Monitoringsysteem Duurzaam Oppervlaktedelfstoffenbeleid (MDO)

Data over primaire delfstoffen en alternatieve grondstoffen in Vlaanderen

Het MDO kwantificeert en volgt de evolutie van de minerale grondstoffen stromen in Vlaanderen, inclusief:

  • Inzet van Vlaamse primaire oppervlaktedelfstoffen;
  • Inzet van geïmporteerde primaire oppervlaktedelfstoffen;
  • Inzet van Vlaamse alternatieve grondstoffen;
  • Inzet van geïmporteerde alternatieve grondstoffen;
  • Ontginning of productie van deze minerale grondstoffen in Vlaanderen;
  • Import- en exportstromen;
  • Toepassingen waarin de grondstoffen worden ingezet.

De gegevens worden verzameld aan de hand van een periodieke bevraging van producenten, handelaars en verbruikers van minerale grondstoffen, in combinatie met externe data.  De resultaten voor het monitoringsjaar 2018 zijn digitaal beschikbaar. Voor de voorgaande monitoringsjaren 2010, 2011, 2013 en 2015 zijn de resultaten beschikbaar via de respectievelijke publicaties.

Volgende grondstoffen worden gemonitord:

  • Fijnere zanden, grof zand, kwartszand*, klei, leem en (gebroken) grind;
  • Steenslag van basalt, dolomiet, graniet, kalk­steen, porfier, zand­steen en ander steenslag;
  • Andere primaire delfstoffen;
  • Uitgegraven bodem en baggerspecie;
  • Gerecycleerde granulaten van bouw- en sloopafval: asfaltgranulaat (inclusief brekerzand), betongranulaat (inclusief brekerzand), menggranulaat, metselwerkgranulaat en breker- en sorteerzeefzand.
  • Overige alternatieve grondstoffen: bodemassen, vliegassen, slakken van de ferro-industrie, slakken van de non-ferro-industrie, vlakglasscherven, hol glasscherven, gieterijzand, zinkassen, gemalen baksteen, mijnsteen, papiervezel, slib van natuursteenbewerking en andere.

  *: onvolledige resultaten

De term ‘minerale grondstoffen’ wordt gebruikt voor Vlaamse primaire oppervlaktedelfstoffen (afkomstig uit ontginningsgebieden zoals gedefinieerd in het Oppervlaktedelfstoffendecreet of rivierzandwinning) en alle grondstoffen die hen kunnen vervangen, namelijk geïmporteerde delfstoffen en alternatieve grondstoffen. Deze laatste zijn substitutiematerialen die delfstoffen (gedeeltelijk) kunnen vervangen en die voldoen aan de normering voor de inzet als grondstof of bodem cfr. VLAREMA of VLAREBO zoals gerecycleerde granulaten, uitgegraven bodem, bagger- en ruimingspecie en slakken.

Alle MDO-cijfers zijn met zorg verzameld. Desalniettemin dienen de resultaten, zoals bij elke studie, met enige omzichtigheid behandeld te worden:

- Ten eerste zijn er bij de berekeningen keuzes gemaakt betreffende ophoogmethodes en werden aannames gedaan die gevolgen hebben voor de uiteindelijke resultaten. Een deel van de gegevens kon bovendien niet opgehoogd worden. De gebruikte methodes en aannames worden hier toegelicht. Uiteraard heeft een eventuele onzekerheid bij een bepaald cijfer invloed op alle cijfers die hierop gebaseerd zijn.

- Ten tweede werd ervoor gekozen om de primaire delfstoffen (zoals grind, fijnere zanden en grof zand) niet in granulometrische klassen te definiëren bij de bevraging. Verschillen in interpretatie door de respondenten kunnen aanleiding geven tot verschillen in de resultaten.

De cijfers in de grafieken en tabellen worden weergegeven in kton. Ogenschijnlijk foutieve sommaties zijn het gevolg van afronding van de oorspronkelijke data in ton.

Totale inzet van minerale grondstoffen in Vlaanderen in 2018

In 2018 werd in Vlaanderen in totaal 65.242 kton minerale grondstoffen ingezet. Voor de alternatieve grondstoffen omvatten de hoeveelheden zowel de inzet ter vervanging van primaire delfstoffen als de inzet voor andere toepassingen.

 

Wanneer enkel rekening wordt gehouden met alternatieven die ingezet werden ter vervanging van Vlaamse primaire delfstoffen, bedroeg de inzet in Vlaanderen in 2018 63.925 kton waarvan

  • Vlaamse primaire delfstoffen: 5.089 kton (8%)
  • Geïmporteerde delfstoffen: 21.861 kton (34%)
  • Alternatieve grondstoffen: 36.976 kton (58%)
    • Gerecycleerde granulaten van bouw- en sloopafval: 17.177 kton (27%)
    • Uitgegraven bodem en specie: 18.396 kton (29%)
    • Overige alternatieve grondstoffen: 1.403 kton (2%)

Er zijn grote verschillen in de verhouding Vlaamse delfstof/ geïmporteerde delfstof/ alternatieven. Bij inzet in grof zand toepassingen bedroeg het aandeel import 76%; bij inzet als fijnere zanden was 76% uitgegraven bodem.

