plan-MER over sectorale voorwaarden voor windturbines

Naar aanleiding van een arrest van het Europees Hof van Justitie wordt momenteel een plan-MER opgesteld om de milieu-impact van sectorale voorwaarden voor windturbines te onderzoeken. Hier vindt u meer informatie over de aanleiding van dit plan-MER, en over een validatiedecreet als oplossing voor de ontstane rechtsonzekerheid. 
Daarnaast wordt de plan-MER-procedure kort toegelicht. Tijdens deze plan-MER-procedure worden twee publieke participatiemomenten georganiseerd. Via deze website kan u steeds de meest actuele informatie hierover vinden.  

 

Inspraak op de kennisgevingsnota

In een vroege fase van de procedure van plan-MER wordt een kennisgevingsdocument opgemaakt. Dit document bevat informatie over het voorgenomen plan en de manier waarop de milieueffecten van dat plan zullen worden bestudeerd, geëvalueerd en beoordeeld.

Burgers of overheden hebben inspraak op dit kennisgevingsdocument. Zo kunnen ze  vóór de start van het milieueffectenonderzoek extra elementen aanbrengen die in het milieueffectenonderzoek mee in beschouwing moeten worden genomen om de effectenstudie zo volledig mogelijk te maken. 

Vanaf nu kan u uw opmerkingen op het kennisgevingsdocument bezorgen.

Waarom een plan-MER?

In een arrest van 25 juni 2020 in de zaak C-24/19 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat het besluit dat de sectorale voorwaarden voor windturbines in titel II van het VLAREM (afdeling 5.20.6) invoerde en de omzendbrief RO/2006/02 inzake windturbines (onder voorbehoud van verdere beoordeling van de juridische aard van deze omzendbrief door de Raad voor Vergunningsbetwistingen) plan-m.e.r.-plichtig zijn.

Dit arrest kwam er nadat de Raad voor Vergunningsbetwistingen een aantal prejudiciële vragen had gesteld aan het Europees Hof. De Raad moest zich uitspreken over een beroep dat werd ingesteld tegen de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van 5 windturbines. In dit beroep wordt gesteld dat deze vergunning onwettig is omdat zij gebaseerd is op de vermelde sectorale voorwaarden voor windturbines en de vermelde omzendbrief, en dat die niet verenigbaar zijn met de plan-m.e.r.-richtlijn (2001/42/EG). Voor deze regelgeving had volgens de indieners van het beroep een milieueffectrapportage moeten gebeuren.   

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat de invoering van de sectorale voorwaarden voor windturbines in titel II van het VLAREM een “plan of programma” vormt in de zin van de plan-m.e.r.-richtlijn. Voorafgaand aan de invoering moesten deze sectorale voorwaarden dus aan een milieubeoordeling onderworpen worden.

Wat de omzendbrief betreft, stelt het Hof dat het finaal aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen toekomt om de kenmerken ervan te bepalen en te oordelen of deze omzendbrief al dan niet onder het begrip “plannen en programma’s” valt.
 

Validatiedecreet

Door het arrest van het Europees Hof van Justitie bestaat het risico dat een rechter deze Vlaamse sectorale voorwaarden voor windturbines onwettig verklaart en op basis van artikel 159 van de grondwet buiten toepassing verklaart. Daardoor zouden ook de vergunning, die op deze voorwaarden zijn gebaseerd, onwettig verklaard kunnen worden. 

Dit risico zou een fundamentele rechtsonzekerheid meebrengen voor zowel de initiatiefnemers van windturbineprojecten als voor de omwonenden.  Bovendien zouden ook de doelstellingen voor hernieuwbare energie en de bevoorradingszekerheid van elektriciteit in het gedrang worden gebracht.

Als oplossing voor deze rechtsonzekerheid heeft het Vlaams Parlement een validatiedecreet aangenomen: het decreet van 17 juli 2020 tot validering van de sectorale milieuvoorwaarden voor windturbines. Het validatiedecreet heeft kort samengevat de volgende inhoud:

  • De sectorale windturbinenormen in afdeling 5.20.6 van titel II van het VLAREM worden geldig verklaard
    • vanaf hun inwerkingtreding;
    • tot er nieuwe sectorale windturbinenormen worden vastgesteld, nadat een milieueffectenbeoordeling is gebeurd;
    • voor maximaal 3 jaar nadat het validatiedecreet in werking is getreden.
  • De omzendbrief EME/2006/01 RO/2006/02 wordt geldig verklaard vanaf 
    • de datum van inwerkingtreding ervan
    • tot de datum waarop omzendbrief RO/2014/02 van 25 april 2014 betreffende een afwegingskader en randvoorwaarden voor de oprichting van windturbines in werking trad. Deze omzendbrief heft immers de omzendbrief van 2006 op. 
  • De Vlaamse Regering moet nieuwe sectorale normen opstellen voor windturbines.  Voor deze normen moet vooraf een milieueffectbeoordeling gebeuren. Bovendien moeten ze uiterlijk binnen 3 jaar na de datum van publicatie van het Validatiedecreet in werking treden. 

