Podcast Duurzaam Hoger Onderwijs

 

 

Hans Bruyninckx, 18.10.2017
Filip Colson

Welkom bij de allereerste Podcast Duurzaam Hoger Onderwijs, van Ecocampus, Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid.

We praten vandaag over onderzoek en onderwijs aan de universiteit en hogeschool van de toekomst. Over de fundamentele omslag die nodig is om van een disciplinaire naar een geïntegreerde kennis te evolueren. Want dat is volgens onze gast de enige manier om het hoofd te bieden aan de langetermijnuitdagingen waar we met z’n allen voor staan. 

Zijn boodschap is dan ook voor iedereen relevant: voor onderzoekers in zowel fundamentele als toegepaste richtingen, voor economen en ondernemers, voor sociologen en psychologen, voor verplegers en docenten, voor ingenieurs en juristen…

Ik ben Filip Colson en naast mij zit Hans Bruyninckx.

Welkom Hans, heel erg bedankt om er vandaag bij te zijn. Voor we van start gaan: wie is Hans Bruyninckx?

Ik ben sinds juni 2013 de directeur van het Europese Milieuagentschap. Daarvoor was ik prof aan de KULeuven in de Politieke Wetenschappen, met een specialisatie in milieu- en klimaatbeleid.

Welke rol ziet u voor de universiteiten en hogescholen in het stimuleren van onderzoek en onderwijs dat bijdraagt aan duurzame ontwikkeling?

Als onderzoeks- en onderwijsinstelling krijg je een aantal jonge mensen in jouw handen, voor drie, vier, vijf jaar of meer. Als dat onderzoekers worden zelfs voor nog meer jaren. In welke context ga je hen onderzoek laten doen en ga je hen kennis bijbrengen? De manier waarop we het tot nu toe vaak gedaan hebben, is gekoppeld aan erg disciplinaire invalshoeken, sterk gedreven vanuit theoretische concepten, zeer vaak gebaseerd op de analyse van het verleden. Terwijl we op dit moment in een wetenschappelijke fase zitten waarbij men meer en meer begint te denken in systemen, in complexiteit —zowel in de natuurwetenschappen als in technologie, in de menswetenschappen zowel als in de medische wetenschappen— en we zitten ook met maatschappelijke uitdagingen die erg systemisch en complex zijn.

Als je kijkt naar de komende decennia weten we dat we moeten gaan naar een koolstofarme samenleving. Dat wil zeggen dat we de kernsystemen van onze samenleving grondig zullen moeten veranderen. Dan gaat het bijvoorbeeld niet over verbeteringen in de motor van een wagen maar over een systeem van duurzame mobiliteit. Dan gaat het over een systeem van landbouw en voeding, een energie-systeem, enzovoort. En in die systeembenadering heb je de complexiteit nodig van de juridische aspecten, de economische aspecten, de businessmodellen die eraan vasthangen, de technologie, de maatschappelijke verandering die ermee gepaard gaat… Wat is de impact van bijvoorbeeld de vergrijzing —die we redelijk goed kunnen voorspellen? Al die dingen hangen aan elkaar vast.

Ik denk dat een van de uitdagingen voor onderzoeksinstellingen is om te vertrekken van die maatschappelijke langetermijnuitdagingen en te beseffen dat we daar een wetenschappelijke basis voor moeten bouwen die veel meer geïntegreerd is, die wellicht ook veel meer vooruitkijkend is, en die veel meer vertrekt vanuit die concepten van complexiteit, non-lineariteit, tipping points, … En dat doen we heel zelden.

Er zijn weinig of geen opleidingen die naar het mobiliteitsysteem of de vergrijzing kijken.
Vergrijzing is een sociologisch probleem, een psychologisch probleem, een financiële uitdaging, een wetenschappelijk-medische uitdaging, … dat soort geïntegreerde kijk en kennis in het onderzoek brengen is volgens mij heel belangrijk.  

Wat we de laatste decennia gezien hebben is dat technologen zeggen “maar we hebben er toch een humane wetenschapper bij gebracht”, terwijl die in feite de vertaling moet doen [van de onderzoeksresultaten] naar beleid achteraf. Of omgekeerd, mensen die nadenken over  technologie in de samenleving zijn dikwijls sociologen, filosofen, wetenschapsfilosofen, en “er zit ook iemand bij die iets van technologie kent”.

Ik denk dat we veel meer moeten vertrekken vanuit die moeilijke systemische oefening om vanuit sterke disciplinaire kennis een even sterke geïntegreerde systemische kennis op te bouwen. En dan krijg je dus onderzoek dat op dat soort uitdagingen ook een ander soort antwoorden biedt.

Op dit moment heb je nog al te vaak de antwoorden vanuit klassieke economen die zeggen “zet er gewoon de juiste prijs op”. Als het zo simpel was, hadden we het misschien al wel gedaan. Of technologen en ingenieurs die niet begrijpen waar al die sociologen zich druk over maken, zij bieden vanuit de technologie immers simpele oplossingen aan. Ja, maar de samenleving waarin die oplossingen gaan gebruikt worden is niet zo simpel. Dus veel meer integreren van in het begin is erg belangrijk.

