Milieu-inspectie: Veeteelt

De toezichthouders van de afdeling Handhaving controleren hoofdzakelijk bedrijven die volgens de indelingslijst van Vlarem II zijn ingedeeld als klasse 1. Een 915-tal van deze bedrijven zijn, volgens Europese regelgeving, intensieve pluimvee- of varkenshouderijen met meer dan 40000 plaatsen voor pluimvee, met meer dan 2000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 30 kg), of met meer dan 750 plaatsen voor zeugen. Deze intensieve veehouderijen worden RIE-bedrijven genoemd.

Elk jaar wordt, naast de reguliere handhaving, een omgevingsinspectieplan opgemaakt met een aantal specifieke acties voor de veeteeltsector:

  • Inspecties, met een risico gebaseerde frequentie, in kader van de Europese richtlijn Industriële emissies. Deze inspecties worden uitgevoerd bij RIE-bedrijven en zijn voornamelijk toegespitst op emissies van geur, ammoniak, afvalwater, mest, ….
  • Inspecties van nieuwe vergunningen, al dan niet met bijzondere voorwaarden. Deze inspecties zijn voornamelijk toegespitst op algemene, sectorale en bijzonder voorwaarden zoals vastgelegd in Vlarem II.
  • Inspecties, in kader van klachtenbehandelingsprocedure. Deze inspecties zijn voornamelijk toegespitst op hinder zoals geur, stof en illegale lozingen.
  • Inspecties van Vlarem III-bepalingen. Deze inspecties worden enkel uitgevoerd bij veeteeltbedrijven die onder de Europese richtlijn Industriële emissies vallen. Alle RIE-installaties moeten uiterlijk op 21 februari 2021 voldoen aan deze Vlarem III-bepalingen. Nieuwe RIE-inrichtingen (inrichting op het terrein van de RIE-installatie waarvoor de eerste vergunning wordt afgegeven na 21 februari 2017, of een volledige vervanging van een inrichting op bestaande funderingen na 21 februari 2017) moeten nu al aan de bepalingen in Vlarem III voldoen.
  • Inspecties van de constructie en werking van ammoniakemissiearme stalsystemen bij veeteeltbedrijven (pluimvee en varkens). Ammoniakemissiearme stalsystemen zijn zowel luchtwassers, biobedden, V-systemen (voor varkens) en P-systemen (voor pluimvee) die zijn vastgelegd in het Ministerieel besluit Ammoniakemissiearme stalsystemen.
  • Inspecties van nutriëntrijke stromen bij voornamelijk rundveebedrijven. Hieronder vallen vloeibare stromen zoals mestsappen, spoelwater melkhuisje/melkput, silosappen, reinigingswater van warmtewisselaar, condensatiewater van warmtewisselaar, hemelwater dat is verontreinigd met morsresten van sleufsilo’s … die als ze niet correct worden beheerd het oppervlaktewater ernstig kunnen verontreinigen.