Belang van organische koolstof in de bodem

We hebben een goede bodemkwaliteit nodig als we ons willen aanpassen aan de klimaatverandering: ze zorgt voor minder droogte en minder erosie en voor meer wateropslag. 
De aanwezigheid van organische stof en bodemorganismen spelen hierin een grote rol. 
De bodem zorgt bovendien voor de opslag van CO2. Daarvoor moet de aanvoer van organische stof minstens even groot zijn als de afvoer. Als de afbraak van organische stof groter is dan de aanvoer ervan, dan zal de bodem CO2 afgeven en net bijdragen aan de klimaatverandering. 

Voor een vruchtbare bodem vol leven

Organische stof in de bodem

De bodem is de buitenste laag van de aardkorst. Hij bestaat voor bijna de helft uit zand-, leem- en kleideeltjes, voor bijna de helft uit lucht en water en voor slechts een paar procenten uit organische stof. Maar precies die organische stof bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van onze bodems. Die bodemkwaliteit hangt dan weer samen met wat die bodem voor ons doet en in de toekomst kan blijven doen. 

Het uitgangsmateriaal van organische stof is vers organisch materiaal zoals oogst- en plantenresten (GFT-afval), compost, stalmest, etc. Dit organisch materiaal wordt door bodemorganismen zoals regenwormen kleiner gemaakt en door bacteriën en schimmels verder afgebroken. 

Wanneer het vers organisch materiaal onherkenbaar geworden is, spreken we van organische stof. Organische stof is een mengsel van complexe chemische verbindingen en bestaat voor ±50% uit organische koolstof

Deze organische stof wordt daarna door bodemorganismen traag afgebroken tot afzonderlijke chemische elementen (stikstof, koolstof, fosfor, etc). Organisch materiaal, levende bodemorganismen en organische stof zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. 

Zorg voor bodemorganismen!

Maar die verbondenheid staat onder druk. Levende bodems boordevol biodiversiteit worden steeds schaarser. De aanvoer van organisch materiaal vermindert en de voorraden organische stof nemen al decennialang af. 

Om te overleven hebben onze ondergrondse helpers voedsel, ruimte, water, zuurstof en rust nodig. Vergeet daarom zeker niet uw bodem te voeden met organisch materiaal en met zorg te behandelen!  

Bodemorganismen graven gangen langs waar water, lucht en plantenwortels vlotter in de grond kunnen dringen. De stoffen die ze produceren verbinden bodemdeeltjes tot aggregaten en zorgen zo voor een kruimelige bodemstructuur. Micro-organismen zorgen ervoor dat nutriënten vastgelegd worden en weer vrijkomen voor de gewassen. 

Er zijn bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen halen en op deze manier zorgen voor gratis bemesting. Mycorrhizaschimmels leven in symbiose met plantenwortels en helpen bij de opname van fosfor. Dankzij een rijk bodemleven, gevoed door organisch materiaal en organische stof, kan de bodem al zijn functies optimaal blijven vervullen.

Tegen droogte, erosie en overstromingen

Organische stof en klimaatverandering

De gevolgen van de klimaatverandering worden ook bij ons meer en meer voelbaar. Men voorspelt scenario’s met grote neerslagpieken, lange droogteperiodes en hoge temperaturen. We kunnen ons aanpassen aan de klimaatverandering, en daarin speelt onze bodem een grote rol.  

Dé sleutelfactor is organische stof, die het bodemleven stimuleert en bijdraagt aan de opbouw van een stabiele bodemstructuur met een optimale poriëngrootteverdeling. Dit is belangrijk voor de stabiliteit en de waterhuishouding van een bodem.

Minder wateroverlast en erosie, meer wateropslag

Een stabiele bodem werkt als een spons voor water en biedt weerstand tegen verdichting door zware landbouwmachines en tegen erosie door afstromend regenwater. Daardoor worden overstromingen en modderstromen preventief bestreden. Bijkomend zorgen de grote poriën ervoor dat de bodem beter doorlaatbaar wordt en wateroverlast wordt vermeden. 

