Verharding

Definitie

In het Witboek Beleidsplan Ruimte is ‘verharding’ één van de centrale begrippen. ‘Verharding is de oppervlakte waarvan de aard en/ of toestand van het bodemoppervlak gewijzigd is door het aanbrengen van artificiële, (semi-) ondoorlaatbare materialen waardoor essentiële ecosysteemfuncties van de bodem verloren gaan (woningen, wegen, andere constructies,…). Verharding stemt overeen met de term ‘bodemafdekking’ zoals Vlaanderenbreed geïnventariseerd door het Agentschap Informatie Vlaanderen (AIV).’ (Departement Ruimte Vlaanderen, 2017, p. 32)

Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘soil sealing’, ‘the destruction or covering of soils by buildings, constructions and layers of completely or partly impermeable artificial material (asphalt, concrete, etc.). It is the most intense form of land take and is essentially an irreversible process’ (Jones et al., 2012, p. 19).

Evolutie

Momenteel gebeurt de monitoring van verharding op 2 manieren, met name op basis van een berekening op de bodemafdekkkingskaart en op basis van expertenbeoordeling.

De bodemafdekkingskaart (BAK), wordt om de 3 jaar door het Agentschap Informatie Vlaanderen opgemaakt als afgeleid product van de bodembedekkingskaart. Deze kaart heeft een foutenmarge die zich uit in de cijfers van de openbare statistiek. Op basis van gegevens van 2015 wordt eerst geschat dat 16% ± 1,2%,  van de totale oppervlakte in Vlaanderen afgedekt of verhard is. In 2012 ging het om een schatting van 15,9% ± 1,2%,  van de oppervlakte. Het verschil in verhardingsgraad tussen 2012 en 2015 is kleiner dan de betrouwbaarheidsintervallen van beide metingen, waaruit kan afgeleid worden dat er in deze periode geen sprake is van een betekenisvolle toe- of afname van de verharding in Vlaanderen.

Ondertussen werd er door AIV een nieuwe verbeterde validatie uitgevoerd die meer voldeed aan de verwachtingen van departement Omgeving. In 2012 lag voor Vlaanderen het geschatte afdekkingspercentage op 14.33% ± 0.50%, in 2015 lag dit op 14.85% ± 0.52% op basis van de raster oppervlakte uit de Bodembedekkingskaart en de validatie samples. Dit is een wijziging op de vorige gecommuniceerde cijfers door een verbetering/verfijning in validatie. Het geschatte afdekkingspercentage (op basis van de bodemafdekkingskaart) voor 2018 is nog in opmaak omdat kaart versie 2018 nog niet beschikbaar is. Meer info over de bodembedekkingskaart en haar afgeleiden op deze website.

In de zomer van 2020 probeerden we via een statistisch onderbouwd onderzoek verandering in verharding te detecteren. Dit deden we via een steekproef op basis van menselijke interpretatie van luchtbeelden met toestanden 2012-2015-2018. De foutenmarge kan hier statistisch onderbouwd worden. We kunnen op basis van dit onderzoek aannemen dat verharding in Vlaanderen in twee intervallen van drie jaar telkens met ongeveer 0.5% toenam.

Door de afdichting van bodems of het plaatsen van verhardingen die de bodem tot op zekere hoogte ondoordringbaar maken, kunnen de functies van de bodem niet of onvoldoende vervuld worden. De bodem is bijvoorbeeld niet in staat om water op te nemen (reductie van de infiltratiecapaciteit). Dat kan overstromingen veroorzaken op aanpalende percelen, omdat het water bij reductie van de infiltratiecapaciteit versneld wordt afgevoerd. Bovendien wordt de waterbalans verstoord en worden grondwatervoorraden niet aangevuld.

Meer informatie

Contacteer ons

Afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO)
02 553 83 50 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 12.00 u. en van 13.00 tot 17.00 u.)

Laatste toestand

2015

Frequentie

3-jaarlijks

Publicatiedatum

4 april 2019