Import en export

De import van minerale grondstoffen in Vlaanderen is 12 keer hoger dan de export uit Vlaanderen. Deze import bestaat voor 98% uit primaire delfstoffen, voornamelijk grof zand en steenslag. Belangrijke herkomstlanden/regio’s zijn het Belgisch Continentaal Plat (het Belgisch deel van de Noordzee), Wallonië en Nederland.  

Wanneer de import en exportcijfers uit de MDO-enquête vergeleken worden met andere cijferbronnen (Nationale Bank van België, FOD-economie en statistische en monitoringsdata van relevante landen en regio's) blijkt dat:

- Onderstaande cijfers op basis van de MDO-enquête in lijn liggen met de andere bronnen:

  • Het Belgische Continentaal Plat, de cijfers voor zand zijn afkomstig van de FOD-economie;
  • Duitsland, de cijfers voor zand worden bevestigd door Duitse monitoringsdata. Voor steenslag wijken de cijfers licht af;
  • Nederland, deze cijfers worden bevestigd door de cijfers van de Nationale bank.

- Voor volgende landen de data van het MDO afwijken ten opzichte van andere bronnen:

  • Duitsland: de cijfers uit het MDO zijn mogelijk een onderschatting van de werkelijk hoeveelheid grind die wordt ingevoerd. Zowel de Nationale bank als de Duitse rapporten gaan uit van hogere hoeveelheden.  
  • Frankrijk: er wordt een beperkte import ingeschat op basis van de data van de Nationale bank. Er zijn geen Franse monitoringscijfers ter beschikking om dit te staven.
  • VK: de cijfers uit het MDO zijn mogelijk onderschatting van de werkelijk hoeveelheid grind die wordt ingevoerd. Zowel de Nationale bank als de VK-rapporten gaan uit van hogere hoeveelheden.

De cijfers voor Noorwegen kunnen enkele afgetoetst worden aan deze van de Nationale bank. De MDO-cijfers wijken hiervan af, maar het wegens het ontbreken van Noorse monitoringsdata is het niet mogelijk om na te gaan welke van beide cijfers dichter bij de werkelijkheid ligt.

BCP: Belgisch Continentaal Plat

In de delen over primaire delfstoffen, alternatieve grondstoffen en sectoren, worden de cijfers in meer detail besproken.

Primaire delfstoffen

Primaire delfstoffen die ontgonnen worden in Vlaanderen zijn fijnere zanden, grof zand, kwartszand, klei, leem en grind. In één groeve in Vlaanderen wordt eveneens een beperkte hoeveelheid Balegemse steen (een soort natuursteen) ontgonnen. Ook de ontginning van kwartszand gebeurt door één bedrijf, hoewel op meerdere locaties. Omdat voor Balegemse steen en kwartzand bepaalde data niet geaggregeerd kan worden, wordt

  • Balegemse steen niet besproken;
  • voor kwartszand de data besproken die aangeleverd werd door verbruikers van kwartszand. Deze data moet beschouwd worden als onvolledig.

De ontgonnen hoeveelheden Vlaamse primaire delfstoffen worden grotendeels ingezet in Vlaanderen. Voor de toepassingen waarvoor ze ingezet worden, worden eveneens geïmporteerde delfstoffen en alternatieve grondstoffen gebruikt. Deze laatste zijn substitutiematerialen die delfstoffen (gedeeltelijk) kunnen vervangen en die voldoen aan de normering voor de inzet als grondstof of bodem cfr. VLAREMA of VLAREBO zoals gerecycleerde granulaten, uitgegraven bodem, bagger- en ruimingspecie en slakken.

Productie in Vlaanderen

Primaire delfstoffen zijn afkomstig uit ontginningsgebieden zoals gedefinieerd in het Oppervlaktedelfstoffendecreet of rivierzandwinning. ‘Grond’ die vrijkomt bij bouw- en infrastructuurwerken buiten ontginningsgebied wordt ‘uitgegraven bodem’ genoemd en is een alternatieve grondstof.

In Vlaanderen werden in 2018 volgende hoeveelheden primaire delfstoffen ontgonnen:

  • Fijnere zanden: 965 kton
  • Grof zand: 916 kton
  • Klei: 1.178 kton
  • Leem: 276 kton
  • Grind: 1.598 kton

De fijnere zanden werden ontgonnen in groeves en als rivierzand. De overige primaire oppervlaktedelfstoffen zijn afkomstig van winningen op land.

Inzet

In 2018 werd 63.045 kton fijnere zanden, grof zand, klei, leem, grind, steenslag en alternatieven ingezet door de Vlaamse industrie, waarvan 4.466 (7%) kton Vlaamse primaire delfstoffen, 21.771 kton (35%) geïmporteerde delfstoffen en 36.808 kton (58%) alternatieve grondstoffen. Op basis van gedeeltelijke resultaten werden eveneens 713 kton kwartszand en 223 kton alternatieven voor kwartszand ingezet.

Er zijn grote verschillen tussen de delfstoffen zowel wat betreft totale ingezette hoeveelheden als de verhouding Vlaams – import – alternatief.

