“Een duurzaam gebouw dat onze waarden zo goed mogelijk reflecteert.”

Van non-place naar toonbeeld van bio-ecologische passiefbouwen
Mundo-a demonstreert duurzame filosofie van ontwikkelaar en huurders met verve

Datum: Eind 2018
Ligging: Borgerhout, Antwerpen
Opdrachtgever: Ethical Property Europe
Ontwerpteam: B-architecten, UTIL, Cenergie
Aannemer: THV dhulst’ – Thys Bouwprojecten
Omvang: receptie, 4 vergaderlokalen, polyvalente zaal, kitchenettes, fietsenparking, douches, dakterras
 

Een zo doorgedreven mogelijk bio-ecologisch passief kantoorgebouw. Met die vraag stapten mede-initiatiefnemers en huidige gebruikers VIBE en Pixii af op ontwikkelaar Ethical Property Europe. Deze formuleerde de ontwerpvraag nog wat straffer: een bio-ecologisch passiefgebouw. Het Antwerpse bureau B-architecten kwam als primus uit de ontwerpwedstrijd en realiseerde samen met aannemer THV dhulst’ – Thys Bouwprojecten Mundo-a: een vooruitstrevend toonbeeld van bio-ecologische passiefbouw. De kantoren voor sociale, duurzame en creatieve organisaties bevinden zich bovendien vlakbij Antwerpen-Centraal.

Gelegen aan de Turnhoutsebaan, op de site voor het EcoHuis Antwerpen (EHA), herbergt Mundo-a op zo'n 2.000 m² 25 privékantoorruimtes, een receptie, vijf vergaderzalen, een polyvalente zaal, kitchenettes, fietsenstallingen, douches en een dakterras met een prachtig zicht over de stad. Tussen Mundo-a en het EcoHuis ligt er een groene ecotuin. “Mundo-a is één van de vijf Mundo-centra in België”, vertelt Eline Vander meiren, communicatie- en salesverantwoordelijke bij Mundo-a. “Ons doel is om een gezonde, gezellige en betaalbare werkplek te bieden aan organisaties met een duurzame of sociale insteek, terwijl wij ons ontfermen over het gebouw en de bijhorende diensten.”

“Ons doel is om een gezonde, gezellige en betaalbare werkplek te bieden aan organisaties met een duurzame of sociale insteek, terwijl wij ons ontfermen over het gebouw en de bijhorende diensten.” - Eline Vander meiren, communicatie- en salesverantwoordelijke bij Mundo-a.

Het project

De vraag: zo duurzaam mogelijk gebouw

Twee van die organisaties zijn het Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch Bouwen en Wonen (VIBE) en het vroegere Passiefhuis Platform, nu Pixii. Sinds de jaren 90 koesterden ze het idee om gelijkgezinde organisaties onder één dak te verenigen. Geïnspireerd door het Mundo-b-project in Brussel gingen VIBE en Pixii samen met EcoHuis te rade bij het gespecialiseerde Ethical Property Europe om een gelijkaardig project in regio Antwerpen te ontwikkelen. Het moest een zo ver mogelijk doorgedreven duurzaam gebouw worden op een locatie die goed bereikbaar en zichtbaar was. Het kantoorgebouw diende de filosofie van de residerende organisaties te etaleren.
De keuze viel uiteindelijk op een braakliggende terrein aan de Turnhoutsebaan, op anderhalve kilometer van Antwerpen-Centraal en met letterlijk bus- en tramhaltes voor de deur. “Oorspronkelijk stond hier een gebouw”, vertelt Stéphanie Collier, team- en projectleider bij B-architecten. “Eind jaren 70 ging de aanleg van het premetronetwerk onder de Turnhoutsebaan van start. Toen werd dat pand afgebroken. Later werd het Ecohuis nog gebouwd, maar de site ervoor bleef onbestemde ruimte en verloederde al snel tot een non-place. Tot Ethical Property een wedstrijd uitschreef. Onze interesse was snel gewekt.”

De oplossing: kantoorgebouw ontworpen als brug

B-architecten schreef in op de ontwerpwedstrijd met een progressief idee. Een kantoorgebouw ontworpen als een brug met een houtstructuur tussen beide wachtgevels boven de site. Architect Collier: “We volgen met Mundo-a letterlijk de contour van de beide wachtgevels. Dat levert een zo compact mogelijk bouwvolume op met vijf bouwlagen. Het is stabiliteitstechnisch moeilijk en onlogisch om het gebouw te laten afsteunen op het ondergrondse premetronetwerk. We hebben van de nood een deugd gemaakt want met de brugconstructie creëerden we een bijkomende overdekte publieke buitenruimte en vrijwaarden we de visibiliteit van het achterliggende Ecohuis.” 


Om tegemoet te komen aan de vraag naar maximaal gebruik van bio-ecologische materialen, koos B-architecten ervoor om een gebouw te ontwerpen met zo weinig mogelijk structureel staal of beton. “De hoofdstructuur bestaat uit drie vakwerkliggers van vier verdiepingen hoog die de overspanning maken over de volledige breedte van het gebouw, zo'n 32 meter”, vertelt architect Collier. “De vakwerken zijn samengesteld uit balken en kolommen van gelamelleerd hout. Tussen de vakwerken liggen houten sandwichvloeren opgevuld met cellulosevlokken.”
In de toekomst zou de functie van Mundo-a zelfs kunnen wijzigen volgens de architect. “Door de flexibiliteit van het gebouw zou je het met minimale ingrepen kunnen herbestemmen naar een project met twee appartementen per verdieping. De houtstructuur is droog afgewerkt met stalen knopen, waardoor je het gebouw in theorie zelfs zou kunnen demonteren en op een andere plek terug opbouwen.” 

Door de flexibiliteit van het gebouw zou je het met minimale ingrepen kunnen herbestemmen naar een project met twee appartementen per verdieping. Stéphanie Collier, team- en projectleider bij B-architecten.

Overal in het gebouw hield het ontwerpteam rekening met bio-ecologisch en gezond materiaalgebruik. Zo zijn de groene gevelpannen gemaakt met lokale klei uit Ieper. In het interieur zijn de vloermaterialen Cradle to Cradle en de toiletpotten en demonteerbare binnenwanden komen uit Brusselse kantoorgebouwen waardoor Mundo-a ook een circulair karakter heeft. “De circulaire wanden en toestellen werden geplaatst door de aannemer, maar de bouwheer draagt hierin een groot risico want er is geen garantie op zulke tweedehands materialen. Daarin zou regelgeving kunnen helpen om toch een beperkte garantie te geven zodat meer bouwheren bereid zijn bestaande materialen te hergebruiken”, aldus architect Collier. 

De uitvoering: nachtwerk

De ontwerpwedstrijd werd gelanceerd in 2013. Houtbouw op dergelijke schaal stond toen in België nog in zijn kinderschoenen. “Voeg daar een moeilijke locatie aan toe, en dan weet je dat het als aannemer niet evident wordt”, stelt Warren Reusens, projectleider bij de Lierse bouwonderneming dhulst’. “De gelamelleerde liggers waren met hun lengte van 32 meter te zwaar om met een torenkraan te heffen. Daarom hebben we ’s nachts een mobiele kraan gepositioneerd in het midden van de Turnhoutsebaan. Van kwart over een tot kwart over vier, want dan rijdt er geen tram- en busverkeer. Zelfs de bovenleidingen van de tram werden afgekoppeld. Om kwart over vijf moest de eerste tram terug kunnen rijden, we zaten dus met een bijzonder strakke timing.”

Verder in het bouwtraject bleef ook de organisatie van de werf een bijzonder aandachtspunt voor de aannemer. “Door de beperkte plaats konden wij en de andere onderaannemers enkel materialen stockeren op het stukje terrein tussen de werf en het Ecohuis en in of op het pand terwijl we het bouwden. Onder de constructie stond immers een volledige stelling. We moesten dus telkens alles mee verhuizen per verdieping. Om dit zo vlot mogelijk te laten verlopen, hebben we op voorhand een volledige LEAN-planning opgesteld met alle onderaannemers waarin iedere levering en plaatsing opgenomen werd.” 

