Plan-m.e.r.

Wanneer plan-m.e.r.?

Plannen en programma’s (zoals gedefinieerd in het DABM) die het kader kunnen vormen voor de toekenning van een vergunning voor een project of waarvoor een passende beoordeling (effectonderzoek op habitat- en vogelrichtlijngebieden) vereist is, vallen onder het toepassingsgebied van de regelgeving over plan-milieueffectrapportage (plan-m.e.r.). 

Het is echter niet de bedoeling om voor al deze plannen steeds een volwaardig plan-MER (plan-milieueffectenrapport) op te stellen. Voor plannen die bijvoorbeeld niet het kader vormen voor projecten van bijlage I, II of III of voor plannen die betrekking hebben op een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging inhouden, kan een plan-m.e.r.-screening worden opgesteld. Als in een plan-m.e.r.-screening op een eenvoudige wijze aangetoond wordt dat er geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn, moet geen plan-MER opgesteld worden.

Elk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) valt onder de plan-m.e.r.-regelgeving. Voor RUP’s bestaat er sinds 1 mei 2017 de geïntegreerde procedure waarbij de plan-m.e.r.-procedure (screening of MER) geïntegreerd is in de procedure voor de opmaak van het RUP. 

Andere plannen dan RUP’s volgen, als ze onder de plan-m.e.r.-regelgeving vallen, de generieke procedure. Er bestaat een procedure voor de ‘generieke’ plan-m.e.r.-screening en een procedure voor het ‘generieke’ plan-MER.
 

Plan-m.e.r. en RUP

Plan-milieueffectrapportage is geïntegreerd in het planningsproces voor RUP’s. Bij de start van de procedure moet gekozen worden om ofwel te motiveren dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is ofwel om een plan-MER op te stellen. 

  • Geïntegreerde procedure voor RUP zonder plan-MER

Bij de start van het proces wordt in de startnota gemotiveerd dat het voorgenomen RUP screeningsgerechtigd is en geen aanzienlijke effecten kan hebben voor het milieu. Adviesinstanties en het publiek krijgen vervolgens 60 dagen de tijd om opmerkingen te geven over de startnota. Na een verwerking van de inspraak en adviezen door het planteam, vraagt het planteam een bevestiging aan het Team Mer dat de opmaak van een plan-MER inderdaad niet nodig is. Dit moet gebeuren vóór de voorlopige vaststelling van het RUP.

  • Geïntegreerde procedure voor RUP met plan-MER

Als er bij de opmaak van een RUP een plan-MER wordt opgesteld, dan is het Team Mer lid van het planteam dat het geïntegreerd planningsproces voert. In de startnota zal een beschrijving van de te onderzoeken effecten opgenomen worden en van de inhoudelijke aanpak van de effectbeoordelingen. Adviesinstanties en het publiek krijgen vervolgens 60 dagen de tijd om opmerkingen te geven over de startnota. Het Team Mer integreert haar richtlijnen voor het plan-MER in de scopingnota. 

Vervolgens zal het (ontwerp) plan-MER opgemaakt worden door deskundigen onder leiding van een erkend MER-coördinator. Parallel aan dit proces zal ook het RUP vorm krijgen. Bij voorkeur wordt een bespreking van het ontwerp-MER georganiseerd waarbij ook adviesinstanties de kans krijgen om het ontwerp-MER in zijn geheel door te nemen. Na een verwerking van de opmerkingen, kan het (ontwerp) plan-MER gevoegd worden bij het (ontwerp) RUP. Vervolgens zal er een plenaire vergadering of een schriftelijke adviesronde plaatsvinden en daarna kan het ontwerp RUP én het (ontwerp) plan-MER in openbaar onderzoek. 

Opmerkingen en adviezen kunnen aanleiding geven tot aanpassingen en aanvullingen aan het RUP en het plan-MER. Vóór de definitieve vaststelling van het RUP, zal het Team Mer de kwaliteit van het plan-MER beoordelen.

Procedure plan-m.e.r. in RUP

 

Plan-MER voor andere plannen en programma’s (generieke procedure)

De procedure start met de opmaak van een kennisgeving. Een kennisgeving bevat onder andere een beschrijving van het voorgenomen plan en een voorstel van de wijze waarop het milieuonderzoek zal uitgevoerd worden. 
In een volgende stap wordt er advies gevraagd over de kennisgeving en krijgt het publiek de mogelijkheid om te reageren via een terinzagelegging in de gemeentes binnen het studiegebied. Het Team Mer stelt, rekening houdend met de adviezen en inspraak, richtlijnen op voor de opmaak van het plan-MER. 
Vervolgens zal het (ontwerp) plan-MER opgemaakt worden door deskundigen onder leiding van een erkend MER-coördinator. Tijdens de opmaak van het MER vindt overleg plaats tussen de deskundigen en het Team Mer. Meestal wordt ook een bespreking van het ontwerp-MER georganiseerd waarbij ook adviesinstanties de kans krijgen om het ontwerp-MER in zijn geheel door te nemen. Na een verwerking van de opmerkingen, is het (ontwerp) plan-MER klaar voor het openbaar onderzoek. 
Tijdens het openbaar onderzoek kunnen burgers en adviesinstanties opmerkingen geven op het ontwerp plan én het (ontwerp) plan-MER.  Opmerkingen en adviezen kunnen aanleiding geven tot aanpassingen en aanvullingen aan het plan en het plan-MER. Vóór de definitieve vaststelling van het plan, keurt het Team Mer het plan-MER goed.

Deze procedure is van toepassing op zowel meer concrete plannen (bijvoorbeeld ruilverkavelingsplannen) als op meer strategische plannen (bijvoorbeeld beleidsplannen). Er is een grote diversiteit in soorten van plannen (en dus ook in plan-MER’s). De procedure voor de opmaak van het plan wordt meestal geregeld in specifieke regelgeving. Het Team Mer raadt aan om voor de start van de procedure contact op te nemen zodat het verloop van de MER-procedure zo optimaal mogelijk afgestemd kan worden op de planontwikkeling.
Procedure plan-m.e.r. generiek spoor

Plan-m.e.r.-screening (generieke procedure)

In een plan-m.e.r.-screening motiveert de initiatiefnemer dat het voorgenomen plan screeningsgerechtigd is en geen aanzienlijk negatieve effecten kan veroorzaken. De initiatiefnemer vraagt hierover advies aan een aantal instanties. Op vraag kan het Team Mer de initiatiefnemer een lijst met de te raadplegen instanties bezorgen. De uitgebrachte adviezen en een verwerking ervan in het screeningsdossier wordt bezorgd aan het Team Mer. Het Team Mer neemt 30 dagen na de ontvangst van het dossier een beslissing. Deze procedure kan bijvoorbeeld toegepast worden bij een aanvraag tot planologisch attest of een verordening.
 

Contacteer ons

Team Milieueffectrapportage
02 553 80 79