De grootste hoeveelheden minerale grondstoffen werden ingezet in fijnere zanden, grind/steenslag en grof zand toepassingen.

Bij inzet als fijnere zanden werd voor 76% gebruik gemaakt van uitgegraven bodem en voor 12% van gerecycleerde granulaten van bouw- en sloopafval. Maar liefst 91% van de totale inzet als fijnere zanden bestond uit alternatieve grondstoffen. Een aandachtspunt hierbij is dat uitgegraven bodem en bepaalde zeefzanden soms toegepast worden in ophogingen zonder dat ze een structurele functie vervullen binnen het project en dat indien deze ‘alternatieven’ niet voorradig zouden zijn, men geen gebruik zou maken van primaire delfstoffen.

De grondstoffen die gebruikt werden voor inzet als grof zand bestaan voor 76% uit geïmporteerd grof zand, 19% alternatieven voor grof zand en 5% Vlaams grof zand. Grof zand als delfstof kan zowel slaan op zand dat ontgonnen wordt als zand als of breekzand van grind of steenslag.

Bij de inzet als klei was Vlaamse primaire klei de belangrijkste bron (61%), bij leem geïmporteerde leem (54%) en bij grind/steenslag gerecycleerde granulaten van bouw- en slaapafval (53%).  

Inzet per sector (toepassing)

De sectoren die de grootste hoeveelheden minerale grondstoffen inzetten in 2018 waren de aannemerij sector en de sector stortklaar beton. De aannemerijsector zette vooral alternatieven voor fijnere zanden in. De sectoren stortklaar beton, betonwaren en asfalt zetten primair grof zand, grind en steenslag in. Klei en leem werden voor het overgrote deel ingezet in de keramische industrie.

Import en export

Import en exportstromen van delfstoffen namen voornamelijk plaats tussen Vlaanderen en buurlanden of – regio’s. Van het Belgisch Continentaal Plat, het Belgische deel van de Noordzee, werden belangrijke hoeveelheden grof zand aangevoerd. Een deel hiervan werd gebruikt voor een zeer specifieke toepassing, namelijk strandsuppletie. Deze hoeveelheid wordt afzonderlijk vermeld. Een deel van de klei die aangevoerd werd uit Duitsland bestaat uit Westerwaldklei, die geïmporteerd werd voor een aantal specifieke toepassingen waarvoor deze klei geschikt is.

Bij de importcijfers kan geen onderscheid gemaakt worden tussen delfstoffen afkomstig uit een groeve of van werken (wat voor Vlaamse delfstoffen onder ‘uitgegraven bodem’ valt). Vooral voor klei en leem is geweten dat een deel afkomstig is van werken net over de grens.  

Alternatieve grondstoffen

Voor het MDO worden alternatieve grondstoffen gedefinieerd als substitutiematerialen die delfstoffen (gedeeltelijk) kunnen vervangen en die voldoen aan de normering voor de inzet als grondstof of bodem cfr. VLAREMA of VLAREBO. Een alternatieve grondstof kan naast de substitutie van delfstoffen eveneens andere nuttige toepassingen hebben, die hier ook opgenomen worden.

De alternatieve grondstoffen worden ingedeeld in de volgende groepen:

  • gerecycleerde granulaten van bouw- en sloopafval,
  • uitgegraven bodem en bagger- en ruimingspecie,
  • overige alternatieve grondstoffen.

Opmerking: materialen die nog bewerkt of opgewaardeerd moeten worden nog niet beschouwd als alternatieve grondstof. In dat geval zijn het afvalstoffen. Het product van de verwerking/opwaardering is wel een alternatieve grondstof.

1. Gerecycleerde granulaten van bouw- en sloopafval

Asfaltgranulaat is afkomstig van het opbreken van asfaltwegen. Na het zeven en breken ervan kan het ofwel rechtstreeks terug ingezet worden bij de productie van nieuw asfalt ofwel ter vervanging van grind gebruikt worden in funderingslagen van wegen. Betongranulaat is afkomstig van het breken en zeven van zuiver, al dan niet gewapend betonpuin. Het heeft goede mechanische eigenschappen en vormt daardoor een waardevolle fractie. Menggranulaat is een granulaat met een samenstelling van beton en metselwerk in de verhouding 40/60 tot 60/40. Metselwerkgranulaat is afkomstig van het breken en zeven van metselwerk, dakpannen, enzovoort. Er is minder vraag naar vanwege de relatief lage mechanische sterkte voor gebruik als onderfunderingsmateriaal. Het wordt daarom ook minder geproduceerd en vaak gemengd met sterker betongranulaat om zo menggranulaat met voldoende mechanische sterkte voor onderfunderingen te bekomen. Brekerzeefzand ontstaat bij het zeven van bouw- en sloopafval vóór het gebroken wordt. Sorteerzeefzand ontstaat bij het zeven van bouw- en sloopafval vóór en tijdens het sorteren. Beide zeefzanden worden samen besproken, omdat de hoeveelheid sorteerzeefzand zeer beperkt is.

