Optimaliseren en actualiseren van het gebruik van gezondheidsindicatoren binnen de omgevingsbeleidscontext

Situering

Indicatoren voor milieu en gezondheid trachten de brug te slaan tussen enerzijds wetenschappelijke data en anderzijds het beleid. In de eerste plaats zijn deze gebaseerd op gefundeerde wetenschappelijke informatie en anderzijds moeten ze relevant zijn voor het (gezondheids)beleid, de maatschappij en onze gezondheid. Bovendien is het nodig dat deze makkelijk te interpreteren zijn door beleidsmakers. Ze kunnen gebruikt worden om beleid te ontwerpen, te sturen en te evalueren. 

Resultaten

Mogelijke optimalisatie en actualisatie van bestaande milieu-gezondheidsindicatoren in Vlaanderen

Dit onderzoek hield een screening in om bestaande milieu- en gezondheidsindicatoren in Vlaanderen te optimaliseren en een aantal nieuwe indicatoren te ontwikkelen. De bestaande indicatoren (DALYs of Disability Adjusted Life Years in MIRA – Milieurapport Vlaanderen) dateren van 2012, op basis van cijfers van 2010. Mogelijke updates zijn: a) nieuwe gezondheidseindpunten (ziektes) in verband brengen met de stressor; b) sterke verandering in blootstelling doorrekenen; c) nieuwe informatie over bestaande blootstelling-effect relaties toepassen.

Uit de analyse blijkt dat verschillende milieu- en gezondheidsindicatoren kunnen geactualiseerd worden op basis van een aantal nieuwe gezondheidseindpunten die voorheen nog niet werden meegenomen bij de berekening van de indicator. Het betreft de indicatoren m.b.t. de blootstelling aan dioxines, CO in buitenlucht, omgevingstabaksrook, UV straling, cadmium en arseen, alsook de luchtpolluenten ozon, fijn stof en NO2. Daarnaast zouden ook de geluidsindicatoren kunnen worden geüpdatet en zou een indicator rond hittestress kunnen worden ontwikkeld die niet enkel rekening houdt met mortaliteit maar ook met morbiditeit.

Uitbreiding van milieu-gezondheidsindicatoren in Vlaanderen

1.    Groene ruimte

Voor groene ruimte is een aanzet tot een indicator en een set van blootstelling-effect relaties voorgesteld die kan dienen om het gezondheidseffect van groen in de woonomgeving in te schatten en op te volgen op Vlaams niveau. Het onderzoek geeft ook aan dat de beschikbare indicatoren om blootstelling aan groen in kaart te brengen heel beperkt zijn en meer consistente data (bv. via questionnaires, apps) nodig zijn.

2.    Hormoonverstoorders

Voor de blootstelling aan hormoonverstoorders werd een exploratie gedaan van eerdere berekeningen op Europees niveau en gekeken of er op Vlaams niveau voldoende data beschikbaar waren om dezelfde methodologie toe te passen. Er werd enkel gekeken naar een aantal stressoren (HBM data van organosfosfaten, de gebromeerde vlamvertrager PBDE-47, ftalaten, PFAS of per/poly gefluoreerde alkylverbindingen) en enkele gezondheidseffecten (IQ verlies voor de eerste twee stressoren, obesitas voor blootstelling aan ftalaten en hypertensie voor blootstelling aan PFAS). De methodologie werd uitgeschreven zodat ze toepasbaar is wanneer nieuwe HBM data beschikbaar komen. Er werd een eerste schatting gemaakt van de gezondheidsimpact in Vlaanderen met bepaalde aannames. Aangezien er uitgegaan werd van slechts enkele stressoren en eindpunten is deze ruwe schatting een onderschatting van de reële ziektelast van hormoonverstorende stoffen. Dit onderdeel diende als aanzet om indicatoren voor hormoonverstoorders op te stellen en verder uit te werken.

3.    Polyaromatische koolwaterstoffen (PAKs)

Voor PAKs deed de studie een screening van bestaande indicatoren. Deze zijn echter beperkt en mogelijk is het nog te vroeg om een milieu-gezondheidsindicator specifiek voor PAKs uit te werken. Mogelijkheden zouden kunnen liggen in een indicator rond PAKs in houtrook, blootstelling-effect relaties op basis van HBM data of epidemiologische studies rond hormoonverstoring van PAKs. 

4.    Lokale gezondheidsindicator luchtkwaliteit

Omdat de blootstelling aan NO2 spatiaal sterk varieert zou het nuttig zijn om een lokale indicator op te stellen en om blootstelling-effect relaties te bepalen die hiermee rekening houden (op basis van bv. street canyon kaarten). Er zijn echter tot nu toe nog maar een beperkt aantal studies die hierop ingaan en deze zijn gelimiteerd tot bepaalde leeftijdscategorieën en effecten zodat een vertaling naar de algemene bevolking moeilijk is. Meer van deze studies zullen echter in de toekomst ter beschikking komen. Het afleiden van blootstelling-effect relaties kan gebeuren in EU verband die dan verder kunnen toegepast worden op Vlaams niveau.

Aanbevelingen

De studie besluit met specifieke aanbevelingen voor aanpassing/ontwikkeling van indicatoren voor hormoonverstorende stoffen, luchtpollutie, geluid en groene ruimte. Voor enkele hormoonverstoorders is een eerste ruwe inschatting gemaakt van de externe kosten voor gezondheid. Hieruit blijkt dat de impact niet verwaarloosbaar is en zelfs relatief één van de grootste, na de blootstelling aan luchtpollutie. 

Voor een accurate blootstellingsbepaling aan geluid van de bevolking is het van belang om een gebiedsdekkende geluidsbelastingkaart op te stellen. 

Vermits het leefgebied van mensen uitgebreider is dan zijn woonplaats, is het nuttig en relevant om in toekomstige projecten niet enkel statische blootstelling aan endocriene stoorstoffen, luchtpollutie, geluid, groene ruimte etc. in rekening te brengen maar ook dynamische blootstelling (de tijd en plaats waar een persoon werkelijk verblijft). Mensen vertoeven immers niet 100% van de tijd op één locatie. En naarmate men ouder wordt vergroot ook de geografische radius waarin men zich beweegt, om op hoge leeftijd opnieuw te krimpen. 

Meer over dit onderzoek

Contacteer ons

Afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO)