaalde omstandigheden kan de erfgoedinspecteur een minnelijke schikking aangaan met de overtreder of andere belanghebbende om indien nodig gefaseerd en binnen een termijn van maximaal 8 jaar tot feitelijk herstel van de erfgoedschade te komen.

Contacteer ons

Afdeling Handhaving