Productie in Vlaanderen

In Vlaanderen werden in 2018 volgende hoeveelheden geproduceerd:

  • Asfaltgranulaat: 1.506 kton
  • Betongranulaat: 6.670 kton
  • Menggranulaat: 5.994 kton
  • Metselwerkgranulaat: 350 kton
  • Zeefzand van bouw- en sloopafval: 2.985 kton

Inzet en toepassing

Gerecycleerde granulaten van bouw- en sloopafval werden voornamelijk ingezet ter vervanging van (tvv) grind/steenslag, grof zand en fijnere zanden. De sectoren die de grootste hoeveelheden inzetten zijn de aannemerij sector (69%) en de sector stortklaar beton (26%).

De gerecycleerde granulaten werden voornamelijk ingezet in funderings-, drainage en stabilisatielagen en in mager betontoepassingen, waarbij asfalt- en betongranulaat relatief meer hoogwaardig werden toegepast dan bijvoorbeeld menggranulaat.  

Import en export

Import en export van gerecycleerde granulaten van bouw- en sloopafval zijn beperkt tot Brussel, Wallonië en Nederland. De Nederlandse granulaten werden vermoedelijk gebroken door een Vlaamse, mobiele, gecertificeerde breker, aangezien in Vlaanderen enkel gecertificeerde granulaten ingezet mogen worden.

2. Uitgegraven bodem en bagger- en ruimingspecie

Uitgegraven bodem ontstaat wanneer in Vlaanderen grond – dit kan wat betreft textuur zand, leem, klei, … zijn – uitgegraven wordt buiten een ontginningsgebied. Buiten Vlaanderen wordt deze term niet gebruikt. Over de export van uitgegraven bodem zijn geen gegevens gekend.

Bagger- en ruimingspecie bestaat uit specie die wordt gebaggerd of geruimd uit de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen. Afhankelijk van de herkomst worden verschillende groepen specie onderscheiden. De beheerders van de waterlopen staan ofwel zelf in voor het baggeren of ruimen van de waterlopen of doen een beroep op aannemers uit de privé sector. Specie moet in de meeste gevallen minstens ontwaterd worden om als alternatieve grondstof te kunnen worden ingezet. De verwerking van specie gebeurt doorgaans in een slib- of grondrecyclagecentrum.

Productie in Vlaanderen

Op basis van de gegevens van de bodembeheerorganisaties werd in Vlaanderen in 2018 20.069 kton uitgegraven bodem geproduceerd. Het merendeel hiervan (17.535 kton) werd toegepast als alternatieve grondstof. De overige 2.534 kton werd gebruikt voor het opvullen van groeves en wordt niet beschouwd als een alternatief voor primaire delfstoffen. Van bagger- en ruimingspecie werd in 2018 1.625 kton geproduceerd, waarvan 859 kton hergebruikt werd als alternatieve grondstof en 766 kton werd gestort.

Inzet en toepassing

De aannemerijsector is de producent van uitgegraven bodem, maar is ook de belangrijkste verbruiker. Meer dan negentig procent werd ingezet voor aanvullen en ophogen of in funderingslagen, meestal ter vervanging van fijnere zanden. Daarnaast werd 2% toegepast bij de inrichting en eindafdek van stortplaatsen als alternatief voor fijnere zanden en leem. Een ander deel (samen 4%) werd ingezet in hoogwaardige toepassingen zoals de productie van gestabiliseerd zand, mager beton en keramische producten. Het gebruik in de productie van zandcement- en mager beton is een alternatief voor grof zand en fijnere zanden. Het gebruik voor de productie van dakpannen, bakstenen enzovoort vormt een alternatief voor leem en klei. Bagger- en ruimingspecie werd bijna geheel (95%) ingezet door de aannemerij, voornamelijk ter vervanging van fijnere zanden. Daarnaast werd een deel van de specie nuttig ingezet voor de inrichting van stortplaatsen (5%).

3. Overige alternatieve grondstoffen

Bodemassen zijn de assen die na verbranding achterblijven op de bodem van de oven van afvalverbrandingsinstallaties. Vliegassen zijn assen die met de rookgassen worden meegevoerd. Slakken van de ferro-industrie ontstaan als reststroom bij de productie (smelten) of het gieten van ferrometalen. De vloeibare slakken kunnen gegranuleerd worden door middel van een waterstraal, of aan de lucht afkoelen. Na afkoeling worden de slakken meestal nog gebroken, gezeefd en/of gedemetalliseerd. Non-ferroslakken ontstaan als reststroom bij de pyrometallurgische productie (smelten) van nonferrometalen. Na afkoeling kunnen ze mechanisch behandeld worden (breken, zeven, demetalliseren). Afval van vlakglas wordt ingezameld en verwerkt door het te sorteren, reinigen en vermalen. Op die manier ontstaat een grondstof die vlakglasscherven of kortweg vlakglas genoemd worden. Het gaat telkens om de ovenklare glasscherven, die rechtstreeks gebruikt kunnen worden in de productie van glasproducten. Afval van holglas kan verwerkt worden tot alternatieve grondstof door het te sorteren, reinigen en vermalen. Holglasscherven of kortweg holglas hebben een andere zuiverheid dan vlakglasscherven en worden daarom apart besproken. Gieterijzand ontstaat bij het gebruik van siliciumrijk zand voor de aanmaak van gietvormen in gieterijen. Gieterijen smelten metaal en gieten dit in de gewenste vorm aan de hand van een mal of gietvorm. De gietvormen worden gemaakt van zand dat wordt gebonden door bindmiddelen (bentoniet of chemische harsen). Na gebruik kan dit zand meestal opnieuw gebruikt worden, eventueel na reiniging, voor de aanmaak van nieuwe gietvormen. Het zand dat niet meer geschikt is voor hergebruik, komt in aanmerking als alternatieve grondstof. Zinkassen tenslotte zijn afkomstig van de heraanleg van bestaande zinkassenwegen. Hierbij komt een zinkassenfundering vrij die in gestabiliseerde vorm hergebruikt mag worden in de nieuwe weg.

