Milieu-inspectie: Dierlijke bijproducten

Twee Europese verordeningen in kader van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, VO (EG) 1069/2009 en VO (EU) 142/2011, stellen de gezondheidsvoorschriften vast inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten. De takenverdeling tussen de Federale staat en de Gewesten is vastgelegd in een samenwerkingsakkoord.

Via een risico gebaseerd inspectieprogramma wordt getracht de contaminatie van de voedselketen ten gevolge van het onzorgvuldig hanteren, behandelen en verwerken van risicovolle dierlijke bijproducten te vermijden.

Het Vlaamse Besluit Dierlijke Bijproducten en afgeleide producten heeft tot doel specifieke Vlaamse wetgeving over dierlijke bijproducten samen te voegen. Voorschriften die reeds van toepassing zijn in andere wetgeving worden niet herhaald. Bovendien worden procedurele aspecten en terminologie zoveel mogelijk afgestemd op de afvalstoffen- en materialenwetgeving, met name het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

De bedrijven die toezichthouders van de afdeling Handhaving controleren zijn opgedeeld in 3 grote groepen van te controleren bedrijven, namelijk de ‘1069-erkende bedrijven’, ‘de vervoerders en Inzamelaars, handelaars en makelaars (IHM)’  en ‘de producenten van de voedselketen’. Bij deze inspecties wordt nagegaan of deze exploitanten hun opgelegde voorwaarden correct naleven.

In het kader van deze controles worden bij opslag- en hanteringsbedrijven, verbrandingsinstallaties, verwerkings-, biogas- en composteringsinstallaties die dierlijke bijproducten en/of afgeleide producten gebruiken ook monsters voor microbiologische analyse genomen van de dierlijk bijproducten.