Trefwoordenlijst milieu

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z


A

Aanmaning

Bestuurlijke handeling als bedoeld in art. 16.3.27 DABM, dat bepaalt: ‘Als toezichthouders bij de uitoefening van hun toezichtopdrachten een milieu-inbreuk of milieumisdrijf vaststellen, kunnen zij de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om deze milieu-inbreuk of dat milieumisdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen.’ De aanmaning is een curatief instrument dat de bestuurlijke handhaving voorafgaat. (Zie ook memorie van toelichting bij het Milieuhandhavingsdecreet).

Agent van gerechtelijke politie

Officieren en agenten van gerechtelijke politie zijn door de wet belast met een opdracht van gerechtelijke politie.  Artikel 8 van het wetboek van strafvordering bepaalt : “De gerechtelijke politie spoort de misdaden, de wanbedrijven en de overtredingen op, verzamelt de bewijzen ervan en levert de daders over aan de rechtbanken belast met hun bestraffing.”

Men is in de spraakgebruikelijke betekenis ‘agent van gerechtelijke politie’ (AGP) zodra uit de wetteksten blijkt dat men een opdracht van gerechtelijke politie heeft gekregen (bvb. een opsporingsopdracht of een opdracht tot vaststelling van bepaalde misdrijven) en dit zonder dat de wet uitdrukkelijk het statuut van officier van gerechtelijke politie heeft toegekend en ongeacht of men een personeelslid van de eigenlijke politiediensten is of ongeacht de graad die men heeft. Welke bevoegdheden de betrokken agent van gerechtelijke politie juist heeft, zal afhangen van de concrete wettekst die de bevoegdheden toekent.

De term “agent van gerechtelijke politie” kan ook gebruikt worden in een engere betekenis, namelijk een agent van gerechtelijke politie behorende tot de reguliere politiediensten. (Art. 3.4°. van de Wet d.d. 5 augustus 1992 op het Politieambt).

Alternatieve bestuurlijke geldboete

Dit is een sanctie waarbij de gewestelijke beboetingsentiteit een overtreder verplicht een geldsom te betalen voor het plegen van een milieumisdrijf, vermeld in artikel 16.6.1, 16.6.2, 16.6.3, 16.6.3bis, 16.6.3ter, 16.6.3quater, 16.6.3quinquies DABM waarvan de procureur des Konings het opportuun vond om ze bestuurlijk te laten afhandelen. Deze geldboete bedraagt maximaal 2 miljoen euro.

B

Bekwaamheidsbewijs

Bewijs dat een provinciale of lokale milieutoezichthouder voldoende opgeleid (en/of ervaren) is en als toezichthouder aangewezen werd door zijn werkgever. Op basis van 4 certificaten, en het aanstellingsbesluit levert de afdeling Gebiedsontwikkeling Omgevingsplanning en -Projecten (“de afdeling bevoegd voor erkenningen”) een bekwaamheidsbewijs en een legitimatiebewijs af.

Bestuurlijke handhaving

Deze kan de vorm aannemen van bestuurlijke maatregelen al of niet in combinatie met bestuurlijke dwangsommen of van bestuurlijke geldboeten, waaraan de oplegging van een voordeelontneming kan gekoppeld worden. (artikel 16.4.2 DABM)

Bestuurlijke maatregelen

Bestuurlijke maatregelen kunnen toezichthouders al dan niet in combinatie met bestuurlijke dwangsommen, onafhankelijk van een strafsanctie of bestuurlijke sanctie, (art. 16.4.6 DABM) opleggen na de vaststelling van een milieumisdrijf of milieu-inbreuk (art. 16.4.5 DABM).Bestuurlijke maatregelen, eventueel in combinatie met bestuurlijke dwangsommen, zijn curatieve milieuhandhavingsinstrumenten en kunnen de vorm aannemen van een regularisatiebevel, een stakingsbevel of de bestuursdwang of een combinatie ervan (art. 16.4.7 DABM).

Het treffen van bestuurlijke maatregelen is een administratieve rechtshandeling.

Bestuurlijke dwangsom

De bestuurlijke dwangsom is een accessorium van een bestuurlijke maatregel. Het instrument van de bestuurlijke dwangsom heeft tot doel om de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie bestuurlijke maatregelen zijn opgelegd ertoe te bewegen gevolg te geven aan de opgelegde bestuurlijke maatregel.

Bestuursdwang

Bestuurlijke maatregelen als bedoeld in art. 16.4.7. §1 3° MHD: feitelijke handelingen (van diegene die bestuurlijke maatregelen oplegt) om de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of herhaling ervan te voorkomen.

Beveiligde zending

Een beveiligde zending wordt als volgt gedefinieerd in art. 16.1.2, 3°bis DABM: ‘één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

  • een aangetekend schrijven,
  • een afgifte tegen ontvangstbewijs,
  • elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;’

Zie ook ‘Kennisgeving’.

