Tankstations met ontvlambare gassen

Aan de opslag en verdeling van vloeibare en gecomprimeerde of vloeibaar gemaakte gassen en (licht) ontvlambare brandstoffen in bevoorradingsstations voor motorvoertuigen zijn enkele risico’s verbonden, die een aanzienlijke impact kunnen hebben op de mens en het milieu of de omgeving van dergelijke inrichtingen. Daarom heeft de wetgever aan de exploitanten van dergelijke verdeelstations een aantal maatregelen opgelegd om deze risico’s te beheersen, om de kans op een incident te verkleinen en om de nadelige gevolgen van een incident te voorkomen of te beperken.

Bij de inwerkingtreding van het Omgevingsvergunningsdecreet op 23 februari 2017 werden de meeste bevoorradingsstations voor motorvoertuigen of ‘tankstations’ gedeclasseerd van klasse 1 naar klasse 2, behalve die tankstations die (ook) vloeibaar gemaakte gassen (LPG of LNG) of gecomprimeerde gassen (CNG en waterstof (H2)) verdelen, of die wegens de opgeslagen hoeveelheid vloeibare brandstoffen toch nog in klasse 1 worden ingedeeld. In dit laatste geval gaat het voornamelijk over tankstations die meer dan 90 ton benzine ondergronds opslaan, of meer dan 50 ton benzine gecombineerd bovengronds en ondergronds in industriegebied, of meer dan 30 ton benzine gecombineerd bovengronds en ondergronds in ander dan industriegebied.

De sectorale voorwaarden voor de exploitatie van LPG-stations zijn de voorbije jaren verschillende keren veranderd. Belangrijk is onder meer de invoering van risicoafstandsregels die moeten worden gerespecteerd en de minimale technische eisen waaraan alle LPG-installaties sinds 1 januari 2019 moeten voldoen.

Door de evolutie naar milieuvriendelijkere alternatieve brandstoffen voor motorvoertuigen worden steeds meer bevoorradingsstations met Compressed Natural Gas (CNG), Liquefied Natural Gas (LNG) of waterstof (H2) geopend. De regelgever heeft hierop ingespeeld: deze bevoorradingsstations zijn ingedeeld als hinderlijke klasse 1-inrichtingen en voor de CNG-stations gelden bovendien sectorale voorwaarden. Voor zowel de LNG-stations als waterstofstations ontbreekt momenteel een voorwaardenkader in VLAREM II, maar worden regelmatig bijzondere voorwaarden opgenomen in de omgevingsvergunning en zijn de beste beschikbare technieken wel vastgelegd.

Wat is de rol van Omgevingsinspectie?

Controle op klasse 1 ingedeelde tankstations op de naleving van hun omgevingsvergunning (voorwerp en voorwaarden) en op het correct naleven van de overige van toepassing zijnde sectorale voorwaarden uit VLAREM II.