Oproep pilootprojecten Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (2020)

Indienen is niet meer mogelijk.

De minister van Omgeving lanceerde een tweede oproep pilootprojecten BRV. Het Departement Omgeving gaat met gemeenten werken rond de centrale doelstellingen van de strategische visie van het BRV. 

Een geselecteerd pilootproject BRV ontvangt een basissubsidie van 20.000 euro.

De basissubsidie kan verhoogd worden:

  • Tot maximaal 30.000 euro als het pilootproject BRV betrekking heeft op gemeenten die zich op kleine schaal intergemeentelijk organiseren.
  • Tot maximaal 60.000 euro als het pilootproject BRV betrekking heeft op gemeenten die in regioverband werken aan gebiedscoalities.

Doelgroep: gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Over de oproep

De nieuwe oproep pilootprojecten BRV ondersteunt gemeenten die in hun beleidsontwikkeling inzetten op de lokale uitrol van de doelstellingen die centraal staan in de strategische visie van het BRV. 

Het ontwikkelen van realisatiegerichte strategieën op het terugdringen van bijkomende ruimte-inname en (tot 0 ha tegen 2040) ter vrijwaring van de open ruimte, kwalitatief verdichten en verweven van functies en het realiseren van leefomgevingskwaliteit en groenblauwe netwerken staan als nieuwe doelstellingen centraal in het Vlaamse ruimtelijke beleid. 

In een samenwerkingstraject met de pilootprojecten BRV kan Vlaanderen als kennispartner lokale beleidsplanning en beleidsvorming ondersteunen en samen met de betrokken gemeenten nieuwe kennis opbouwen rond de wijze van doorvertaling van deze Vlaamse doelstellingen naar het lokale niveau. Met de verkregen inzichten en gedetecteerde noden kunnen we een Vlaams ruimtelijk beleid voeden en co-creëren dat sterk staat in doorwerking (bv. inzake het aanreiken van kaders en (sturende) handvaten, het ontwikkelen van nieuwe regelgeving, het vernieuwen van instrumenten).  
 
Gemeenten zetten in hun traject tevens in op het betrekken van maatschappelijke actoren in functie van het creëren van draagvlak en engagement tot realisatie van de beleidsambities. 

Deze nieuwe oproep pilootprojecten BRV  legt sterk de nadruk op de kracht van intergemeentelijk samenwerken, maar biedt ook ruimte voor vernieuwend gemeentelijk initiatief.  De aanvragen worden steeds ingediend door gemeenten of door intergemeentelijke samenwerkingsverbanden samen met de gemeenten. 

Types projecten

bouwshift-pilootprojectenLokale strategie om een bouwshift te realiseren

Vertrekkend vanuit de Vlaamse doelstellingen, ruimtelijke principes en geschetste rendementskansen brengen de gemeenten in beeld waar hun gebiedsgerichte en kwalitatieve kansen liggen voor het verhogen van ruimtelijk rendement en waar niet (waar niet verdichten, waar vrijwaren, waar herbestemmen).   

Vlaanderen geeft een impuls aan gemeenten die een ruimtelijk beleidsplanningsproces koppelen aan de ontwikkeling van een lokale strategie rond kwalitatief ruimtelijk rendement in gemengde leefomgevingen, en het daarbij actief terugdringen van bijkomend ruimtebeslag.   
 
Vertrekkend vanuit de Vlaamse doelstellingen, ruimtelijke principes en geschetste rendementskansen brengen deze gemeenten in beeld waar hun gebiedsgerichte en kwalitatieve kansen liggen voor het verhogen van ruimtelijk rendement en waar niet (waar niet verdichten, waar vrijwaren, waar herbestemmen).  

Deelthema's

Er wordt minstens één of meerdere van volgende deelthema’s als onderdeel van het ruimtelijk beleidsplan in een beleidskader verder uitgewerkt tot op het niveau van een uitvoeringsgericht actieprogramma: 

  • Het voorkomen van verdichting en (grotere) ontwikkeling op slecht gelegen locaties.  
  • Het op projectbasis koppelen van  een kwalitatieve verdichting op goede locaties  aan een neutralisering van een slecht gelegen juridisch aanbod, met bijzonder oog voor de financiële haalbaarheid.  
  • Het behoud en stimuleren van verweven werklocaties in de kernen.  
  • De transformatie van KMO-zones, in samenhang met een actiegerichte toekomstvisie op verlaten sites, een rendementsbeleid op functionele bedrijventerreinen én een aanpak van geïsoleerde werklocaties.  
  • Het inspelen op de 4 componenten van ruimtelijk rendement, volgens de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen:  
    • Een optimale verweving van functies in gemengde leefomgevingen, 
    • Een intensivering op de juiste plekken,  
    • Hergebruik van gebouwen  
    • Tijdelijk, maar ook gedeeld en ondergronds, ruimtegebruik. 
  •  Een eigen voorstel dat via een strategische beleidsaanpak bijdraagt aan de realisatie van de bouwshift. 

