Pilootproject Natural Capital Accounting in Vlaanderen

Natural Capital Accounting?  

Natural Capital Accounting (NCA) is de boekhouding van alle voorraden en stromen van natuurlijk kapitaal in een bepaalde regio. Het biedt een kader om veranderingen in het natuurlijk kapitaal, en de impact hiervan op onze economie, onze welvaart en ons welzijn, systematisch op te volgen. Die boekhouding kan uitgedrukt worden in biofysische of monetaire eenheden. NCA heeft tot doel om het systeem van nationale rekeningen, dat de basis is voor het genereren van economische kernindicatoren zoals bruto binnenlands product (BBP), aan te vullen met informatie over hoe veranderingen in het natuurlijk kapitaal onze economische welvaart beïnvloeden. De VN ontwikkelde een internationaal aanvaarde methode voor het opzetten van Natural Capital accounts (SEEA-EEA).

Pilootproject Vlaanderen

Deze studie verkent de mogelijkheden om NCA in Vlaanderen toe te passen door het opzetten van een aantal pilootrekeningen. Concreet wordt conform de internationale SEEA-EEA richtlijnen, die zijn opgesteld door de Verenigde Naties, een ecosystem extent account en supply-use accounts uitgewerkt voor 5 piloten: watervoorziening, groen en gezondheid, houtproductie, koolstofopslag biomassa en minerale grondstoffen. Voor de piloten zijn rekeningen opgesteld voor de jaren 2013 en 2016. Het opzet van deze rekeningen werd afgestemd met diverse stakeholders.

De ecosystem extent account geeft aan in welke mate ecosysteemtypes voorkomen in Vlaanderen. Deze account is cruciaal in de hele opzet van NCA, aangezien ze de basis is om supply-use accounts te berekenen en de relatieve bijdrage per ecosysteemtype af te leiden. Voor de berekening van deze account kunnen we in Vlaanderen beroep doen op het landgebruiksbestand Vlaanderen. De detailgraad van het landgebruiksbestand is een pluspunt. Anderzijds zijn er ook beperkingen op vlak van betrouwbaarheid, zoals het in kaart brengen van (evoluties) van natuurlijke ecosystemen en groen in private tuinen. 

De supply-use account watervoorziening richt zich vooral op watervoorraden en minder op de monetaire indicatoren. Er werd een berekening gemaakt van de grondwatervoeding voor heel Vlaanderen met behulp van het Wetspass model. Deze berekeningen op jaarbasis werden vergeleken met watergebruiken door de economische sectoren. Verder werd het belang van ecosysteemtypes voor grondwatervoeding ingeschat. De resultaten tonen aan dat dit soort berekeningen mogelijk is op jaarbasis waarbij rekening gehouden wordt met landgebruik, bodemkenmerken en weersgegevens (neerslag, evapotranspiratie). De hier ontwikkelen methodologie zou vb. ook kunnen worden toegepast in waterbalansen van het Reactief Afwegingskader Droogte, waarin het belang van de verschillende ecosysteem-types minder vergaand wordt uitgewerkt.

Voor de supply-use account groen en gezondheid werd voortgebouwd op de methodiek van de Natuurwaardeverkenner, maar met een meer onderbouwde en geactualiseerde selectie van de gezondheidseffecten (dosis-effect relaties), inclusief mortaliteit. De fysieke en monetaire indicatoren zijn adequaat om de relatieve omvang en het economisch belang van deze gezondheidsbaten aan te geven. Voor het totaal van de inwoners in Vlaanderen bedragen de gezondheidsbaten bijna 85.000 DALYs. Voor de monetaire accounts komt de totale gezondheidswinst neer op 464 euro per inwoner per jaar, of 3 miljard euro per jaar voor Vlaanderen. De analyse van de fysieke en monetaire accounts toont dat voor Vlaanderen als geheel het landgebruik natuur hieraan de belangrijkste bijdrage levert, gevolgd door landbouw en residentieel groen. De voornaamste beperking van de fysieke account is dat er onvoldoende kennis is om goed onderbouwd de effecten van de kwaliteiten van de groene omgeving op gezondheid in te schatten. 

In de supply-use account houtproductie probeerden we zicht te krijgen op houtvoorraad, de kwaliteit ervan (boomsoortensamenstelling, diameter, stamtype …), de oogst en het gebruik. De meest betrouwbare gegevens over aanwas zijn afkomstig uit de bosinventaris. In combinatie met gegevens over de grootte van het bosareaal per boomsoort en aanwastabellen is de theoretische aanwas berekend en vergeleken met de reële aanwas voor heel Vlaanderen per boomsoort. Ruw geschat ramen we op deze manier de totale houtoogst in Vlaamse bossen op ongeveer 1 miljoen m³ per jaar en een monetaire waarde van 28 miljoen €. Reguliere monitoring van alle houtstromen ontbreekt op dit moment in Vlaanderen. Naast bos is er ook houtproductie en -oogst in ecosystemen die niet bos zijn, zoals houtkanten. 

De supply-use account koolstofopslag in biomassa richtte zich binnen deze opdracht op hout. Schattingen die gemaakt worden voor LULUCF emissies lijken de logische basis te zijn voor deze account. De Bosinventaris is ook hier van belang omdat dit de basis is voor deze schattingen. In 2013 werd de C-opslag in biomassa van bossen geschat op 54 kt C en in 2016 bedroeg dit 55 kt C. Gewaardeerd aan 60 euro/ton CO2eq. of 220 euro/ton C, betekent dit een monetaire waarde van 12 miljoen €/jaar. De methode die op dit moment gebruikt wordt voor LULUCF heeft wel heel wat beperkingen en wijkt af van de gegevensbasis die gehanteerd wordt bij andere accounts. Een belangrijke afwijking zit in de wijze waarop landgebruik en landgebruiksverandering wordt gekwantificeerd. 

Voor de supply-use account minerale grondstoffen werd voorgesteld een indicator te ontwikkelen die relevante landgebruiken koppelt aan voorraden zodat het areaal ontginningsgebied (primair) bepaald kan worden. In tegenstelling tot andere pilots is in deze pilot account geen schatting gemaakt. Voorraden aanwezig bij diverse type landgebruiken is interessant als aanvulling maar hiervoor ontbreekt de nodige kennis Vlaanderen dekkend.

De belangrijkste conclusies die uit dit pilootproject naar voor kwamen: 

  • Opstellen van eerste NCA voor Vlaanderen is mogelijk op basis van bestaande kennis, gezien er al veel methodes, datasets en tools bestaan om ecosysteemdiensten te kwantificeren en waarderen. 
  • Methodes en data zijn weliswaar te beperkt om evoluties in de tijd en verschillen tussen ecosysteemtypes te kwantificeren. We kunnen een grootte-orde schatten maar niet de impact van beleid doorheen de tijd opvolgen. Hiervoor zijn de data en de methodes nog te beperkt. 
  • Het belang van ecosystemen duiden op een systematische manier in diverse beleidslijnen gebeurt in het algemeen niet of heel beperkt, hier kan NCA helpen om datalacunes te inventariseren en systematisch op te lossen.
  • Het systematische analysekader voor NCA biedt meerwaarde om informatie gestructureerd bij elkaar te brengen, en gericht onderzoek, monitoring of ontwikkelwerk te initiëren.

Meer over dit onderzoek

Contacteer ons

Afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO)
02 553 83 50 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 12.00 u. en van 13.00 tot 17.00 u.)

Meer over dit onderzoek