Materiaalproductiviteit Vlaanderen

De materiaalproductiviteit geeft de verhouding weer tussen het bruto binnenlands product en het binnenlands materiaalverbruik, uitgedrukt in kg Domestic Material Consumption (DMC). De materiaalproductiviteit verbetert in de loop der tijd. In vergelijking met de Europese landen staat Vlaanderen in de middenmoot. Onze vooruitgang is ook vergelijkbaar met de rest van Europa.

Op deze pagina:

Evolutie materiaalproductiviteit

Het binnenlands materiaalverbruik is vrij constant gebleven sinds 2005, terwijl het bbp toeneemt. De materiaalproductiviteit verbetert dus in de loop der tijd. In tegenstelling tot voor andere hulpbronnen zijn cijfers voor materiaalverbruik niet beschikbaar op sectorniveau, maar wel voor het soort materialen. De belangrijkste materiaalsoorten die deel uitmaken van de DMC in 2018 zijn fossiele brandstoffen (42%), niet-metallische mineralen zoals zand en grind (29%) en biomassa (22%). Het verbruik van metalen (8%) is minder belangrijk.
Sinds 2002, het eerste jaar waarvoor de DMC in Vlaanderen is berekend, is het verbruik van metalen (+40%), fossiele brandstoffen (+7%) en niet-metallische mineralen toegenomen (+4%). Het verbruik van biomassa is afgenomen (-17%).
De materiaalproductiviteit (bbp/DMC) voor Vlaanderen stijgt in de periode 2002-2018. Vlaanderen lijkt dus te kunnen produceren met relatief minder materialen. Een toenemend belang van de dienstensector speelt hierbij een rol. Diensten hebben geen massa en worden niet uitgedrukt in gewicht, bijgevolg hebben deze handelsstromen ook weinig impact op de DMC.
DMC is internationaal de meest gebruikte maatstaf om materiaalverbruik te meten, maar daarbij wordt alleen gekeken naar de binnenlandse consumptie van materialen. DMC houdt geen rekening met de grondstoffen die in het buitenland gebruikt worden tijdens de volledige productieketen van het verhandelde product. Als we de volledige materialenvoetafdruk van onze consumptie beschouwen, dan valt op dat bijna 90% van onze materialenvoetafdruk zich in het buitenland bevindt.
Meer informatie is te vinden in de Circulaire Economie Monitor Vlaanderen en op www.ovam.be.

Positie materiaalproductiviteit Vlaanderen t.o.v. Europese landen

In vergelijking met de Europese landen staat Vlaanderen in de middenmoot. Verschillende factoren spelen een belangrijke rol in internationale vergelijkbaarheid, zoals: grootte en productiviteit van de economie, inwonersaantal en -dichtheid, consumptiepatronen, klimaat, de samenstelling (type activiteiten) van de economie, de beschikbaarheid van grondstoffen of alternatieve grondstoffen en de gebruikte technologieën.
Het is moeilijk om de verschillen tussen Vlaanderen en België te verklaren. In de Vlaamse cijfers vormt interregionale handel een substantieel onderdeel, waardoor een groter deel van het materiaalgebruik van de hele productieketen niet wordt meegeteld omdat dit in andere gewesten plaats vindt. Ook de databronnen zijn verschillend. In tegenstelling tot bij andere indicatoren maken de Vlaamse data geen deel uit van de Belgische datasets, maar gebeuren berekeningen onafhankelijk van elkaar.

 

Meer informatie

Laatst gewijzigd: november 2020

Volgende update: december 2021

Methode: De Domestic Material Consumption (DMC) geeft het materiaalgebruik van binnenlandse productie- en consumptie weer. DMC meet de totale hoeveelheid materialen die direct door een economie worden gebruikt (exclusief indirecte stromen), zoals biomassa, metaalertsen, fossiele brandstoffen, niet-metallische mineralen. Om de evolutie binnen Vlaanderen in de tijd te bekijken is het BBP uitgedrukt in kettingeuro's met referentiejaar 2010. Bij een vergelijking tussen landen is het BBP uitgedrukt in € koopkrachtpariteiten. 

Brondata: 

Contacteer ons

Afdeling Partnerschappen met Besturen en Maatschappij (PBM)
02 553 80 56 (bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 u.)