Productie in Vlaanderen

In 2018 werden in Vlaanderen volgende hoeveelheden van deze overige alternatieve grondstoffen geproduceerd:

  • Bodemassen: 82 kton
  • Vliegassen: 82 kton
  • Slakken van de ferro industrie: 2.055 kton
  • Slakken van de non-ferro industrie: 316 kton
  • Vlakglas: 263 kton
  • Holglas: 346 kton
  • Gieterijzand: 12 kton
  • Zinkassen: 18 kton

Inzet en toepassing

De groep van overige alternatieve grondstoffen is een diverse groep die verschillende toepassingen had, zowel ter vervanging van delfstoffen als andere. De grootste hoeveelheid bestond uit slakken van de ferro industrie die ingezet werden in de productie van cement. Een deel van de geproduceerde grondstoffen werd geëxporteerd om elders een nuttige toepassing te krijgen.  

Import en export

De import en exportstromen van de overige alternatieve grondstoffen (en alternatieve grondstoffen in het algemeen) waren beperkt ten opzichte van de import van primaire delfstoffen.

Andere

Naast de eerder besproken alternatieve grondstoffen zijn er nog andere die in Vlaanderen ingezet worden.

Deze alternatieve grondstoffen worden gegroepeerd omdat er minder gegevens over gekend zijn of omdat het gaat om grondstoffen die slechts door één of enkele bedrijven geproduceerd of verbruikt worden. De cijfers zijn niet opgehoogd en voor sommige grondstoffen is een onderschatting van de inzet mogelijk.

Alternatieve grondstoffen die enkel ingezet worden in de keramische industrie

Gemalen baksteen is productie uitval bij het bakken van keramische stenen dat na fijnmalen opnieuw als grondstof in het productieproces kan ingezet worden. Dit was op basis 13 kton in 2018, waarvan 5 kton rechtstreeks geïmporteerd werd uit Duitsland.

Mijnsteen is een verzamelnaam voor gesteenten die als restproduct bij de ondergrondse ontginning van steenkool op bovengrondse steenstorten of terrils zijn beland. Mijnsteen werd in 2018 door de keramische sector rechtstreeks geïmporteerd uit Wallonië (18 kton), Frankrijk (75 kton) en Nederland (46 kton) en ingezet als alternatief voor klei.

Papiervezel/papierslib wordt gebruikt als energiebron en als substituut voor primaire delfstoffen in de keramische sector. De papiervezels zijn afkomstig van de papierindustrie en bestaan uit voor de papiersector onbruikbare vezels, vezelvulstof- en coatingslib. In de keramische sector fungeert papiervezel in het grondstofmengsel als poriënvormer in het eindproduct. Om deze reden is de toevoeging van papiervezel enkel van toepassing bij de productie van lichtgewichtstenen. Het heeft De toevoeging van Ca-rijke papiervezel aan het grondstofmengsel heeft naast de poriënvormende functie tevens een gunstig effect op de SOx emissies. In 2018 werd 78 kton papiervezel/-slib ingezet, dat rechtstreeks geïmporteerde werd uit Nederland (30 kton), Duitsland (44 kton) en Frankrijk (4 kton).

Slib van natuursteenbewerking ontstaat bij het bewerken van natuursteen. In Vlaanderen werd in 2018 64 kton slib van natuursteenbewerking verbruikt door de keramische sector, waarvan 22 kton rechtstreekse import uit Nederland en <1 kton import uit Wallonië.

Andere**

Naast bovenvermelde alternatieve grondstoffen zijn er nog beeldbuisglas, drinkwaterslib, filterkoek, filterzand van drinkwaterproductie, gebroken restmateriaal uit metaalrecyclage, glas van lampenrecycling, kalk, KSP-glas, onthardingskorrels van drinkwaterproductie, recyclageglasvezel, slib, steenwol, straalgrit, vuurvast materiaal ovenpuin, Ca(OH)2, CaCO3, calcium-reactieproduct, foamglas, glasmeel, glasstof, PCC (geprecipiteerd CaCO3 papierindustrie) en steenwol en vulstof (filler). In totaal werd op basis van de MDO-bevraging 150 kton geproduceerd in Vlaanderen, 14 kton geïmporteerd uit Wallonië (13 kton) en Nederland (1 kton) en 149 kton ingezet.

