Luchtverontreiniging: doelstellingen Vlaanderen

Emissies

Richtlijn 2001/81 (de NEC-richtlijn) legt absolute emissieplafonds op voor België voor de polluenten SO2, NOx, NMVOS en NH3, van kracht vanaf 2010.  Deze richtlijn werd eind 2016 herzien; de nieuwe richtlijn bevat doelstellingen voor 2020 en 2030. Naast de polluenten die al gevat zijn door de oorspronkelijke richtlijn, worden nu ook doelstellingen voor PM2,5 voorzien. Deze nieuwe doelstellingen zijn geformuleerd als relatieve reducties t.o.v. de emissies in 2005. Onderstaande tabel geeft de doelstellingen uit de NEC-richtlijn en de doelstellingen uit de nieuwe  richtlijn (Richtlijn 2016/2284).

 

  NEC-richtlijn herziening NEC
  2010 2020 2030
  kton/jaar % t.o.v. 2005 % t.o.v. 2005
SO2 99 43% 66%
NOx 176 41% 59%
NMVOS 139 21% 35%
NH3 74 2% 13%
PM2,5   20% 39%

 

Luchtkwaliteit

Richtlijnen 2004/107 en 2008/50 leggen luchtkwaliteitsdoelstellingen vast voor een hele reeks stoffen. Voor de precieze doelstellingen (en bijhorende meetverplichtingen) verwijzen we naar de richtlijnen zelf (zie Internationaal beleid). In de tabel hieronder worden de doelstellingen vermeld die in Vlaanderen het meest aandacht krijgen, omwille van resterende knelpunten.

 

Middelingstijd

Norm

Toegelaten overschrijdingen

Van kracht

NO2

Uur

200 µg/Nm3

18

2010

Jaar

40 µg/Nm3

-

2010 (uitstel tot 2015 voor 2 zones*)

         

PM10

Dag

50 µg/Nm3

35

2005

Jaar

40 µg/Nm3

-

2005

         

PM2,5

Jaar

25 µg/Nm3

-

2015

PM2,5, stedelijke achtergrond

Jaar

25 µg/Nm3 (streefwaarde)

-

2015

Jaar

20% daling t.o.v. gemiddelde 2009-2011

-

2020

*agglomeratie Antwerpen en Haven van Antwerpen

 

Luchtbeleidsplan 2030

Op korte termijn (zo snel mogelijk) zorgen we ervoor dat we nergens in Vlaanderen de Europese luchtkwaliteitsnormen en/of streefwaarden overschrijden en dat we de emissieplafonds voor 2020 halen.

Op middellange termijn (2030) bereiken we de emissieplafonds van de NEC-richtlijn voor 2030. We kiezen een gelijkaardig pad voor Vlaanderen als voor Europa en streven naar een halvering van de gezondheidsimpact ten gevolge van luchtverontreiniging en we dringen de oppervlakte van ecosystemen waar de draagkracht voor vermesting of verzuring wordt overschreden met een derde terug ten opzichte van 2005. Concreet betekent dit:

  • We streven ernaar om in 2030 de gezondheidsimpact door blootstelling aan PM2,5 te halveren ten opzichte van 2005 (indicator: aantal vroegtijdige sterfgevallen door langdurige blootstelling aan PM2,5
  • We streven ernaar om in 2030 het aantal mensen dat woont op een locatie waar de jaargemiddelde NO2-concentratie hoger is dan 20 µg/m³ in elke gemeente te halveren ten opzichte van 2016
  • In 2030 dringen we de kritische last voor vermesting terug zodat die in minder dan 61 % van de oppervlakte natuur in Vlaanderen nog overschreden wordt, de kritische last voor verzuring dringen we terug zodat die in minder dan 46 % van de oppervlakte natuur in Vlaanderen nog overschreden wordt.

Op lange termijn (2050) brengen we de luchtvervuiling door antropogene bronnen, zoals industrie, landbouw en verkeer, drastisch terug. We streven ernaar dat de luchtkwaliteit in Vlaanderen geen significante negatieve invloed heeft op de gezondheid van haar bewoners en dat de draagkracht van ecosystemen niet meer overschreden wordt. Concreet betekent dit:

  • Nergens in Vlaanderen worden er mensen blootgesteld aan concentraties die hoger liggen dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.
  • In 2050 doen zich geen overschrijdingen meer voor van de kritische lasten voor vermesting en verzuring. We respecteren de Europese langetermijndoelstelling voor ozon (AOT40) van 6000 µg/m³.h overal en we overschrijden de kritieke niveaus die per vegetatietype zijn vastgelegd op basis van de PODy (de fytotoxische ozondosis boven een drempelwaarde Y) nergens meer.

 

Meer informatie over hoe deze doelstellingen gerealiseerd zullen worden vindt je in het Luchtbeleidsplan 2030.

 

 

Contacteer ons

Team lucht
02 553 11 20