Bijzondere verbeurdverklaring en voordeelontneming

Bij strafrechtelijke handhaving:

De bijzondere verbeurdverklaring kan worden uitgesproken door de strafrechter t.a.v. zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken en de zaken die uit het misdrijf voorkomen alsook op de criminele illegaal genoten vermogensvoordelen (art. 42 Sw.). Dit laatste wordt omschreven als de “voordeelontneming” (ingevoerd bij W. 17 juli 1990 tot wijziging van de artikelen 42, 43 en 505 Sv. en tot invoeging van een artikel 43bis in hetzelfde wetboek). De voordeelontneming betreft het rechtstreeks uit het misdrijf  verkregen vermogensvoordeel, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, alsook de inkomsten die resulteerden uit de belegging van deze voordelen. Omdat de vermogensvoordelen niet altijd in oorspronkelijke vorm in het patrimonium van de veroordeelde kunnen worden teruggevonden, kan de rechter de geldwaarde ervan ramen en de verbeurdverklaring uitspreken van het daarmee overeenstemmend bedrag. Aldus kan men spreken van waardenconfiscatie of verbeurdverklaring bij equivalent. Voor de begroting van de voordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen mag geen rekening worden gehouden met de kosten verbonden aan de realisatie van het misdrijf zodat de strafrechter een “brutobedrag” dient op te leggen (Cass. 29 mei 2001). 

Sinds de W. 19 december 2002 mag de strafrechter de voordeelontneming enkel na voorafgaande schriftelijke vordering van het Openbaar Ministerie opleggen.

Bij bestuurlijke afhandeling :

Als de gewestelijke beboetingsentiteit overgaat tot bestuurlijke sanctionering van de gepleegde feiten, kan zij aan de overtreder een voordeelontneming opleggen samen met een bestuurlijke geldboete (art. 16.4.26 eerste lid Milieuhandhavingsdecreet). De voordeelontneming vertegenwoordigt een al dan niet geschat geldbedrag dat is begrensd tot de waarde van het brutovermogensvoordeel dat uit de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf is verkregen (art. 16.4.26 tweede lid Milieuhandhavingsdecreet). 

C

Certificaat (art. 13 MHB)

Bewijs dat een kandidaat-toezichthouder met succes zijn opleiding heeft gevolgd.
Een kandidaat-milieutoezichthouder moet voldoende opgeleid of ervaren zijn. Hij moet hiervoor een specifieke opleiding volgen en een bekwaamheidsproef afleggen. De opleidingsinstelling levert hiervoor een getuigschrift af aan de cursisten die haar opleiding hebben gevolgd en die geslaagd zijn voor de bekwaamheidsproef.
De opleidingsverplichting geldt voor provinciale toezichthouders, gemeentelijke toezichthouders, toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en toezichthouders van politiezones. Provinciale toezichthouders zijn vrijgesteld van de onderdelen geluid en lucht. Voor gewestelijke toezichthouders bestaat dergelijke opleidingsverplichting niet.

E

ECO-Formulier Afval (EFA)

Politieformulier (A4) dat een politiedienst invult bij de controle van een afvaltransport (desgevallend kan ook een leefmilieuadministratie het document invullen). De gegevens worden geregistreerd in een databank en worden ad hoc uitgewisseld met de bevoegde milieuadministratie.

Eedaflegging

Het afleggen van een eed tegenover een bevoegde autoriteit.

Contractuele toezichthouders moeten, vooraleer ze hun toezichtsopdracht kunnen vervullen, in handen van hun bestuur, de eed bedoeld in artikel 12/1 van het Milieuhandhavingsbesluit afleggen;

Gewestelijke milieuopsporingsambtenaren moeten, vooraleer zij hun opsporingstaak kunnen vervullen, voor de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijke arrondissement waartoe hun standplaats behoort, de eed bedoeld in artikel 16.5.7 van het Milieuhandhavingsdecreet afleggen.

Statutaire toezichthouders moeten niet opnieuw de eed afleggen.

Exclusieve bestuurlijke geldboete

Dit is een sanctie waarbij de gewestelijke beboetingsentiteit conform art. 16.4.25 ev. DABM een overtreder verplicht om een geldsom te betalen van maximaal 400.000 € voor het plegen van een milieu-inbreuk. Dit betreft feiten die uitsluitend bestuurlijk worden gehandhaafd.