Deze bepalingen zijn opgenomen in afdeling 6 van Titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM). Ze traden in werking op 24 juli 2020, de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Bij het Grondwettelijk Hof werd tegen dit decreet een procedure opgestart waarbij de schorsing en de vernietiging van het decreet werd gevraagd. Het Grondwettelijk Hof heeft echter zowel de verzoeken tot schorsing (arrest nr. 30/2021 van 25 februari 2021) als de verzoeken tot vernietiging (arrest nr. 142/2021 van 14 oktober 2021) verworpen.

Tot er nieuwe sectorale normen voor windturbines zijn, kunnen de vergunningverlenende overheden de huidige, geldig verklaarde, sectorale normen voor windturbines toepassen.
 

Opmaken van een Plan-MER

De opdracht van het Vlaams Parlement aan de Vlaamse Regering om binnen een termijn van 3 jaar nieuwe sectorale normen voor windturbines vast te stellen, houdt ook in dat vooraf een plan-MER wordt opgemaakt (cfr artikel 5.4.16 van het DABM).

Het opmaken van een plan-MER moet op een zorgvuldige en onafhankelijke manier gebeuren. Het vraagt dan ook de nodige tijd om het onderzoek op een kwaliteitsvolle manier uit te voeren. Het plan-MER proces is gestart in september 2021. Ten laatste op 24 juli 2023 moet het hele proces afgerond zijn én moeten nieuwe sectorale voorwaarden vastgelegd zijn.

Als basisscenario zullen de gevalideerde sectorale voorwaarden voor windturbines zoals opgenomen in afdeling 5.20.6 van titel II van het VLAREM, als voorwerp van het plan-MER onderzocht worden. , Het plan-MER wordt opgemaakt  door een team van deskundigen onder leiding van een erkende MER-coördinator.

Er zal een milieueffectbeoordeling uitgevoerd worden om na te gaan of de toepassing van deze sectorale voorwaarden kan aanleiding geven tot aanzienlijke milieueffecten zoals bedoeld in hoofdstuk II van Titel IV van het DABM.
 

Plan-MER procedure met publieke inspraak

De plan-MER-procedure bestaat uit drie verschillende fases: 

  1. kennisgevingsfase met het vastleggen van richtlijnen voor de opmaak van het plan-MER 
  2. opmaak ontwerp-plan-MER 
  3. opmaak definitief plan-MER en goedkeuring plan-MER 

Meer algemene informatie over de plan-MER procedure

Op belangrijke momenten is een raadpleging van het publiek voorzien.

Omdat het plan grensoverschrijdende  effecten kan veroorzaken, zal de grensoverschrijdende procedure worden gevolgd. Dat betekent dat het kennisgevingsdocument en het ontwerp-plan-MER bezorgd worden aan naburige landen en gewesten.

Kennisgevingsfase 

In een zeer vroege fase van de procedure wordt een kennisgevingsdocument ter inzage gelegd van het publiek. Dit document bevat onder andere de volgende informatie:

  • een beschrijving en verduidelijking van de intenties inzake het voorgenomen plan of programma; 
  • een voorstel van reikwijdte en detailleringsniveau van het plan-MER; 
  • een voorstel van de inhoudelijke aanpak van het plan-MER, met inbegrip van de methodologie. 

Team Mer zal richtlijnen vastleggen voor de opmaak van het plan-MER. Het zal daarbij rekening houden met de inspraakreacties en met de adviezen van overheidsinstanties. 

Definitief plan-MER en goedkeuring plan-MER  

Op basis van deze richtlijnen zal het team van onafhankelijke deskundigen onder leiding van een MER-coördinator een ontwerp-plan-MER opmaken. Dit ontwerp-plan-MER zal opnieuw ter inzage gelegd worden van het publiek tijdens een openbaar onderzoek. 
Definitief plan-MER en goedkeuring plan-MER Opmerkingen van het publiek en van adviesinstanties worden verwerkt en kunnen aanleiding geven tot aanpassingen of aanvullingen van het plan-MER. Het definitief plan-MER moet voor goedkeuring worden ingediend bij het team MER.

Vaststelling nieuwe sectorale normen

Nadat het team Mer het plan-MER heeft goedgekeurd, worden nieuwe sectorale normen voor windturbines vastgesteld door de Vlaamse Regering. Daarbij zal rekening worden gehouden met de conclusies uit het plan-MER.
 

Stand van zaken

De kennisgeving ligt ter inzage van 15 december 2021 tot 12 februari 2022.

Contacteer ons

Afdeling Beleidsontwikkeling en Juridische Ondersteuning (BJO)