Veelgestelde vragen: opmaak dossier

Hoe moet worden omgegaan met meerdere dossierstukken van hetzelfde type?

Antwoord:

Als er in een DSI-dossier meerdere dossierstukken voorkomen van hetzelfde type, dan kun je die elk afzonderlijk opladen. Indien dossierstukken bestaan uit meerdere delen, kent DSI automatisch een verschillend deelnummer toe. Indien het gaat om een evolutief dossierstuk, wordt het versienummer gewijzigd.

Welke gegevens heb je nodig voor planbaten?

Antwoord:

Planbaten maken deel uit van het geheel aan plancompensaties. Plancompensaties moeten dan weer worden beschouwd als ‘PlanAfgeleideElementen’. De PlanAfgeleideElementen worden als shapefile opgeladen met dossiertype ‘RPC’. Ook het grafisch register met aanduiding van plancompensaties wordt als dossiertype ‘RPC’ opgeladen.

  • Geodata (PlanAfgeleideElement) met eigenschappen zoals omschreven in paragraaf 4.3.2.5. van het richtlijnenboek DSI (853 kB).
  • Pdf-bestand (register plancompensaties) met de weergave van het register dat mogelijke plancompensaties aanduidt.

DSI maakt op basis van het GIS-bestand een shapefile aan met deelpercelen die in aanmerking komen voor een planbatenheffing. De werkwijze staat beschreven in de gebruikershandleiding.

De ondergrond van een (oud) plan is niet bekend. Welke informatie moet je dan invullen in de GIS-bestanden?

Antwoord:

Voor een aantal (meestal oude) plannen is het onmogelijk  om de informatie over de ondergrond te achterhalen die werd gebruikt voor het intekenen van het vectoriële plan. Voor zo'n plannen kun je gebruik maken van 'dummy'-gegevens.

  • Indien een ondergrond niet gekend is vul je in het attribuutveld 'ondergrond' de waarde 'ANDERE' in.
  • In attribuutveld 'aard_ond' vul je de waarde 'onbekend' in.
  • Indien ook de datum van de ondergrond niet bekend is vul je in het attribuutveld 'd_ond' de waarde '1900-01-01' in.
  • In het attribuutveld 'prec_ond' vul je de waarde '20' in. Dit is de precisie van de minst nauwkeurige ondergrond.

Wat moet je precies invullen in het veld ‘ondergrond’?

Antwoord:

Het is de bedoeling dat in het veld 'ondergrond' de informatie wordt ingevuld van de ondergrond die werd gebruikt bij het intekenen van het vectoriële plan. Bv. een BPA dat in 1977 oorspronkelijk werd opgemaakt op een onbekende ondergrond en nadien geherinterpreteerd werd naar KADSCAN i.f.v.het  intekenen van de vectorgegevens, krijgt bij 'ondergrond' dan de waarde 'KADSCAN'.

Wat betekent de code 'ZZZ' in het attribuutveld 'catgeb'?

Antwoord:

Voor sommige (meestal oude) BPAs, is het erg moeilijk om na te gaan wat precies de categorie van gebiedsaanduiding is van een grondvlak. Indien deze waarde niet wordt ingevuld, dan wordt automatisch de waarde 'ZZZ' toegekend.

Van een grondvlak (gv) van een oud BPA is de categorie van gebiedsaanduiding niet bekend. Wat moet in zo'n geval worden ingevuld

Antwoord:

Indien niet meer kan worden achterhaald tot welke categorie van gebiedsaanduiding een BPA-bestemming hoort, dan kan in het attribuutveld 'catgeb' de waarde 'ZZZ' worden ingevuld.

Wat moet ik doen als bepaalde verplichte documenten van een bestaand plan niet beschikbaar zijn?

 

Antwoord:

In het geval van bv. ontbrekende stedenbouwkundige voorschriften wordt voorgesteld om een pdf-document toe te voegen met de tekst 'Het dossierstuk 'stedenbouwkundige voorschriften' kan niet aan het dossier worden toegevoegd'. Eventueel kan hierbij de reden worden vermeld.
Hetzelfde kan worden gedaan wanneer van oude plannen andere verplichte dossierstukken ontbreken, zoals bv. het goedkeuringsbesluit.

 

Welke datum moet worden gekozen als de datum van publicatie van een oud plan niet terug te vinden is in het Belgisch Staatsblad?

Antwoord:

Indien de datum van publicatie van een plan in het Belgisch Staatsblad nergens kan worden teruggevonden, mag als 'dummy'-datum 1900-01-01 worden gebruikt.

Aan welke vormvereisten moeten de geodata voldoen?

Antwoord:

Op de website van het Departement Omgeving staat een exceltabel met informatie over de vormvereisten van de op te nemen geodata in DSI. Hierin zit ook een omschrijving van de op te nemen attribuutvelden. Je vindt deze tabel 'overzicht shapefiles' op de webpagina met documentatie onder 'Documenten'

Wanneer moet je gegevens over onder andere de verschillende bestemmingszones (planelementen) opladen?

Antwoord:

Wat de plangegevens zelf betreft, is het voor nieuwe opgemaakte plannen de bedoeling dat er naast de plancontouren ook planelementen (dus o.a. bestemmingszones) worden opgeladen. In een eerste fase zal dit echter alleen geëist worden bij de procedurestap van besluit tot goedkeuring (BG) en de voorlopige vaststelling (VV), maar het mag natuurlijk ook al bij eerdere procedurestappen. Van de bestaande plannen moeten alleen de definitieve plannen worden opgeladen. In eerste instantie kunnen de contouren worden opgeladen van de bestaande plannen, maar op langere termijn zouden toch alle planelementen moeten worden opgeladen.

Welke data heb je nodig voor een oud BPA?