G

Gemachtigd ambtenaar

Door de minister aangewezen ambtenaar die op grond van het Milieuhandhavingsdecreet over de volgende bevoegdheden beschikt:

1°         Indienen van voorstellen bij de strafrechtbank tot oplegging van bevelen om de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen, het strijdige gebruik te staken of aanpassingswerken uit te voeren (art. 16.6.6, § 1, milieuhandhavingsdecreet);
2°         Indienen van vorderingen bij de strafrechtbank tot oplegging van een dwangsom per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregelen (art. 16.6.6, § 3, milieuhandhavingsdecreet)
3°         Indienen van een vordering van herstelmaatregelen bij de burgerlijke rechtbank bevoegd voor de plaats waar het milieumisdrijf plaatsvond (art. 16.6.7, milieuhandhavingsdecreet);
4°         Controle van de uitgevoerde herstelmaatregelen en vaststelling daarvan in een proces-verbaal van vaststelling (art. 16.6.8, milieuhandhavingsdecreet);
5°         Opleggen van de door de rechtbank bevolen herstelmaatregel aan de persoon aan wie de rechtbank het herstel heeft opgelegd (art. 16.6.9, milieuhandhavingsdecreet);
6°         Het zelf uitvoeren (of laten uitvoeren) van de herstelmaatregel wanneer de persoon aan wie de rechtbank het herstel heeft opgelegd, de herstelmaatregel niet heeft uitgevoerd binnen de door de rechtbank opgelegde termijn (art. 16.6.9, Milieuhandhavingsdecreet).

Gemeentelijke administratieve sanctie (GAS)

De gemeentebesturen kunnen ingevolge de W. 24 juni 2013  voor bepaalde laakbare gedragingen zowel kiezen voor beteugeling via een strafwet in de materiële zin (in het gemeentelijk reglement) als voor een administratieve afhandeling, zijnde de gemeentelijke administratieve sanctie (GAS), tenminste voor zover het gedrag niet reeds bij wet, decreet of ordonnantie werd beteugeld.

Wegens het bestaan van een “sluikstortsanctie” in het Afvalstoffendecreet vielen kleine vormen van milieuoverlast buiten het GAS-bereik. Om hieraan tegemoet te komen bepaalt het Milieuhandhavingsdecreet (art. 16.6.3 § 2) dat gemeenten (desondanks) kleine vormen van openbare overlast (d.i. beperkt sluikstorten of achterlaten van zwerfvuil, zoals sigarettenpeukjes, kauwgum, blikjes, wildplakken, niet opruimen van uitwerpselen van rijdieren), administratief kunnen sanctioneren. Deze regeling werd door het Grondwettelijk Hof aanvaardbaar geacht (Grondw. Hof  27 mei 2010).

Een GAS is geen strafsanctie en dus is er geen vermelding in het strafregister

Gemeentelijke toezichthouder

Toezichthouder die personeelslid is van een gemeente, die door het college van burgemeester en schepenen is aangewezen en die over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt en, ingeval gemeentelijke toezichthouder van een contractueel personeelslid, die speciaal daartoe beëdigd is.

Gerechtelijke onderzoek vs. Opsporingsonderzoek

Zowel het opsporingsonderzoek als het gerechtelijk onderzoek zijn een  geheel van daden om misdrijven te onderzoeken, de daders en bewijzen ervan op te sporen en de elementen te vergaren die nuttig zijn om de strafvordering uit te oefenen.  

Wanneer de oorspronkelijke vaststellingen niet voldoende informatie bevatten om te kunnen oordelen over het al dan niet instellen van de strafvervolging, gaat de procureur des Konings over tot een opsporingsonderzoek, d.w.z. hij richt zich tot daartoe bevoegde personen om bijkomende onderzoeksverrichtingen uit te voeren..  De Procureur des Konings heeft een algemene opsporingsplicht en een algemeen opsporingsrecht (art. 28bis-octies Sv).

Het opsporingsonderzoek laat, behoudens wettelijke uitzonderingen, geen dwangmaatregelen toe (art. 28bis §3 Sv).  In sommige gevallen biedt het opsporingsonderzoek te weinig mogelijkheden en moet overgegaan worden tot een gerechtelijk onderzoek door een onderzoeksrechter die wel kan overgaan tot dwangmaatregelen (zoals een huiszoekingsbevel, een voorlopige hechtenis, …).

De onderzoeksrechter is bevoegd om wanbedrijven en misdaden te onderzoeken, evenals overtredingen die te maken hebben met wanbedrijven en misdaden waarvoor hij wordt aangezocht.  Hij wordt op vordering van het parket ingeschakeld om zaken uit te diepen waarvoor specifieke ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn.

Het gerechtelijk onderzoek kan ook aanhangig gemaakt worden  door een slachtoffer dat zich burgerlijke partij stelt bij hem. De onderzoeksrechter moet zich aan zijn onderzoeksopdracht (saisine) houden.

Gewestelijke beboetingsentiteit

De gewestelijke beboetingsentiteit maakt deel uit van de afdeling Handhaving van het departement Omgeving en is bevoegd voor het opleggen van de alternatieve en de exclusieve bestuurlijke geldboetes inzake milieu en ruimtelijke ordening. Deze entiteit wordt vermeld in artikel 16.1.2, 4° DABM, artikel 3 Milieuhandhavingsbesluit en artikel 1, 23° Milieuhandhavingsbesluit.