Meer infiltratie betekent dat ondergrondse watervoorraden sneller worden aangevuld en verdroging tegengegaan kan worden. Tijdens dit proces wordt het water ook gefilterd. De kleinere poriën en de organische stof (die tot 20 keer haar eigen gewicht aan water kan vasthouden) zorgen ervoor dat er in de bovenste bodemlaag meer water beschikbaar is voor de plantenwortels. 

Dat betekent dat er een grotere buffer is voor plantengroei tijdens lange, droge periodes die we door de klimaatverandering mogen verwachten.

Als bron of opslag van CO2

Koolstof en CO2

In vergelijking met de lucht rondom ons, bevat de bodem dubbel zoveel koolstof, vastgelegd onder de vorm van organisch stof. Maar door de natuurlijke afbraak van organische stof komt er CO2 vrij en gaat er koolstof verloren. Om dit verlies te compenseren, moet er organische stof worden aangevoerd. 

Planten groeien en leggen CO2 uit de lucht vast. Als een (deel van) de plant afsterft, dan wordt dat plantmateriaal gedeeltelijk omgezet naar organische stof. Ook ander organisch materiaal zoals compost en stalmest zorgen voor heel wat koolstof in de bodem. 

Aanvoer en afvoer in evenwicht

Om het gehalte aan organische (kool-)stof op peil te houden of beter nog, netto koolstof op te slaan, moet de aanvoer van organische stof minstens even groot zijn als de natuurlijke afbraak ervan (positieve balans). Bij een negatieve balans (de aanvoer is kleiner dan de afbraak) daalt het gehalte aan organische (kool-)stof in de bodem en zal de bodem een netto bron van CO2 zijn en bijdragen aan de klimaatverandering. 

Iedereen kan zijn steentje bijdragen voor een positieve balans door voldoende organisch materiaal aan de bodem toe te voegen, zoals plantenresten, compost en andere organische meststoffen.

Veenbodems?

Bodems met heel veel organische stof (>15%) worden veenbodems genoemd. Hoewel zij maar 3% van het aardoppervlak bedekken, is er in deze veenbodems dubbel zoveel koolstof opgeslagen in vergelijking met alle bossen wereldwijd. Verlies van koolstof uit deze bodems zorgt dan ook voor heel veel CO2-uitstoot en een verdere bijdrage aan de klimaatverandering. In Europa is op die manier 3% van de bodems verantwoordelijk voor 25% van de CO2-uitstoot.

Ook Vlaanderen beschikt nog in beperkte mate over veen(-bodems). We moeten dit veen beschermen, want het zorgt voor de opslag van koolstof en het mildert op die manier de gevolgen van de klimaatverandering. Want beide fenomenen  versterken elkaar. Door klimaatverandering worden we geconfronteerd met langere droogteperiodes en veen dat uitdroogt, breekt versneld af en stelt nog meer CO2 vrij.

Koolstofmonitoring: hoeveel koolstof zit er in de bodem?

Om te weten hoeveel koolstof er in de Vlaamse bodems zit,  zal het Departement Omgeving in 2021 een bodemkoolstofmonitoringsmeetnet opstarten. Over een periode van 10 jaar zullen bodems onder alle landgebruiken (landbouw, bos, natuurgebieden, …), maar ook bodems in waterrijke gebieden en (half-)natuurlijke graslanden en bodems beheerd door overheden, lokale besturen en burgers (tuinbodems, parken, bermen, ...) bemonsterd worden. 

Alle locaties zullen daarna om de 10 jaar opnieuw gemeten worden. Zo weten we hoeveel koolstof er in de bodem zit, en hoeveel koolstof er verloren gaat of opgeslagen wordt.

Contacteer ons

Team bodem, ecosystemen en veerkracht

Word 1 van de 5.000 CurieuzeNeuzen en meet de hitte en droogte in jouw tuin.