Randvoorwaarden windturbines

Relevante milieuvoorwaarden

De milieuvoorwaarden die moeten gerespecteerd worden bij de exploitatie van een windturbine zijn opgenomen in titel II van het VLAREM. Hiermee wordt een rechtszeker kader gecreëerd voor zowel omwonenden, exploitanten als vergunningverleners bij de inplanting en exploitatie van grootschalige windturbines in Vlaanderen.

Kader veiligheid en windturbines

Handleiding project-m.e.r.-verplichtingen

Ruimtelijk afwegingskader: omzendbrief

  • Het ruimtelijk afwegingskader en de randvoorwaarden voor de inplanting van windturbines zijn gebundeld in de omzendbrief RO/2014/02.

Plan-m.e.r.-plicht voor Vlarem II-normen en omzendbrief over windturbines

In een arrest van 25 juni 2020 in de zaak C-24/19 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat het besluit dat de sectorale voorwaarden voor windturbines in Vlarem II (afdeling 5.20.6) invoerde en de omzendbrief RO/2006/02 inzake windturbines (onder voorbehoud van verdere beoordeling van de juridische aard van deze omzendbrief door de Raad voor Vergunningsbetwistingen) plan-m.e.r.-plichtig zijn.

Dit arrest kwam er nadat de Raad voor Vergunningsbetwistingen een aantal prejudiciële vragen had gesteld. De Raad moet zich immers uitspreken over een beroep dat werd ingesteld tegen de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van 5 windturbines. In dit beroep wordt opgeworpen dat de vergunning onwettig is omdat zij gebaseerd is op de sectorale voorwaarden voor windturbines in Vlarem II (afdeling 5.20.6) en de omzendbrief RO/2006/02, die niet verenigbaar zouden zijn met de plan-m.e.r.-richtlijn (2001/42/EG). Voor deze regelgeving had volgens de beroepsindieners een milieueffectrapportage plaats moeten vinden.

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat de invoering van de sectorale voorwaarden voor windturbines in Vlarem II een “plan of programma” vormt in de zin van de plan-m.e.r.-richtlijn en aldus aan een milieubeoordeling onderworpen moest worden. Wat de omzendbrief betreft, stelt het Hof dat het finaal aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen toekomt om de kenmerken ervan te bepalen en te oordelen of deze omzendbrief al dan niet onder het begrip “plannen en programma’s” valt.

Ingevolge dit arrest van het Hof van Justitie kan worden geargumenteerd dat de Vlaamse sectorale voorwaarden voor windturbines onwettig zijn en zouden ze door de rechter buiten toepassing kunnen worden verklaard op grond van artikel 159 Grondwet, wat de onwettigheid van de erop gebaseerde vergunning met zich meebrengt.

Het risico op dergelijke onwettigverklaring na het arrest van het Hof van Justitie leidt tot  fundamentele rechtsonzekerheid voor zowel bestaande als toekomstige windturbineprojecten. De doelstellingen inzake hernieuwbare energie en de bevoorradingszekerheid inzake elektriciteit komen hiermee in het gedrang. Aangezien in de gegeven omstandigheden er geen andere manier is om aan deze problematiek het hoofd te bieden, was een decretaal ingrijpen vereist.  

Bestaande normen voor maximaal 3 jaar gevalideerd

Het Vlaams Parlement heeft een oplossing willen bieden voor de gecreëerde rechtsonzekerheid en heeft hiertoe een validatiedecreet aangenomen. Dit is het decreet van 17 juli 2020 tot validering van de sectorale milieuvoorwaarden voor windturbines. Het werd op 24 juli 2020 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.  

Het validatiedecreet heeft kort samengevat de volgende inhoud:

  • De sectorale windturbinenormen in afdeling 5.20.6 van titel II van het VLAREM worden geldig verklaard

    • vanaf hun inwerkingtreding
    • tot er nieuwe sectorale windturbinenormen worden vastgesteld, nadat een milieueffectenbeoordeling werd doorlopen
    • voor maximaal 3 jaar na het inwerking treden van het validatiedecreet.
  • De omzendbrief EME/2006/01 RO/2006/02 wordt geldig verklaard vanaf

    • de datum van inwerking treden ervan
    • tot de datum waarop omzendbrief RO/2014/02 van 25 april 2014 betreffende een afwegingskader en randvoorwaarden voor de oprichting van windturbines in werking trad. Deze omzendbrief heft immers de omzendbrief van 2006 op.
  • De Vlaamse Regering krijgt de uitdrukkelijke opdracht nieuwe sectorale normen voor installaties voor het opwekken van elektriciteit door middel van windenergie op te stellen. Deze normen moeten onderworpen worden aan een voorafgaande milieueffectbeoordeling en moeten in werking treden uiterlijk binnen 3 jaar na de datum van publicatie van het Validatiedecreet.

De artikelen die dit bepalen worden ingeschoven in Titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Deze regeling treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het

Belgisch Staatsblad.

De vergunningverlenende overheden kunnen, in afwachting van de nieuwe sectorale normen voor windturbines, de huidige, geldig verklaarde, sectorale normen voor windturbines toepassen.

U kan het door het Vlaams Parlement aangenomen voorstel van decreet raadplegen op de website van het Vlaams Parlement.