Gewestelijke toezichthouder

Toezichthouder die personeelslid is van een gewestelijke overheidsinstantie en die door een leidend ambtenaar is aangewezen en, ingeval van een contractueel personeelslid, die de eed heeft afgelegd in handen van de overheid die haar/hem heeft aangesteld.

H

Handhavingscollege

Een administratief rechtscollege, dat o.m. uitspraak doet over de beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke entiteit over de oplegging van een exclusieve of een alternatieve bestuurlijke geldboete inzake milieu en ruimtelijke ordening.

Herstelmaatregel

In het Decreet Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM) is sinds het “vervolgdecreet” op het Milieuhandhavingsdecreet van 30 april 2009 voorzien dat de rechter die uitspraak doet over een milieuovertreding, herstelmaatregelen kan opleggen.

De rechter kan ambtshalve, ofwel op vordering van het openbaar ministerie, ofwel op vordering van de gemachtigde ambtenaar, ofwel op vordering van de burgerlijke partij, bevelen om de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen, het strijdige gebruik te staken of aanpassingswerken uit te voeren (art. 16.6.6. DABM).

De gemachtigd ambtenaar van de Vlaamse milieuadministratie kan de herstelvordering indienen bij het parket, met een gewone brief, waarin minstens de geldende voorschriften en een omschrijving van de toestand zoals die was voor het misdrijf wordt vermeld.

De gemachtigde ambtenaar kan ook de herstelmaatregelen vorderen voor de rechtbank van eerste aanleg zetelend in burgerlijke aangelegenheden in het ambtsgebied waarin het milieumisdrijf plaatsvond (art. 16.6.7 DABM).

Huiszoeking

De huiszoeking is een onderzoeksmaatregel in kader van opsporing waarbij een officier van gerechtelijke politie in een woning op zoek gaat naar bewijzen van een welbepaald misdrijf.
Een huiszoeking dient te gebeuren met voorafgaande schriftelijke toestemming van de bewoners (huurder of eigenaar) en in hun aanwezigheid. Met toestemming van de bewoner kan een huiszoeking plaatsvinden op gelijk welk tijdstip in het gehele land (Cass. 8 september 1993). Indien de voorafgaande schriftelijke toestemming niet werd bekomen dient de onderzoeksrechter de huiszoeking te bevelen. Ook in dat geval is de verdachte bij voorkeur aanwezig. In dit geval kan de huiszoeking enkel worden uitgevoerd na 5.00 uur en voor 21.00 uur (art. 1 lid 1 Huiszoekingswet 7 juni 1969). Ingeval van betrapping op heterdaad kunnen de procureur des Konings en zijn hulpofficieren een huiszoeking verrichten in de woning van de verdachte (art. 36 Sv.). Dit kan zowel overdag als ’s nachts (art. 1 lid 2, 2 Huiszoekingswet). Hierbij is vereist dat het misdrijf vooraf werd vastgesteld en niet als gevolg van de huiszoeking. De officier van gerechtelijke politie is bevoegd om alle feiten en misdrijven te acteren die werden vastgesteld tijdens de huiszoeking, dus ook andere dan waarvoor de huiszoeking werd bevolen. Vaststellingen en inbeslagnames die toevallig worden gedaan tijdens een regelmatige huiszoeking die met een ander doel was aangevangen, zijn geldig.

I

IIOA (ingedeelde inrichting of activiteit)

Inrichtingen die als hinderlijk worden beschouwd voor de mens en het leefmilieu en die opgenomen zijn in een lijst vastgesteld door de Vlaamse regering en waarvoor een omgevingsvergunning of melding noodzakelijk is. Voor de exploitatie van een hinderlijke inrichting geldt een vergunningsplicht (klasse 1 en 2 inrichting) of meldingsplicht en aktename (klasse 3 inrichting) (Zie OVD en bijlage 1 van titel II van het Vlarem).

K

Kantschrift

Een “kantschrift” is een schriftelijke opdracht die door een gerechtelijke autoriteit wordt gegeven. Door middel van een “kantschrift” kan de Procureur des Konings aan de officieren van gerechtelijke politie opdracht geven en hen vragen om welbepaalde opsporingsdaden te verrichten.

Door middel van een “kantschrift” kan de Procureur des Konings aan toezichthouders verzoeken om technische bijstand te verlenen bij bepaalde opsporingsdaden dan wel informatie te verstrekken over de op bestuurlijk vlak genomen initiatieven.

Onder de vorm van een “kantschrift” kunnen eveneens verzoeken tot aanvullende inlichtingen worden gericht aan de toezichthouders.