Sectoren

Voor het MDO omvat de sector stortklaar beton de producenten van mengsels van grof toeslagmateriaal (grind of steenslag), zand, cement en water en van gestabiliseerde zanden (i.e. betonmengsels zonder toeslagmateriaal) die op bouwplaatsen worden afgeleverd. De sector betonwaren omvat de producenten van prefab betonproducten (zoals straatstenen, buizen, blokken, vloerplaten, palen, enz.), vezelcement, silicaatsteen en cellenbeton. Bedrijven met een asfaltcentrale hebben, naast de productie van nieuw asfalt, vaak ook andere activiteiten zoals de productie van stortklaar beton, het opbreken van wegen (waarbij asfaltgranulaat geproduceerd kan worden) en andere aannemerijactiviteiten. In de sector asfalt wordt enkel de productie van nieuw asfalt en de grondstoffen die hierbij gebruikt worden, besproken. De keramische sector kan onderverdeeld worden in twee groepen: een grof keramische groep (steenbakkerijen, dakpannenfabrikanten en producenten van gresbuizen en geëxpandeerde kleikorrels) en een fijn keramische groep (vuurvaste producten, aardewerk, tegels, …). Bij deze laatste groep gaat het hoofdzakelijk om artisanale pottenbakkers die elk minder dan 10 ton klei per jaar verbruiken. Het verbruik van de fijnkeramische sector wordt niet meegerekend bij de verdere analyse omdat het verwaarloosbaar is in vergelijking met het verbruik van de grofkeramische industrie (< 1%). De Vlaamse glasnijverheid wordt binnen het MDO geïnterpreteerd als de producenten van Vlaamse glasproducten. Hieronder zit naast de productie van glas, ook de productie van glasvezels en isolatieproducten op basis van glas, zoals glaswol en schuimglas vervat. De aannemerij bestaat uit een zeer omvangrijke groep bedrijven, die wordt gekenmerkt door een grote diversiteit aan activiteiten. Zowel bedrijven die gespecialiseerd zijn in de uitvoering van een specifiek onderdeel van een bouwproject als bedrijven die volledige bouwprojecten uitvoeren maken deel uit van de sector, maar ook bedrijven die enkele specifieke activiteiten combineren. Er wordt geschat dat er ongeveer 32.325, voor het MDO relevante, aannemerij bedrijven zijn in Vlaanderen. Op stortplaatsen worden grondstoffen gebruikt voor de inrichting en eindafwerking. Alternatieve grondstoffen worden enkel opgenomen in de MDO-rapportage als ze toegepast worden buiten het stortlichaam zelf, bijvoorbeeld bij de eindafdek. Met het gebruik binnen het stortlichaam in de vorm van tussenafdek, steunlagen, etc. wordt geen rekening gehouden omdat het niet beschouwd wordt als nuttige toepassing, maar wel als het storten van afvalstoffen. Bij overig verbruik zijn de bedrijven opgenomen die niet in de voorgaande sectoren thuishoren. Het gaat bijvoorbeeld om bedrijven die cement, papier, straalmiddel, bouwgips, voorgemengde droge mortel of scheikundige stoffen produceren maar ook bedrijven die metalen verwerken, bodems saneren enzovoort.

Inzet

De sectoren stortklaar beton, betonwaren en asfalt maken voornamelijk gebruik van primaire delfstoffen, in tegenstelling tot de aannemerij sector, waar vooral alternatieve grondstoffen gebruikt worden.  

Rechtstreekse import

Verbruikers van minerale grondstoffen kopen hun grondstoffen van Vlaamse producenten en handelaars of rechtstreeks bij bedrijven buiten Vlaanderen. Ook eigen productie is mogelijk, zowel binnen als buiten Vlaanderen. Wat de aankopen betreft, is enkel de herkomst van de verkoper gekend. Voor de verbruikssectoren is bijgevolg niet de totale import gekend die de sector inzet maar enkel de hoeveelheden die rechtstreeks buiten Vlaanderen aangekocht worden.  

Definities

Primaire delfstoffen: zie https://dov.vlaanderen.be/page/delfstoffentoets-grondverzet

Alternatieve grondstoffen:

Alternatieve grondstof

Beschrijving

Gerecycleerde granulaten

Granulaten die ontstaan door mechanische behandeling van anorganisch materiaal dat afkomstig is van bouwkundige constructies (VLAREMA, art. 1.2.1)

Asfaltgranulaat voor nieuw asfalt

is afkomstig van het opbreken en/of afschrapen van asfaltverhardingen. Het gaat om materiaal met een goede bouwtechnische kwaliteit en homogeniteit dat meteen terug ingezet wordt in de productie van nieuw asfalt

Asfaltgranulaat

is afkomstig van het opbreken en/of afschrapen van asfaltverhardingen. Dit asfaltpuin wordt afgevoerd naar een breekinstallatie voor de verwerking tot asfaltgranulaat en wordt gecertificeerd onder het eenheidsreglement. Het wordt voornamelijk ingezet in (onder)funderingen

Betongranulaat

is afkomstig van het breken en zeven van zuiver, al dan niet gewapend beton. Het granulaat heeft goede mechanische eigenschappen en vormt daardoor een waardevolle fractie