Wat betekent systeemdenken, langetermijndenken, omgaan met complextiteit etc. voor de onderzoeksfinanciering?

Hier zijn twee aspecten van belang. Even belangrijk als het financieringssysteem is het systeem van erkenning en reward in de klassieke onderzoekswereld, waarbij je vooral hoge scores moet hebben in de hypergespecialiseerde journals en je dus carrière maakt door steeds verder te specialiseren, eerder dan door connecting the dots. Ten tweede, wat betreft onderzoeksfinanciering bestaan er goede voorbeelden. Finland heeft zo het strategisch onderzoeksfonds, waarbij je je onderzoek moet enten op die maatschappelijke langetermijnuitdagingen —dat zijn de naalden op het kompas, bijvoorbeeld de low carbon economy, circular economy, bio-based economy, èn waarbij je minstens vanuit een aantal disciplines en instellingen samen een maatschappelijk relevant onderzoekstraject moet uitzetten waarbij de finaliteit niet noodzakelijk een vermarkting van oplossingen is. Je kan ook maatschappelijke innovatie hebben die geen onmiddellijke vermarkting is van technologie.

Maar ook in onderwijs: ik kan me goed voorstellen dat de universiteit van de toekomst een algemeen eerste semester zou hebben waarbij we jonge mensen inleiden in de macro-evoluties of zogeheten mega-trends in de samenleving. De boodschap is dan: hierin gaan jullie jullie loopbaan hebben, heel jullie levenslang-leren-traject, heel jullie gezin zien evolueren, … Dan beseft men achteraf ook beter vanuit de disciplines waarover men een wetenschap en een kennis aan het opbouwen is. En die wil ik niet verengen tot milieu en klimaat, demografie zou bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel zijn, en de dynamiek van globalisering: groeiende inter-culturaliteit, verstedelijking, …

Er zijn een aantal grote tendensen waar we bij ons in Vlaanderen en België deel van zijn. Dat is de context waarbinnen we kennis ontwikkelen, en in die context zitten ook de uitdagingen waarvoor we kennis ontwikkelen. Hier mag ook een flink stuk ethiek in zitten, de waarden en normen die we in een toekomstige duurzame samenleving moeten ontwikkelen of beschermen. We moeten dus in het ganse kennissysteem veel meer vertrekken vanuit de belangrijke uitdagingen die er zijn.

Dan ga je ook voor een stuk het verschil overstijgen tussen de zogenaamde topwetenschap, de fundamentele, en de second-class, de toegepaste wetenschap. Ik heb dat idee altijd verworpen; er is goede wetenschap en slechte wetenschap. Het is vreemd dat in de humane wetenschappen het beleidsonderzoek als minderwaardig wordt beschouwd, terwijl in de ingenieurswetenschappen de toepassing en het introduceren op de markt juist als iets goeds telt.

Je gaat op die manier de noodzaak zien om bijvoorbeeld erg fundamenteel te denken aan nieuwe materialen, maar je gaat ook die nieuwe materialen moeten toepassen in nieuwe contexten: qua mobiliteit, huisvesting, … Als je bedenkt dat 40% van de woningen die er in 2050 zullen nodig zijn nog moet gebouwd worden: dat kunnen we niet doen met de oude technologie, dat zullen we moeten doen op een andere manier. Dit vergt fundamenteel onderzoek maar ook bijvoorbeeld een link met architectuur en ruimtelijke planning. Die geïntegreerde visie is dus belangrijk.

Daar ligt voor àlle wetenschappen een hook, waardoor we bijvoorbeeld de economie en de business schools kunnen inbedden in een ander soort dynamiek. Momenteel zitten we in een dynamiek waarbij je kan zeggen: financieel kapitaal is overgewaardeerd, menselijk kapitaal ondergewaardeerd, en natural capital bijna niet gewaardeerd. Dan moeten we ook niet schrikken van de resultaten: ondanks de economische crisis doet (financieel) kapitaal het behoorlijk goed, als je kijkt naar de beurzen in de VS. Dat is een cynische vaststelling.

De sociaal-maatschappelijke crisis in Europa is op dit moment misschien groter dan de financiële. En qua milieu en biodiversiteit blijft de trend dalend, ondanks veertig jaar uitgebouwd milieubeleid. Ik verbaas me daar niet over. Dat is een essentiële uitdaging, ook voor economen, om kritisch te kijken naar het systeem waarvan zij voor een stuk de theoretische fundamenten leggen en het ook toepassen: TEW’ers, handelsingenieurs, business schools.

Waar zit in zo’n context het ethisch perspectief, en wat betekent dat voor fundamenteel onderzoek?

Denk aan de founding father van de Martin School aan de universiteit van Oxford, die zei: “This could be our best century, or our worst”. Hierbij komen vragen van waarden, normen, verdeling, ethiek kijken.