Door een “kantschrift” wordt de verjaring van de strafvordering gestuit.

Kennisgeving

Het verzenden door middel van een beveiligde zending, met ontvangstbewijs. (artikel 16.1.2, 3° DABM) Concreet is dit de datum van de poststempel, zijnde de datum waarop de brief werd verzonden.

L

Leefmilieunetwerk politie

Netwerk opgezet (op vrijwillige basis) vanuit de centrale dienst "Leefmilieu" van de Federaal Gerechtelijke Politie (FGP) binnen de politiestructuur. Het netwerk omvat:

  • "aanspreekpunten" in de terreineenheden van de lokale politie (politiezones) en de federale politie (spoorweg-, autoweg- en scheepvaartpolitie;
  • een "onderzoekscapaciteit" in de schoot van de FGP op arrondissementeel niveau;
  • een "fenomeencoördinator" (leefmilieucriminaliteit wordt als fenomeen gezien binnen de politie) op het niveau van het Arrondissementeel InformatieKruispunt (AIK), deze persoon vormt ook het contactpunt met de bevoegde milieuadministraties en de milieumagistraten van het arrondissement.

Legitimatiebewijs/legitimatiekaart

Gelegaliseerde kaart waaruit iemands identiteit en zijn bevoegdheid om op te treden blijkt.

Voor de gewestelijke toezichthouders: Legitimatiekaart overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de legitimatiekaarten van de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Overheid die belast zijn met inspectie- of controlebevoegdheden

Voor de andere toezichthouders: Legitimatiebewijs verkregen, samen met het bekwaamheidsbewijs, van de afdeling, bevoegd voor erkenningen, volgens het model van het legitimatiebewijs van de gewestelijke toezichthouders. (Zie art. 16.3.9 MHD en art. 35 MHB).

Lokale toezichthouder (art. 1, 47° MHB)

Gemeentelijke toezichthouder, toezichthouder van een intergemeentelijke vereniging of toezichthouder van een politiezone.

M

Milieubeheersrecht

Het geheel van rechtsregels die gericht zijn op het beheer van het leefmilieu en de natuur, enerzijds, en het natuurbehoud en de bevordering van de biologische en landschappelijke diversiteit, anderzijds, meer bepaald regelgeving met betrekking tot jacht, visserij, natuur, … .

Milieuhandhaving

Het proces dat bestaat uit toezicht houden, inzetten van handhavingsinstrumenten, ondernemen van verschillende acties om het naleven van de milieuvoorschriften te bevorderen, en sanctionering.

Milieuhandhavingsbesluit (MHB)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

(Milieuhandhavings)controle

Controle in het kader van milieuhandhaving is het nagaan bij een rechtspersoon en/of een natuurlijke persoon die gehouden is aan wettelijke verplichtingen uit het milieurecht, of die rechtspersoon of natuurlijke persoon ook daadwerkelijk deze wettelijke verplichtingen naleeft. Dit kan bij wijze van controles ter plaatse (inspecties) of controles op stukken. Er kunnen controles gebeuren op basis van meldingen van externen (reactieve controles) of op eigen initiatief, bv. In het kader van een milieuhandhavingscampagne.

Milieuhandhavingsdecreet (MHD)

titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Milieuhandhavingsinstrumenten

Vaststellingen, raadgevingen, aanmaningen, processen-verbaal, verslagen van vaststelling, bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke dwangsommen.

Milieuhygiënerecht

Recht gericht op het beheersen van de belasting ten gevolge van menselijke activiteiten op de omgeving, mens en milieu.

Recht gericht op het tegengaan en voorkoming van aantasting van de milieucomponenten zoals lucht, water en bodem, of het tegengaan en voorkomen van aantasting van het milieu als gevolg van milieubelastende daden. Het milieuhygiënerecht omvat de wetgeving zoals vermeld in art. 16.1.1., lid 1°, 5°, 6°, 8°, 9°, 10°, 12°, 13°, 13°bis, 17°, 17°bis, 18°, 19°, 20° van het Milieuhandhavingsdecreet en art. 2, lid 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° van het Milieuhandhavingsbesluit.

Milieu-inbreuk

Een gedraging, in strijd met een voorschrift dat wordt gehandhaafd met toepassing van het milieuhandhavingsdecreet, dewelke enkel door een toezichthouder kan vastgesteld worden met een verslag van vaststelling. Die gedraging :

  • betreft geen emissies als vermeld in artikel 16.6.2 van het milieuhandhavingsdecreet;
  • betreft niet het achterlaten, beheren of overbrengen van afvalstoffen als vermeld in artikel 16.6.3 van het milieuhandhavingsdecreet;
  • veroorzaakt geen gezondheidsschade of dood;
  • kan niet strafrechtelijk worden bestraft overeenkomstig de bepalingen van het milieuhandhavingsdecreet;
  • moet opgenomen zijn als bijlage in he Milieuhandhavingsbesluit.

