Leidraad voor het opstellen van een omgevingsveiligheidsrapport

Artikel 4.5.6 van het decreet Algemeen Milieubeleid [DABM] somt de gegevens op die minstens in een omgevingsveiligheidsrapport moeten opgenomen worden.

Het Team Externe Veiligheid heeft een modulaire Leidraad VR uitgewerkt die de verwachtingen beschrijft over de invulling van het omgevingsveiligheidsrapport. De leidraad reikt hiervoor tevens een praktische werkwijze aan.

Info: Een hogedrempelinrichting moet ook een Samenwerkingsakkoord-veiligheidsrapport opstellen. Voor dit laatste rapport werd ook een leidraad uitgewerkt. Hoewel beide rapporten opgesteld worden vanuit een verschillende invalshoek en volgens strikt gescheiden procedures, bestaat er wel een grote overlap op structureel en inhoudelijk vlak tussen beide. Daarom werd één geïntegreerde Leidraad VR samengesteld, die beide rapporttypes behandelt. In elke module is voor elk rapporttype aangegeven of en in welke mate de module erop van toepassing is.

Belangrijke aanpassing van de leidraad

Omwille van de nationale veiligheid vraagt het Nationaal Crisiscentrum (NCCN), in overleg met de Samenwerkingscommissie (SWC), om de verspreiding van mogelijk gevoelige informatie via een veiligheidsrapport zoveel als mogelijk te beperken. Om die reden gebeurt er in het Samenwerkingsakkoord-veiligheidsrapport een opslitsing tussen een publiek deel en een niet-publiek deel.

De 'Leidraad voor het opstellen van een veiligheidsrapport', versie 3.0,  komt hieraan tegemoet, en voorziet in een deel I over de invulling van het publiek deel met de publiek toegankelijke informatie, en in een deel II  over de invulling van het niet-publiek deel met de af te schermen gevoelige informatie.
Praktisch komt het erop neer dat het geheel van de informatie in een veiligheidsrapport inhoudelijk niet wijzigt, maar deze informatie wel anders moet georganiseerd worden.

Op termijn zal (uiteraard) ook in het omgevingsveiligheidsrapport een opsplitsing in een publiek deel en een niet-publiek deel ingevoerd worden. Bij het indienen van de omgevingsvergunningsaanvraag zal dan het niet-publiek deel in een aparte daartoe voorziene ruimte (vertrouwelijk) van het Omgevingsloket moeten opgeladen worden. Het niet-publiek deel gaat dan niet mee in openbaar onderzoek, enkel het publiek deel wordt openbaar gesteld. Momenteel wordt hiervoor een werkwijze uitgewerkt, in overleg met de verschillende betrokken partijen. Dit neemt echter niet weg dat bij de opstart van een nieuwe OVR-procedure deze voorziene opsplitsing in een publiek deel en een niet-publiek vanaf heden al kan en mag toegepast worden. Op die manier zal het OVR maximaal kunnen benut worden bij de opmaak van een SWA-veiligheidsrapport.

Opbouw van het omgevingsveiligheidsrapport

Het omgevingsveiligheidsrapport wordt op volgende wijze modulair samengesteld (al rekening houdende met een opsplitsing in een publiek deel en een niet-publiek deel):

  • Deel I: Publiek deel

    • Voorblad
    • Inhoudstafel
    • Lijst met afkortingen
    • Lijst van opstellers (erkende deskundige en anderen, incl. taakverdeling)
    • Versiebeheer
    •  Hoofdstukken I.1 t/m I.6 (overeenkomend met Modules I.1 t/m I.6 van de leidraad)
    • Leemten in de kennis
    • Algemeen besluit
    • Niet-technische samenvatting (overeenkomend met module 7 van de leidraad)
  • Deel II: Niet-publiek deel

    • Voorblad
    • Inhoudstafel
    • Lijst met aflortingen
    • Lijst van opstellers (erkende deskundige en anderen, incl. taakverdeling)
    • Versiebeheer
    • Hoofdstukken II.4 t/m II.6 (overeenkomend met Modules II.4 t/m II.6 van de leidraad)

Bij het omgevingsveiligheidsrapport wordt een elektronisch bestand gevoegd met de geogerefereerde data zoals gevraagd in de [Richtlijn Geodata].

Het omgevingsveiligheidsrapport wordt ondertekend door de initiatiefnemer en de erkende VR-deskundige.

Status en nut van de leidraad

De leidraad is een hulpmiddel bij het opstellen van het veiligheidsrapport. De structuur en de werkwijze die de leidraad voorstelt worden ten zeerste aangeraden, maar zijn niet verplicht. De hogedrempelinrichting mag de informatie dus ook op een andere manier organiseren en beschrijven. Het omgevingsveiligheidsrapport zal immers beoordeeld worden op de inhoud eerder dan op de vorm.

Het volgen van de leidraad biedt wel de garantie dat minstens voldaan wordt aan de decretaal gevraagde minimum gegevens. Uiteraard kan en mag aan het veiligheidsrapport extra informatie toegevoegd worden voor zover deze relevant is in het kader van de beheersing van de gevaren van zware ongevallen.

Het volgen van de leidraad zorgt ook voor een zekere uniformiteit van de veiligheidsrapporten, wat voordelen biedt zowel voor de beoordelaars van het rapport als voor de gebruikers van het rapport. Het vergemakkelijkt ook de eventuele overdracht van informatie van het omgevingsveiligheidsrapport naar het SWA-veiligheidsrapport (en omgekeerd).

Versiebeheer

In het kader rechts wordt de meest recente versie van de leidraad vermeld. Het volledige versiebeheer is in de leidraad zelf opgenomen.

Contacteer ons

Team Externe Veiligheid
02 553 03 55 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 12.00 u. en van 13.00 tot 17.00 u.)