Menggranulaat

is een mengsel van beton- en metselwerkpuin in een verhouding van 40/60 tot 60/40. Om als grondstof in wegenbouw gebruikt te worden moet het aandeel betonpuin minimaal 40% bedragen (Standaardbestek 250) om voldoende mechanische sterkte te hebben

Metselwerkgranulaat

is afkomstig van de verwerking van metselwerk, dakpannen, etc. De mechanische sterkte is beperkter dan bij andere granulaten

Brekerzeefzand van  betongranulaat, menggranulaat, metselwerkgranulaat

is zand dat afkomstig is van het zeven, voorafgaand aan het breken van puin

Brekerzand van betongranulaat, menggranulaat en metselwerkgranulaat

is zand dat afkomstig is van het zeven, na het breken van het puin en na de voorafzeving van brekerzeefzand

De hoeveelheden brekerzand worden door de certificatie-instellingen opgenomen bij de respectievelijke granulaten (vb. brekerzand van beton bij betongranulaat). Ook in dit jaarverslag wordt het brekerzand telkens opgenomen bij het respectievelijke granulaat.

Sorteerzeefzand

is het zand dat ontstaat bij het zeven van puin bij een vergunde sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval

Sorteerzeefgranulaat

is een verzamelterm voor stenen die verkregen worden door het zeven van puin, verkregen na voorafzeving en sorteren van bouw- en sloopafval dat afkomstig is van een vaste sorteerinrichting

Uitgegraven bodem en specie

Uitgegraven bodem

is bodem die uitgegraven wordt buiten ontginningsgebieden, bijvoorbeeld bij wegen-, bouw- of infrastructuurwerken. De textuur ervan kan overeenkomen met primaire delfstoffen zoals zand, leem, klei of grind.

Bagger- en ruimingspecie

bestaat uit specie die wordt gebaggerd of geruimd uit de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen

Overige alternatieve grondstoffen

Bodemassen

zijn de assen die onderaan de oven blijven liggen na verbranding en zijn

afkomstig van afvalverbrandingsinstallaties (AVI) of elektriciteitscentrales. Onder de AVI-bodemassen zijn zowel de tot alternatief verwerkte HVI bodemassen (huisvuilverbrandingsinstallatie) als de bodemassen afkomstig van papier- en houtverbranders vervat. De e-bodemassen van elektriciteitscentrales zijn afkomstig van de verbranding van steenkool en vaak ook van hout (biomassa). De bodemassen van elektriciteitscentrales, papier- en houtverbranders hoeven geen bewerking te ondergaan.

Vliegassen

zijn de assen die met de rookgassen worden meegevoerd bij

afvalverbrandingsinstallaties (AVI) of electriciteitscentrales. Deze categorie omvat vliegassen afkomstig van papier- en houtverbranders en e-centrales.

HVI-vliegassen zijn niet geschikt als alternatieve grondstof.

e-bodemassen

zijn assen afkomstig van elektriciteitscentrales met steenkool als hoofdbrandstof. Bodemassen zijn de assen die onderaan de oven blijven liggen na verbranding.

e-vliegassen

zijn assen afkomstig van elektriciteitscentrales met steenkool als hoofdbrandstof. Vliegassen zijn de assen die met de rookgassen worden meegevoerd

Slakken van de ferro-industrie of ferroslakken

ontstaan bij de productie (smelten) of het gieten van ferrometalen. In de oven worden ertsen en/of metaalhoudende afvalstoffen (voornamelijk schroot) gesmolten, en toeslagstoffen (zoals zand, kalk) toegevoegd. Tijdens het smeltproces wordt in de oven naast de metaalfase een slakkenfase gevormd. De slakkenfase wordt in vloeibare vorm afgetapt uit de oven. De vloeibare slakken worden gegranuleerd door middel van een waterstraal, of koelen aan de lucht. Na afkoeling worden de slakken meestal nog gebroken, gezeefd en/of gedemetalliseerd.

Slakken van de non-ferro-industrie of non-ferroslakken

ontstaan bij de pyrometallurgische productie (smelten) van non-ferro metalen. Als input worden door non-ferro smelters ertsen en/of metaalhoudende afvalstoffen gebruikt. Tijdens het smeltproces wordt in de oven naast de metaalfase een slakkenfase gevormd. De slakkenfase wordt meestal in vloeibare vorm en soms na afkoeling afgescheiden van het metaal. Vloeibare slakken kunnen rechtstreeks gegranuleerd worden door middel van een waterstraal of na afkoeling mechanisch behandeld worden (breken, zeven, demetalliseren).

Vlakglasscherven

Afval van vlakglas (ruiten, spiegels, …) wordt ingezameld en verwerkt door ze te sorteren, reinigen en vermalen. Op die manier ontstaat een grondstof die hier vlakglasscherven genoemd worden. Het gaat telkens om de ovenklare glasscherven, die rechtstreeks gebruikt kunnen worden in de productie van glasproducten, niet het afvalglas zelf.

Hol glasscherven

Analoog met vlakglasscherven kan afval van hol glas (flessen, glazen, …) verwerkt worden tot grondstof. Hol glasscherven hebben chemisch een andere samenstelling dan vlakglasscherven. Ook hier gaat het steeds om de ovenklare scherven van hol glas.