Misdrijf

Een misdrijf is een door de wet (decreet) strafbaar gestelde handeling, verzuim of onachtzaamheid.
Bij een misdrijf is enerzijds een materieel (d.i. een uitwendig waarneembare gedraging) en anderzijds een moreel element (d.i. de strafrechtelijke schuld die een vrijheid van handelen impliceert) aanwezig.
Misdrijven worden al naargelang de zwaarte van de sanctie ingedeeld in overtredingen, wanbedrijven en misdaden. De ernst van de feiten bepaalt voor welke rechtbank de verdachte moet verschijnen.
Een milieumisdrijf is een gedraging, in strijd met een voorschrift dat wordt gehandhaafd met toepassing van het Milieuhandhavingsdecreet, dewelke wordt vastgesteld met een proces-verbaal en dewelke strafrechtelijk kan worden bestraft overeenkomstig de bepalingen van het milieuhandhavingsdecreet, met inbegrip van gedragingen die een schending inhouden van:

  • de verplichting om te beschikken over een milieu/omgevingsvergunning of een erkenning;
  • de verplichting om een veiligheidsrapport of een milieueffectrapport op te maken.

O

Officier van gerechtelijke politie

Officieren en agenten van gerechtelijke politie zijn door de wet belast met een opdracht van gerechtelijke politie.  Artikel 8 van het wetboek van strafvordering bepaalt : “De gerechtelijke politie spoort de misdaden, de wanbedrijven en de overtredingen op, verzamelt de bewijzen ervan en levert de daders over aan de rechtbanken belast met hun bestraffing.”  De hoedanigheid van Officier van gerechtelijke politie (OGP) komt toe aan de opsporingsambtenaren aan wie de wet deze hoedanigheid uitdrukkelijk toekent. Het kan zowel gaan over ambtenaren bij de eigenlijke politiediensten als over ambtenaren bij andere overheden.  De OGP’s van de reguliere politie hebben een algemene bevoegdheid, de andere OGP’s hebben een beperkte bevoegdheid die vervat is in de regelgeving binnen dewelke ze deze bevoegdheid van OGP uitoefenen.

Opsporing

Daden van onderzoek i.k.v. opdrachten van gerechtelijke politie, al dan niet uitgevoerd i.k.v. een opsporingsonderzoek o.l.v. de procureur des Konings.

P

Proces-verbaal

Een proces-verbaal is een officiële akte waarin verslag wordt uitgebracht over  de ter plaatse gedane vaststellingen en dat wordt overgemaakt aan de procureur des Konings (en desgevallend de onderzoeksrechter). Het vermeldt de handelingen die werden gesteld, en de  weergave van de gesprekken of verklaringen die werden gevoerd, alsook de omstandigheden waarin de gerapporteerde feiten zich voordeden. Het proces-verbaal kan zowel een administratieve, justitiële als politionele finaliteit hebben. Processen-verbaal zijn officiële, schriftelijke akten van wettelijk bevoegde officieren of agenten van gerechtelijke politie (inclusief de parketmagistraten). Het proces-verbaal is naar de vorm een authentieke akte en dient daarom aan bepaalde vormvereisten te voldoen, zoals de vermelding van de naam en functie van de opsteller, de datum, en de ondertekening ervan.

In deze houdt dit de schriftelijke vaststelling van een milieumisdrijf in. Ook een toezichthouder heeft de bevoegdheid om milieumisdrijven vast te stellen door een proces-verbaal.

Provinciale toezichthouder

Toezichthouder die personeelslid is van een provincie, die door de deputatie is aangewezen in kader van artikel 16.3.1 DABM en die over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt en, ingeval van een contractueel personeelslid, die speciaal daartoe beëdigd is.

R

Raadgeving

Bestuurlijke handeling als bedoeld in art. 16.3.22 MHD, dat bepaalt:

‘Als toezichthouders vaststellen dat een milieu-inbreuk of een milieumisdrijf dreigt op te treden, kunnen zij alle raadgevingen geven die zij nuttig achten om dit te voorkomen.’ De raadgeving is een preventief instrument dat de bestuurlijke handhaving voorafgaat (Zie ook memorie van toelichting bij het Milieuhandhavingsdecreet).

Ze kan zowel mondeling als schriftelijk worden gegeven.

Regularisatiebevelen

Bestuurlijke maatregelen als bedoeld in art. 16.4.7. §1 1° DABM: bevelen aan de vermoedelijke overtreder om maatregelen te nemen om de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of herhaling ervan te voorkomen

S

Stakingsbevelen

Bestuurlijke maatregelen als bedoeld in art. 16.4.7. §1 2° MHD: bevelen aan de vermoedelijke overtreder om activiteiten, werkzaamheden of het gebruik van zaken te beëindigen.