Wat beter kon: werken in bouwteam

Een innovatief project gaat logischerwijze gepaard met leergeld: hout dat nat werd tijdens slecht weer, transportproblemen, werfvergunningen die niet tijdig afgeleverd werden, enzovoort. “Tijdens de uitvoeringsfase hebben we vaak Duitse normen moeten hanteren om bijvoorbeeld de houtstructuur te berekenen, omdat er gewoonweg geen Belgische normen waren”, weet projectleider Warren Reusens. Architect Stéphanie Collier beaamt. “Het was destijds en is nu nog steeds een innovatief gebouw. Overheden en instanties kunnen helaas niet altijd mee met het verhaal van houtbouw omdat de regelgeving hier niet op afgestemd is. Zo bestaan er geen attesten om brandkleppen in een houten structuur te plaatsen. De aannemer heeft daardoor in de houten structuur een bekisting gemaakt om de brandklep rondom met beton aan te storten zodat de attestering van de brandklep geldig is. Maar dan moet je beton gebruiken in een volledig houten gebouw, en dat is zonde. Op dat vlak kunnen we heel wat leren van buurlanden zoals Duitsland waar mooie voorbeelden terug te vinden zijn.”

Architect Collier zou ook liever in bouwteam werken, mocht ze de klok kunnen terugdraaien. “Mundo-a is volgens de klassieke methode uitgevoerd: wij werden als architect aangesteld en zijn nadien op zoek gegaan naar de aannemers. Achteraf bekeken was de bouwteamformule beter geweest voor dergelijk innovatief project. Hadden alle partijen van meet af aan hun kennis kunnen combineren, dan was de bouwperiode hoogstwaarschijnlijk korter geweest.”

De troeven

Leertraject

Waar de andere Mundo-projecten renovaties inhielden, was Mundo-a het eerste nieuwbouwproject voor Ethical Property. Eline Vander meiren: “Zowel wijzelf als de organisaties die een kantoor huren, zijn nog steeds enorm tevreden. Het is een schoolvoorbeeld van bio-ecologisch passief bouwen. Ondanks de ligging aan een drukke weg is het hier rustig en aangenaam werken. Mensen ontmoeten elkaar in de gemeenschappelijke ruimtes en op het prachtige dakterras, dus de kruisbestuiving die we voor ogen hadden, gebeurt dagelijks in de praktijk.” 

 “De voordelen van houtbouw zijn duidelijk: het weegt vier keer minder dan beton, overspanningen kunnen groter gemaakt worden en het bouwt sneller waardoor het rendement op de werf veel hoger ligt.” - Warren Reusens, projectleider dhulst’

Aannemer dhulst’ heeft enorm veel opgestoken van het project. Warren Reusens: “De voordelen van houtbouw zijn duidelijk: het weegt vier keer minder dan beton, overspanningen kunnen groter gemaakt worden en het bouwt sneller waardoor het rendement op de werf veel hoger ligt.” Houtbouw heeft sinds Mundo-a een pak minder geheimen voor het bouwbedrijf. “Op bouw- en stabiliteitstechnisch vlak maar ook qua akoestiek hebben we onze kennis enorm kunnen bijspijkeren. We merken ook dat we veel meer aanvragen krijgen voor houtbouw en architecten komen advies vragen. Het is een expertise geworden.” Ook architect Stéphanie Collier merkt nog dagelijks de invloed van het project op haar manier van werken. “Tijdens het ontwerpen ben ik me veel meer bewust van materiaalgebruik, zowel qua hoeveelheid als qua duurzaamheid. Hebben wie die materialen allemaal nodig? Dat is een ontwerpreflex die er gekomen is dankzij Mundo-a.”