Criteria

Belangrijk is dat het pilootproject werkt op basis van de volgende criteria: 

  • Vertrekt vanuit gebiedsgerichte visie  
  • Zet realisatiegerichte acties uit 
  • Heeft leer- en experimenteerpotenties op vlak van instrumenteninzet, implementatie Vlaams beleid en regelgeving, te voeren overlegproces 
  • Zet in op betrokkenheid van maatschappelijke actoren 

 
Gemeenten kunnen het pilootproject indienen op individueel niveau, in (kleinschalig) intergemeentelijk verband of op regioniveau. De variatie in schaal van de aanpak genereert extra leereffecten. Welke aspecten van de opgave inzake terugdringen bijkomend ruimtebeslag kan een gemeente op zichzelf aanpakken? Wat zijn de voordelen van een intergemeentelijke aanpak op kleinere schaal? Wat zijn de potenties en randvoorwaarden van gebiedscoalities op een regioniveau? Hoe vertalen deze aanpakken zich in een (inter)gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan? 

Verwacht(e) product(en):  

Een uitgewerkte lokale, realisatiegerichte strategie gericht op het realiseren van een bouwshift, met focus op één van bovenstaande deelthema’s (of eigen voorstel): 
•    gekoppeld aan een opgestart ruimtelijk beleidsplanningsproces met minstens één beleidskader 
•    die als voorbeeldaanpak kan gelden voor de lokale doorvertaling van het Vlaamse beleid rond de bouwshift naar andere gemeenten en regio’s in Vlaanderen 
•    die leerpunten aanreikt voor de verdere operationalisering en optimalisatie van Vlaams beleid (beleidsplanning, instrumenten, regelgeving) rond dit thema  
•    die blijk geeft van een actieve betrokkenheid van maatschappelijke actoren in het proces 
 
 


Groenblauwe netwerken  - pilootprojectenLokale strategie om groenblauwe netwerken te realiseren

Vertrekkend vanuit de Vlaamse doelstellingen, ruimtelijke principes en na te streven kwaliteiten brengen de gemeenten in beeld waar hun kansen gebiedsgericht liggen om groenblauwe netwerken doorheen de bebouwde en onbebouwde ruimte te versterken.  
 
Vlaanderen geeft een impuls aan gemeenten die een beleidsplanningsproces koppelen aan de ontwikkeling van een lokale strategie rond groenblauwe dooradering in de bebouwde ruimte en sterke groenblauwe netwerken daarbuiten. Zo wordt gewerkt aan een goede leefomgevingskwaliteit en een biodiverse en klimaatrobuuste ruimte.  
 
Vertrekkend vanuit de Vlaamse doelstellingen, ruimtelijke principes en na te streven kwaliteiten brengen de gemeenten in beeld waar hun kansen gebiedsgericht liggen om groenblauwe netwerken doorheen de bebouwde en onbebouwde ruimte te versterken.  

Deelthema’s

Er wordt minstens één of meerdere van volgende deelthema’s als onderdeel van het ruimtelijk beleidsplan in een beleidskader verder uitgewerkt tot op het niveau van een uitvoeringsgericht actieprogramma: 

  • Het realiseren van een (inter)gemeentelijk netwerk van verschillende soorten groen en blauw waaraan behoefte is (luwteplekken, gezonde publieke ruimte, tuinencomplexen, belevingstrajecten), in functie van de leefomgevingskwaliteit in de kernen en in (deels) harde bestemmingen. Dit kan ook gaan over een actiegerichte toekomstvisie op de aanwezigheid van nabij, zichtbaar en ontsloten (blauw)groen, met onderscheid tussen woongroen, wijkgroen als stadsgroen. 
  • Het realiseren van veerkrachtige groenblauwe netwerken op bovengemeentelijk schaalniveau, met focus op multifunctioneel ruimtegebruik, groene functionele belevingstrajecten, aanleg van oeverzones, stadsbossen, landbouwparken en oplossen missing links. 
  • Het aanpakken van lokale uitdagingen op het vlak van het verhogen van de waterkwaliteit, de overstromingsveiligheid en de waterbeschikbaarheid, geïntegreerd met de uitbouw van een groenblauw netwerk (in samenhang met hemelwaterplannen en droogtemaatregelen).
  • Het koppelen van een (brede functionele) benadering van het groenblauw netwerk aan een sterk (hemel)water- en rioleringsbeleid, ontharding en aan een slimme (groenblauwe) infrastructuuraanleg. 
  • Een eigen voorstel dat via een strategische beleidsaanpak bijdraagt aan de realisatie van groenblauwe netwerken. 

