Verjaring van bouwmisdrijven

Welke zijn de verjaringstermijnen van straf- en hestelvorderingen van de handhavende overheid

Sinds  1 september 2009 (nieuwe verjaringsbepalingen voor herstelvorderingen van de overheid in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (art. 6.1.41, §5 en 7.4.4. VCRO) gelden volgende verjaartermijnen voor herstelvorderingen op basis van een aflopend misdrijf: 

  • buiten ruimtelijk kwetsbaar en openruimte gebied: 5 jaar na afloop van het misdrijf (dus vanaf 1/9/2014). 
  • In ruimtelijk kwetsbaar en openruimte gebied: 10 jaar (en dus niet voor 2019). 

De overgangsregeling van artikel 7.7.4. VCRO voorziet dat de nieuwe verjaringstermijn ook van toepassing is op de herstelvorderingen die vóór de inwerkingtreding van de VCRO konden ingesteld worden en waarvoor de verjaringstermijn toen langer was (20 jaar, 30 jaar). Er kan dus ook verjaring optreden in oudere dossiers.

Dit wilt zeggen dat bij aflopende misdrijven gepleegd buiten ruimtelijk kwetsbaar en openruimte gebied van vóór 1 september 2009, de verjaring in principe intreedt vanaf 1 september 2014. Misdrijven gepleegd vanaf 1 september 2009 verjaren 5 jaar na de afloop van het misdrijf.

Let op: dit moet geval per geval bekeken worden, om volgende redenen:

  • De verjaringstermijn kan in individuele gevallen nog gestuit en geschorst zijn. Dit moet dus geval per geval nagekeken worden. 
  • De verjaring van de herstelvordering kan niet intreden, zolang de strafvordering niet is verjaard (art. 26 V.T.Sv). Als er nog een onderzoek of een strafprocedure lopende is, waarin geen verjaring is opgetreden, blijft de herstelvordering van de overheid mogelijk. 
  • Bij voortgezette misdrijven treedt de verjaring pas in na afloop van het laatste feit. 

De termijnen gelden enkel voor de verjaring van herstelvorderingen van de overheid en hebben dus geen impact op de termijnen van de vorderingen van derden (buren etc.).

Meer info over de verjaring van misdrijven in kwetsbaar en openruimte gebied, vindt u in dit document