Gieterijzand

ontstaat bij het gebruik van siliciumrijk zand voor de aanmaak van gietvormen in gieterijen. Gieterijen smelten metaal en gieten dit in de gewenste vorm aan de hand van een mal of gietvorm. De gietvormen worden gemaakt van zand dat wordt gebonden door bindmiddelen (bentoniet of chemische harsen). Na gebruik kan het gieterijzand meestal, eventueel na reiniging, worden herbruikt voor de aanmaak van nieuwe gietvormen. Het zand dat niet meer geschikt is om te worden hergebruikt, komt in aanmerking voor gebruik als bouwstof.

Zinkassen

zijn afkomstig van de heraanleg van bestaande zinkassenwegen. Hierbij komt een zinkassenfundering vrij die in gestabiliseerde vorm hergebruikt wordt in de nieuwe heraangelegde zinkassenweg. Zinkassen worden gezien als een verzameling van zinkassen, moffelscherven en loodslakken, die oorspronkelijk geproduceerd werden bij de pyrometallurgische productie van zink, koper en lood te Overpelt, Lommel, Balen, Rotem (Vlaanderen) en Budel (Nederland) in de periode 1890-1974.

Gemalen baksteen

Productie uitval bij het bakken van keramische stenen dat na fijnmalen opnieuw als grondstof in het productieproces kan ingezet worden.

Mijnsteen

is een verzamelnaam voor al het steriel materiaal (gesteenten) dat als restproduct bij de ondergrondse ontginning van steenkool en na het wassen van de bruto steenkoolproductie, op bovengrondse steenstorten of terrils zijn beland. Deze mijnsteen bestaat voor een belangrijk deel uit kleihoudende gesteenten (ca. 70%, in de volksmond “schist” genaamd, wetenschappelijk juister (k)leisteen of schalie), naast zandsteen en siltsteen (samen 20%) en steenkool (inclusief steenkoolhoudende leisteen, samen maximaal 10%) (Bron: VITO, 2005).

Papiervezel

wordt gebruikt als energiebron en als substituut voor primaire delfstoffen in de keramische sector. De papiervezels zijn afkomstig van de papierindustrie en bestaan uit voor de papiersector onbruikbare vezels, vezelvulstof- en coatingslib. In de keramische sector fungeert papiervezel in het grondstofmengsel als poriënvormer in het eindproduct. Om deze reden is de toevoeging van papiervezel enkel van toepassing bij de productie van lichtgewichtstenen. De toevoeging van Ca-rijke papiervezel aan het grondstofmengsel heeft naast de poriënvormende functie ook een gunstig effect op de SOx emissies (Bron: Huybrechts et al., 2007)

Slib van natuursteenbewerking

ontstaat bij het bewerken/verzagen van natuursteen

Andere

zijn andere grondstoffen die in beperkte hoeveelheden ingezet worden. Het betreft restfracties, schuimaarde, foamglas, glasmeel, steenwol, kalk, geprecipiteerd CaCO3 uit de papierindustrie (PCC), geslepen glasblokken en recyclageglasvezel, gereinigd zand van zandvangersmateriaal en rioolkolkenspecie, toeslagstof en overige alternatieven met een grondstofverklaring. Ook KSP-glas valt hieronder.  Dit is fijn glasmateriaal met relatief veel verontreiniging van keramiek, steen en porselein. Het komt vrij bij de sortering van glasafval.

 

Over de data

 

Disclaimer

Aan de gegevens kunnen geen rechten worden ontleend. De gebruiker neemt bij toepassing van gegevens van de webpagina’s eventuele risico's aan deze informatie en/ of interpretatie over. De werkgroep MDO, bestaande uit het Departement Omgeving, OVAM en VITO, heeft de in deze publicatie opgenomen gegevens zorgvuldig verzameld naar de laatste stand van wetenschap en techniek. Desondanks kunnen er onjuistheden in deze publicatie voorkomen. De Vlaamse overheid sluit, mede ten behoeve van degenen die aan deze publicatie hebben meegewerkt, iedere aansprakelijkheid uit voor de gevolgen van welk gebruik dan ook van de hierin opgenomen gegevens.

 

Over MDO

Het Monitoringsysteem Duurzaam Oppervlaktedelfstoffenbeleid is een samen­werkings­verband tussen het departement Omgeving, de Openbare Vlaamse Afval­stoffen­maatschappij (OVAM) en de Vlaamse Instelling voor Techno­logisch Onderzoek (VITO).

Informatie over het duurzaam oppervlaktedelfstoffenbeleid, inclusief het Oppervlaktedelfstoffendecreet, het grinddecreet, het Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan en de voorgaande MDO-jaarverslagen is terug te vinden op https://omgeving.vlaanderen.be/bodem-en-ondergrond.

Informatie over het duurzaam afval- en materialenbeleid, de circulaire economie, materiaalbewust bouwen enzovoort is terug te vinden op http://www.ovam.be/afval-materialen.

 

Contacteer ons

Team ondergrond en diepe ondergrond