Criteria

Belangrijk is dat het pilootproject werkt op basis van de volgende criteria: 

  • Vertrekt vanuit gebiedsgerichte visie  
  • Zet realisatiegerichte acties uit 
  • Heeft leer- en experimenteerpotenties op vlak van instrumenteninzet, implementatie Vlaams beleid en regelgeving, te voeren overlegproces 
  • Zet in op betrokkenheid van maatschappelijke actoren  

Gemeenten kunnen het pilootproject indienen op individueel niveau, in (kleinschalig) intergemeentelijk verband of op regioniveau. De variatie in schaal van de aanpak genereert extra leereffecten. Welke aspecten van de opgave inzake groenblauwe dooradering kan een gemeente op zichzelf aanpakken? Wat zijn de voordelen van een intergemeentelijke aanpak op kleinere schaal? Wat zijn de potenties en randvoorwaarden van gebiedscoalities op een regioniveau? Hoe vertalen deze aanpakken zich in een (inter)gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan?  

Verwacht(e) product(en):  

een uitgewerkte lokale realisatiegerichte strategie op groenblauwe netwerken met focus op één van bovenstaande deelthema’s (of eigen voorstel): 

  • Gekoppeld aan een opgestart beleidsplanningsproces met minstens één beleidskader 
  • Die als voorbeeldaanpak kan gelden voor de lokale doorvertaling van het Vlaamse beleid rond de realisatie van groenblauwe netwerken naar andere gemeenten en regio’s in Vlaanderen 
  • Die leerpunten aanreikt voor de verdere operationalisering en optimalisatie van Vlaams beleid (beleidsplanning, instrumenten, regelgeving) rond dit thema 
  • Die blijk geeft van een actieve betrokkenheid van maatschappelijke actoren in het proces 

Lokale strategie rond stedenbouwkundige lasten

Dit thema heeft een meer instrumentele invalshoek dan de twee vorige en werkt met de stedenbouwkundige lasten rond een rechtstreekse doorwerking van beleidsdoelstellingen in omgevingsvergunningen.  

Een sterk gemeentelijk beleid rond de inzet van lasten kan de realisatie van doelstellingen van het BRV ondersteunen rond o.m. het realiseren van kwalitatieve en gemengde leefomgevingen, de groenblauwe dooradering, het ingrijpen op zonevreemde infrastructuren en ontharding. 

De doelstelling vanuit Vlaanderen is het stroomlijnen en (meer en effectiever) doen inzetten van lasten die een belangrijke bijdrage leveren tot compensatie op maat, volgens een ‘voor wat hoort wat’-principe. Een intergemeentelijke, mogelijk regionale, beleidsaanpak kan dit nog sterker bevorderen. 

Over dit thema

De lasten komen voort uit het voordeel dat de begunstigde van de omgevingsvergunning uit die vergunning haalt en uit de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen. Gemeenten die vernieuwend durven zijn in het gevoerde lastenbeleid, kunnen samen met het Departement Omgeving veel kennis opbouwen rond:

  • De hierbij ingezette instrumenten en kaders, 
  • De reikwijdte van de last (in relatie tot nabijheid, evenredigheid), de last als financiële bijdrage, 
  • De effecten van een verplichte financiële waarborg, 
  • De werking in intergemeentelijke context, 
  • De mogelijke impact van een gewestelijke verordening voor financiële lasten, 
  • De leerpunten vanuit lokale verordeningen. 

De studie rond inzet van lasten bij omgevingsvergunningen bevat veel relevante aanknopingspunten die een verdere uitdieping vragen in een praktijktraject. 

Verwacht(e) product(en)

een uitgewerkte lokale strategie, gekoppeld aan inhoudelijke prioriteiten, rond de inzet van lasten 

  • die als voorbeeldaanpak kan gelden voor de doorvertaling van Vlaams beleid inzake o.m. leefomgevingskwaliteit en ontharding naar andere gemeenten en regio’s in Vlaanderen 
  • die leerpunten aanreikt voor de optimalisatie van Vlaams beleid rond dit thema  
  • die doorvertaald wordt in (inter)gemeentelijk ruimtelijk beleid 
  • die blijk geeft van een actieve betrokkenheid van maatschappelijke actoren in het proces 

Praktisch: formulieren, documenten, subsidiereglement...

  • Indienen kan enkel online tot uiterlijk 1 oktober 2020.
  • Vlaamse gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden kunnen een pilootproject BRV indienen.  Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden komen alleen in aanmerking als de gemeenten mee indienen. 

  • Subsidiebedrag
    • Een geselecteerd pilootproject BRV ontvangt een basissubsidie van 20.000 euro.
    • De basissubsidie kan verhoogd worden tot maximaal 30.000 euro als het pilootproject BRV betrekking heeft op gemeenten die zich op kleine schaal intergemeentelijk organiseren.
    • De basissubsidie kan verhoogd worden tot maximaal 60.000 euro als het pilootproject BRV betrekking heeft op gemeenten die in regioverband werken aan gebiedscoalities.
  • U vult de projectbeschrijving en het financieel plan in & bezorgt dit via het online formulier.
  • docx bestandSubsidiereglement - pilootprojecten 2020 (307 kB)

Contacteer ons

Afdeling Beleidsontwikkeling en Juridische Ondersteuning (BJO)