T

Taakhouder

De taakhouder is een aanspreekpunt binnen een terreineenheid van de (lokale & federale) politie voor het Leefmilieunetwerk van de Federale Gerechtelijke politie. Deze taakhouder is niet noodzakelijkerwijze de persoon die de vaststellingen op het terrein doet.

Toezicht

Het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan initiëren van het handhavingsproces. Toezicht is het geheel van handelingen die erop gericht zijn zich te vergewissen dat de wetten en decreten worden nageleefd. Het toezicht heeft als doel het nalevingsgedrag te verbeteren en is gericht op het voorkomen of doen ophouden van delicten.

Toezichthoudende instantie

Overheidsinstantie waartoe toezichthouders behoren.

Toezichthouder

Zie hoofdstuk III afdeling I MHD en art. 12 tot 34 en 88 tot 92 MHB. Personen aangewezen tot het uitvoeren van toegewezen toezichts- en milieuhandhavingsopdrachten daartoe beschikkend over bepaalde toezichtrechten.

Toezichthouder van een intergemeentelijke vereniging

Toezichthouder die personeelslid is van een intergemeentelijke vereniging, die door het bevoegde orgaan is aangewezen en die over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt en, ingeval van een contractueel personeelslid, die speciaal daartoe beëdigd is

Toezichthouder van een Politiezone

Toezichthouder die personeelslid is van een politiezone, die door het bevoegde orgaan is aangewezen en die over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt en, ingeval van een contractueel personeelslid, die speciaal daartoe beëdigd is.

Toezichtopdracht

Opdracht tot het uitoefenen van toezicht op gespecifieerde milieuwetgeving (Hfst. III afdeling II van het MHD en artikel 21 tot 34 MHB).

Toezichtrecht

Recht waarover toezichthouders beschikken bij de uitoefening van hun toezichtopdracht en in de fase van de bestuurlijke handhaving. De toezichtrechten zijn:

  • het recht op toegang
  • het recht op inzage en kopie van zakelijke gegevens
  • het recht van onderzoek van zaken, inclusief het monsternemings-, metings-, beproevings- en analyserecht
  • het recht van onderzoek van transportmiddelen
  • het recht op ondersteuning
  • het recht op het doen van vaststellingen door middel van audiovisuele middelen
  • het recht op bijstand van de politie.

(Zie afdeling III MHD en art. 36 tot 56 MHB.)

V

Veiligheidsmaatregel

Een toezichthouder, een provinciegouverneur of een burgemeester (zijnde de personen vermeld in art. 16.4.6 DABM) kunnen veiligheidsmaatregelen nemen.
Dit behelst dat ze alle handelingen kunnen stellen of opleggen die zij onder de gegeven omstandigheden nodig achten om een aanzienlijk risico voor mens of milieu uit te schakelen, tot een aanvaardbaar niveau in te perken of te stabiliseren. Hierbij is er niet noodzakelijk sprake van een inbreuk of een misdrijf.

De provinciegouverneur en de burgemeester kunnen de veiligheidsmaatregelen ambtshalve nemen of op verzoek van een toezichthouder (art. 16.7.1 DABM).

Veiligheidsmaatregelen worden schriftelijk genomen of mondeling indien ogenblikkelijk optreden vereist is.

Als veiligheidsmaatregelen schriftelijk worden genomen gebeurt dat door de kennisgeving van het besluit houdende de veiligheidsmaatregelen.

Indien de veiligheidsmaatregelen mondeling worden genomen en de  voor het aanzienlijke risico verantwoordelijke personen niet aanwezig zijn, wordt ter plaatse en op een zichtbare plaats een schriftelijk bericht achter gelaten (art. 16.5.4 DABM).

Wie veiligheidsmaatregelen neemt is bevoegd om ze op te heffen. Iedere persoon tegen wie veiligheidsmaatregelen zijn genomen kan de opheffing ervan vragen (art. 16.7.6 e.v. DABM).

De miskenning van een veiligheidsmaatregel is strafbaar gesteld (art. 16.6.1 & 2 DAMB).

Verslag van vaststelling

Schriftelijke vaststelling van een milieubreuk dat rechtstreeks aan de gewestelijke entiteit wordt overgemaakt.

Verzoeken om bestuurlijke maatregelen

Bestuurlijke maatregelen kunnen onderwerp zijn van een verzoek om oplegging door personen die rechtstreeks nadeel lijden van een milieu-inbreuk of milieumisdrijf, personen die een belang hebben bij de beteugeling van die milieu-inbreuk of dat milieumisdrijf, en rechtspersonen bedoeld in de wet betreffende vorderingsrecht inzake de bescherming van het leefmilieu. Dit moet gebeuren met een beveiligde zending aan personen bevoegd voor het opleggen van bestuurlijke maatregelen en bij voldoende gemotiveerd verzoek dat aannemelijk maakt dat er een milieu-inbreuk of milieumisdrijf is en volgens een strikte procedure met korte termijnen.