Je kan een aantal naalden op het kompas hanteren. We weten niet hoe het zal zijn in 2050. Wie had in 1990 ingeschat wat de impact van het internet zou zijn op de samenleving 25 jaar later? Dat wisten we niet. Maar er zijn een aantal naalden op het kompas die we rond duurzaamheid wel kennen: er moet een omslag komen van een koolstofintensieve naar een koolstofarme samenleving, naar een meer circulair economisch model, naar een erkenning van natural capital en biodiversiteit als de fundamentele basis waarop een samenleving geënt is.

Dan denk ik dat je rond onderzoek en rond keuzes in de samenleving een soort toets kan vormen. Ik denk dat je je niet meer kan permitteren als moderne samenleving om onderzoek te financieren dat niet bijdraagt aan dat soort richting. We vragen van beleid dat het coherent is —je wil niet langs de ene kant een duurzaam mobiliteitssysteem uitbouwen en 20 elektrische bussen financieren in Gent en langs de andere kant in diezelfde stad vijftigduizend bedrijfswagens subsidiëren. It makes no sense.

Ik denk dat het ook in onderzoek en innovatie duidelijk moet zijn waar we géén middelen meer kunnen aan geven, omdat het niet compatibel is met een aantal fundamentele uitdagingen voor de toekomst. Daar hebben we nog een weg af te leggen.

Ik ben duidelijk voor vrijheid van onderzoek, ook voor een zeer grote diversiteit aan onderzoek, inclusief het fundamentele waar je niet onmiddellijk een toepassing van ziet, maar wel goed wetende dat je dat onderzoek financiert binnen een maatschappelijke context die wel uitdagingen heeft. Er is voldoende creatief, niet onmiddellijk gericht, fundamenteel onderzoek te doen bínnen een richting van duurzaamheid. De fundamentele omslag is dat we niet meer gaan financieren voor niet-duurzaamheid.

Daar moet je als samenleving een debat over voeren, zeker in de Europese context waar onderzoek op hogescholen en universiteiten in belangrijke mate gefinancierd blijft door de belastingbetaler. We zijn allemaal fans van het Parijs-akkoord maar dat heeft consequenties voor de richting van onderzoek, dat is duidelijk.

Welke goede voorbeelden ziet u al, in Europa, van hogeronderwijsinstellingen die de boodschap begrepen hebben?

Er zijn heel veel goede voorbeelden. Kijk bijvoorbeeld naar de Copenhagen Business School, die is zeer sterk gericht op duurzaamheid. We hebben heel goede business mensen nodig, van bankiers tot ondernemers, voor die economie van de toekomst. Maar dan moet je wel als uitgangspunt nemen dat je die mensen vormt, opleidt, kennis meegeeft om hun kwaliteiten te gebruiken binnen die boundary condition. Binnen die naald op het kompas, en dat niet overlaten aan de onzichtbare hand van de markt of wat ze toevallig willen of niet willen.

Ook de Norwegian University of Technology & Science (NTNU) Business School is erg gericht op duurzaamheid.

Je hebt universiteiten [en hogescholen] die uitdrukkelijk de Sustainable Development Goals gebruiken als toetssteen voor hun maatschappelijke relevantie. Ik denk hier bijvoorbeeld aan de universiteit van Helsinki.

Er zijn heel veel goede voorbeelden [in het hoger onderwijs] maar dat vergt een serieus engagement, een omslag en een opvolging door de top [van de instellingen]. Op iedere hogeronderwijsinstelling zitten er mensen die ervan overtuigd zijn, maar er echt een beleid rond uittekenen vergt toch leadership. Daar hebben we nog wel wat uitdagingen.

Achtergrondinfo:

  • Europees Milieuagentschap, European Environment Agency, www.eea.europa.eu
  • Parijs-akkoord, het ‘klimaatakkoord’ dat in december 2015 is afgesloten binnen de United Nations Framework Convention on Climate Change, http://unfccc.int/paris_agreement/items/9485.php
  • Martin School, Oxford University, https://www.oxfordmartin.ox.ac.uk/ (The Oxford Martin School is a community of more than 200 academics based at the University of Oxford. Working in collaborative teams that cut across disciplines, they research complex, global issues that cannot effectively be understood and tackled by any single discipline alone.)
  • Copenhagen Business School, https://www.cbs.dk/en
  • Norwegian University of Technology & Science (NTNU) Business School, https://www.ntnu.edu/hhs
  • Universiteit van Helsinki, https://www.helsinki.fi/en
  • (geknipt uit het gesprek:) Ook fundamenteel onderzoek is niet waardenvrij. Je gebruikt collectieve middelen om onderzoek te doen, naar bijvoorbeeld de grenzen van het heelal. Ik heb enorm veel waardering voor mensen die het fundamenteelste onderzoek doen, maar ook die mensen zijn deel van een samenleving en die samenleving heeft dringend nood aan een andere richting. Dus ook daar is dit niet waardenvrij. Je kan fundamenteel onderzoek doen waarbij je je op voorhand afvraagt of jouw onderzoek op een of andere manier kan bijdragen aan dit soort richting. Daar kan je de koppeling maken.

 

Contacteer ons