Antwoord:

Strikt genomen zijn voor ‘oude’ BPAs en RUPs volgende geodata en plandocumenten nodig:

  • Goedkeuringsbesluit (plancode ‘BS’)
  • verordenend grafisch plan (plancode ‘GP’)
  • stedenbouwkundige voorschriften (plancode ‘SV’)
  • toelichtingsnota (plancode ‘TN’ - alleen bij RUPs)
  • plancontour (geodata met plancode ‘CT’)

Voor nieuwe plannen moeten ook de planelementen worden opgeladen indien ze voorkomen. Zie het rode gedeelte van onderstaande figuur:

figuur_planelementen.jpg

Moeten de GIS-bestanden voor planafgeleiden apart worden aangeleverd of mogen ze gebundeld worden in één bestand?

Antwoord:

De geodata met planafgeleiden van het type plancompensaties moeten als één GIS-bestand worden opgeladen in DSI. Zorg er wel voor dat het attribuutveld ‘planafgid’ correct is ingevuld, bv.:

  • PBT_<niscode>_216_xxxxx_xxxxx voor planbatenwaardige bestemmingwijzigingen
  • PSC_<niscode>_217_xxxxx_xxxxx voor planschadewaardige bestemmingswijzigingen
  • KGS_<niscode>_218_xxxxx_xxxxx voor bestemmingswijzigingen van landbouw naar groen (kapitaalschade / gebruikersschade ofwel ‘bestemmingswijzigingscompensatie’)
  • ZPC_<niscode>_219_xxxxx_xxxxx voor zones waar zich geen bestemmingswijziging voordoet die aanleiding kan geven tot een plancompensatie

Binnen het DSI-platform zal nadien dit bestand automatisch worden opgesplitst.

Wat moet je doen met schorsingen door een hogere overheid?

Antwoord:

Een schorsing door de Vlaamse Regering of door de deputatie wordt ingegeven in dossierfase ‘DV’. Let op: dit soort schorsing mag niet verward worden met info over schorsings- en vernietigingsarresten door de Raad van State (die in dossierfase ‘NA’ worden opgeladen). Concrete info over de modaliteiten voor het opladen van informatie over schorsingen door de Vlaamse Regering of de deputatie vind je terug in paragraaf 4.3.2.6. van het pdf bestandrichtlijnenboek DSI (853 kB).

Moet er een shapefile worden opgeladen voor ieder planelement, ook al komt het niet voor?

Antwoord:

Van planelementen die niet voorkomen in een plan hoeft geen geodata te worden opgeladen (dus geen lege shapefiles).

Hoe moet je een RUP opmaken dat bestaat uit meerdere delen?

Antwoord:

Als een RUP bestaat uit meerdere delen (bv. RUPs met zonevreemde bedrijven of woningen), dan bestaat de mogelijkheid om te werken met deelgebieden. Dit is niet verplicht maar wel aan te raden. Eventuele deelgebiednummers worden ingevuld in het veld ‘dgnr’.  In dit geval moet het veld ‘dgnr’ ook worden ingevuld indien er planelementen horen bij dit RUP (GV, OV, enz.). De shapefile met de plancontour bestaat evenwel steeds uit één contour (één record dus). Dit is een multipart-polygoon als er meerdere deelgebieden zijn. In deze shapefile wordt ook geen ‘dgnr’ ingevuld. Het veld is er trouwens ook niet in voorzien.

Hoe moet je meerdere documenten toevoegen?

Antwoord:

De grafische verordenende plannen van de verschillende deelplannen kunnen worden ingeladen als aparte pdf-bestanden, maar je kan ook één pdf maken met daarin alle grafische plannen.
Van de stedenbouwkundige voorschriften mag  slechts één exemplaar worden opgeladen.

Vormt het een probleem als een grafisch verordenend plan (GP) niet ondertekend is?

Antwoord:

Bij voorkeur wordt de ondertekende versie van het grafisch plan opgeladen. Als dit niet beschikbaar is of in erg slechte staat kan ook worden gekozen om een niet ondertekende versie van het grafisch plan op te laden. Zolang het een correcte versie is, vormt dat geen probleem. 

Kan een DSI-dossier nadien nog worden aangevuld, zonder dat het eerst moet worden verwijderd uit het oplaadplatform?

Antwoord:

Er kunnen altijd nog dossierstukken worden toegevoegd aan een plan. Ook GIS-data kan apart worden toegevoegd aan een dossier. 
Meer details lees je in de gebruikershandleiding.

Welke datum moet precies in acht worden genomen voor ST, SP, PV, VV en BG?

Antwoord:

  • Voor ST (startfase) geldt de datum waarop de startnota wordt goedgekeurd.
  • Voor SP (scopingfase) geldt geen datum.
  • Voor PV (plenaire vergadering) geldt de datum waarop de plenaire vergadering plaatsvindt. Indien er geen fysieke plenaire vergadering wordt georganiseerd, geldt de datum waarop het advies wordt verstuurd.
  • Voor VV (voorlopige vaststelling) wordt de datum van voorlopige vaststelling gebruikt.
  • Voor DV (definitieve vaststelling) wordt de datum van definitieve vaststelling door de eigen overheid gebruikt.
  • Voor BG (besluit tot goedkeuring) wordt de datum van het besluit tot goedkeuring door een hogere overheid gebruikt. Nieuwe gemeentelijke en provinciale RUP dienen niet meer goedgekeurd te worden door een hogere overheid. Deze fase bestaat dan bijgevolg niet.

De naam van het plan is verkeerd ingevuld. Hoe kan dit rechtgezet worden?

Antwoord:

De naam van het plan kan gewijzigd worden door bij het dossierdetail op de knop 'wijzig dossier' te klikken.