Visitatiebevel

Een machtiging  tot het betreden van de woning en er ‘de visu’ vaststellingen te doen zonder de kasten enz. te doorzoeken.

Deze term wordt ook gehanteerd in het kader van de toezichtsbevoegdheden (in tegenstelling tot het begrip “huiszoeking” dat louter ikv opsporing gehanteerd wordt).  Meerdere bijzondere wetgevingen bepalen dat een ambtenaar die een onderzoek instelt in het kader van de bestuurlijke handhaving, van de rechter (meestal de politierechter) een visitatiebevel kan bekomen om zich zonder de toestemming van de bewoner, de toegang tot bewoonde lokalen te verschaffen, om de nodige vaststellingen te doen en hiervan een proces-verbaal op te stellen. Het visitatiebevel is beperkt, en in het bijzonder tot het doel ervan. De ambtenaar kan in de lokalen enkel vaststellingen doen die kaderen in zijn opdracht. Ambtenaren belast met het toezicht en de handhaving van milieuzaken kunnen, in geval er geen voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner is, toegang bekomen tot de bewoonde lokalen, na voorafgaande en schriftelijke machtiging die wordt gegeven door de rechter in de politierechtbank. In dat geval hebben deze ambtenaren toegang tussen 5 uur ’s morgens en 21 uur ’s avonds (art.  16.3.12 Milieuhandhavingsdecreet).

Voordeelontneming en bijzondere verbeurdverklaring

Bij strafrechtelijke handhaving: De bijzondere verbeurdverklaring kan worden uitgesproken door de strafrechter t.a.v. zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken en de zaken die uit het misdrijf voorkomen alsook op de criminele illegaal genoten vermogens-voordelen (art. 42 Sw.). Dit laatste wordt omschreven als de “voordeelontneming” (ingevoerd bij W. 17 juli 1990 tot wijziging van de artikelen 42, 43 en 505 Sv. en tot invoeging van een artikel 43bis in hetzelfde wetboek). De voordeelontneming betreft het rechtstreeks uit het misdrijf verkregen vermogensvoordeel, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, alsook de inkomsten die resulteerden uit de belegging van deze voordelen. Omdat de vermogensvoordelen niet altijd in oorspronkelijke vorm in het patrimonium van de veroordeelde  kunnen worden teruggevonden, kan de rechter de geldwaarde ervan ramen en de verbeurdverklaring uitspreken van het daarmee overeenstemmend bedrag. Aldus kan men spreken van waardenconfiscatie of verbeurdverklaring bij equivalent. Voor de begroting van de voordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen mag geen rekening worden gehouden met de kosten verbonden aan de realisatie van het misdrijf zodat de strafrechter een “brutobedrag” dient op te leggen (Cass. 29 mei 2001).

Sinds de W. 19 december 2002 mag de strafrechter de voordeelontneming enkel na voorafgaande schriftelijke vordering van het Openbaar Ministerie opleggen.
Bij bestuurlijke afhandeling: Als de gewestelijke entiteit overgaat tot bestuurlijke sanctionering van de gepleegde feiten, kan zij aan de overtreder een voordeelontneming opleggen samen met een bestuurlijke geldboete (art. 16.4.26 eerste lid Milieuhandhavingsdecreet). De voordeelontneming vertegenwoordigt een al dan niet geschat geldbedrag dat is begrensd tot de waarde van het brutovermogensvoordeel dat uit de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf is verkregen (art. 16.4.26 tweede lid Milieuhandhavingsdecreet). 

Voorstel tot betaling van een geldsom

Dit wordt bestuurlijke transactie genoemd. Het is vergelijkbaar met een minnelijke schikking in het strafrecht. Indien de gewestelijke beboetingsentiteit van mening is dat de overtreder en de feiten van het milieumisdrijf of milieu-inbreuk onmiskenbaar vaststaan, kan zij een voorstel tot betaling van een geldsom doen, zolang nog geen bestuurlijke geldboete werd opgelegd (artikel 16.4.36 DABM) Indien hier op ingegaan wordt, vervalt de procedure tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete. Indien hier niet op ingegaan wordt, wordt de procedure tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete hervat. 

Vragen om bestuurlijke maatregelen

Vragen van bevoegde personen zoals toezichthouders, burgemeesters, provinciegouverneurs, … aan de bevoegde personen bedoeld in art. 16.4.6 MHD tot het treffen van bestuurlijke maatregelen.

Vrije velddelict

Schending van de milieuregelgeving die niet gebonden is aan een gereglementeerde installatie of activiteit, zoals bv. het achterlaten van afval, verbranden van afval.