Milieu-inspectie: Hinder

Jaarlijks ontvangt de afdeling Handhaving tal van klachten over stofhinder, geurhinder, geluidshinder, trillingshinder of hinder door slagschaduw van windmolens. De afdeling Handhaving voert bij klasse 1-inrichtingen controles uit om de nodige vaststellingen te doen en te oordelen over de gegrondheid van de klacht en over de hinderlijkheid. Klachten over klasse 2-inrichtingen stuurt zij door naar de gemeente. Het goed in kaart brengen van hinder is complex en niet altijd evident omdat factoren zoals frequentie, aard, intensiteit en omgevingsfactoren zoals windrichting mee bepalend zijn. 

Voor een aantal dossiers waar het voor de afdeling Handhaving niet evident is om de geurhinder vast te stellen, bv. door de aanwezigheid van verschillende bedrijven in de buurt die een gelijkaardige hinder (kunnen) produceren, beroept ze zich op erkend deskundigen om een onderzoek uit te voeren. 

Bij geluidshinder zal de afdeling Handhaving in eerste instantie de klachten zelf onderzoeken op gegrondheid door metingen met eigen apparatuur uit te voeren. Wanneer de afdeling Handhaving vaststelt dat van toepassing zijnde geluidsnormen worden overschreden of wanneer er sprake is van overmatige trillingshinder, neemt ze maatregelen om de hinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken. 

Ten slotte voert de afdeling Handhaving breedbandmetingen uit, van elektromagnetische straling van zendantennes voor telecommunicatie, voor iedere aanvraag van een particulier en zijn verblijfplaats binnen een straal van 150 meter ligt van een vast opgestelde zendantenne.