“Het verdichten van de stad hoeft niet altijd negatief te worden bekeken”

Kunstencentrum nona: illustratie van ruimtelijk rendement én circulair bouwen

Kunstencentrum Nona Mechelen

Datum: 2017/2020
Ligging: Begijnenstraat, 2800 Mechelen
Opdrachtgever: kunstencentrum nona (vzw Theater Teater)
Ontwerpteam: dmvA architecten
Aannemer: Willems & Co (ruwbouw), DE WIN bv (buitenschrijnwerk) en Reynaers Aluminium (aluminium buitenschrijnwerk)
Studiebureau: UTIL, Tractebel Engie
EPB en veiligheid: Greesa
Budget: 2.379.789,77 euro, excl. btw en erelonen
Omvang: 687 m² (kunstencentrum) en 275,1 m² (voorbouw)
Bakstenen in samenwerking met kunstenaar Nick Ervinck

Zo’n twintig jaar geleden kampte kunstencentrum nona in Mechelen met plaatsgebrek. Bovendien had de bestaande art-decozaal ook haar beperkingen en voldeed ze qua flexibiliteit niet langer aan de eisen die rond de eeuwwisseling golden. De oplossing: een tweede theaterzaal met foyer en polyvalente ruimte op de site van de voormalige Mechelse Drukkerijen rechts achter het kunstencentrum. Het zou voornamelijk om financiële redenen nog tot 2017 duren eer er effectief begonnen werd aan de nieuwbouw en pas in 2020 was die klaar, maar het resultaat was wel het wachten waard: een knap staaltje ruimtelijk rendement, prachtig verweven met de bestaande theaterzaal én een prachtig voorbeeld van circulair bouwen. Zo is het nieuwe gebouw een van de eerste in België die werden opgetrokken in groen of circulair beton. “Het verdichten van een stad hoeft niet altijd negatief te worden bekeken”, vertelt architect David Driesen (dmvA architecten).

 

Het nieuwe gebouw, voor een derde gefinancierd door kunstencentrum nona zelf, voor een derde door Stad Mechelen – aankoopgronden + afbraakkosten – en voor een derde door het Fonds voor Culturele Infrastructuur van de Vlaamse Overheid (FoCI), kwam te midden van een bouwblok aan een middeleeuwse brandsteeg die het bestaande gebouw van kunstencentrum nona en het nieuwe gebouw letterlijk van elkaar scheidt. De oude gebouwen van de drukkerij die ervoor moesten wijken, waren in de jaren daarvoor gekraakt omdat ze maar moeilijk verkocht geraakten aan derden. Daarna deden ze even dienst als tijdelijke oefenzalen voor nona, maar dat was een noodoplossing. Die maakte de stad echter wel duidelijk dat nona tegen zijn eigen grenzen liep, waarna ze zelf overging tot aankoop van de gebouwen. 
Het nieuwe gedeelte werd ingebed in het stedelijk weefsel in de vorm van een aaneenschakeling van binnen- en buitenkamers met elk een eigen materialiteit en sfeer. Op die manier werd ingespeeld op de grillige vorm van de bouwkavel en werd een repliek gegeven op het amalgama van tuinmuren en koterijen. 
Zo ontstonden er drie patio’s als stedelijke kamers rond de nieuwe theaterzaal met foyer en het forum, een multifunctionele ruimte met de allure van een overdekte markthal. Met een opvallende inbouw kreeg ook de enige inkom, in de Begijnenstraat, een nieuw jasje aangemeten. Die vormt nu een gouden toegangspoort het nieuwe gebouw. 

De vraag: een nieuwe theaterzaal

“Wij zijn een huis van creatie, wat impliceert dat we niet alleen publieksvoorstellingen en concerten organiseren, maar kunstenaars ook de mogelijkheid geven bij ons te komen brainstormen, concepten uitwerken of repeteren”, vertelt Bart Vanvoorden, artistiek leider van kunstencentrum nona. “Dat was organisatorisch natuurlijk niet evident met maar één zaal, het betekende een beperking van de repetitie- en speeldagen per productie. Het is ook daarom dat wij in afwachting van onze geplande uitbreiding een tijdje de oude gebouwen van de drukkerij gebruikt hebben als noodoplossing. De oude zaal, die wel ongelofelijk veel charme heeft, heeft door haar monumentale waarde ook wel wat beperkingen. Zo is de betonnen vloer bijvoorbeeld niet erg aangenaam voor dansers.”

De oplossing: inbreidingsproject op voormalige site Mechelse Drukkerijen

Het nieuwe gebouw is ontworpen door het eigenzinnige Mechelse bureau dmvA architecten, hetzelfde bureau dat ook het Museum Hof van Busleyden in de Maneblusserstad ontworpen heeft. Vanvoorden: “Het is een gebouw geworden met een heel eigen identiteit, wat perfect past bij een kunstencentrum als nona. De nieuwe zaal is wat wij noemen een state-of-the-artblackbox. Er ligt een prachtige parketvloer en de tribune is inschuifbaar. Ook heerst er een andere akoestiek. Waar onze oude zaal zich uitstekend leent voor akoestische of semiakoestische concerten, kan de nieuwe zaal zo hardere of luidere concerten aan. Ook de patio’s en het forum en de ruimte met bar en vestiaire betekenen een absolute meerwaarde.”
“Het nieuwe gebouw is een prachtig voorbeeld van ruimtelijk rendement om twee redenen”, vertelt David Driesen, projectarchitect namens dmvA architecten. “Een eerste is evident: het nieuwe gebouw staat op een plek waar panden stonden van de Mechelse Drukkerijen die niet langer gebruikt werden. Dergelijke binnengebieden zijn in de 19de eeuw in de centrumsteden ontstaan als werkplaatsen. Na het verlaten van die ruimtes in de jaren 70 van de vorige eeuw zijn ze wat ik graag noem wild ingevuld geraakt en later vervallen. Het verdichten van de stad hoeft dus niet altijd negatief te worden bekeken. Het kan ook nieuwe plekken opleveren, niet alleen voor wonen, maar ook met maatschappelijk gedragen projecten. Een ongebruikt binnengebied werd een meerwaarde voor de stad.”
“Daarnaast is het ontwerp van het gebouw ook flexibel opgevat. Met uitzondering van de theaterzaal, die echter ook wel relatief makkelijk ontmanteld kan worden, zijn de ruimtes redelijk functieloos vormgegeven. Daarmee bedoel ik: als kunstencentrum nona ooit beslist andere oorden op te zoeken, dan kan de nieuwbouw eigenlijk voor eender welke nieuwe functie worden aangewend. De ruimte zal aldus langer en beter renderen.”

Nona  Tekstfoto

Zo’n flexibel of aanpasbaar ontwerp is een van de principes van circulair bouwen, maar het nieuwe gedeelte van kunstencentrum nona is om veel meer redenen een circulair gebouw. Driesen: “Zo is de uitbreiding een van de allereerste gebouwen in België die werden opgetrokken uit groen of circulair beton, waarin het ingrediënt cement vervangen is door milieuvriendelijkere alternatieven en gebruikgemaakt wordt van gerecycleerde stoffen zoals gegranuleerd oud beton. Daarnaast werden oude printplaten van de voormalige drukkerij gebruikt als afwerking van de sanitaire wanden. Circulair, maar evenzeer een knipoog naar het verleden van de site. Net zoals de gevelelementen die voorzien werden van de ingelegde letters N, O, N en A. Ook op het vlak van technieken werd circulair gedacht, met onder meer warmterecuperatoren en regenwaterrecuperatie.”
DmvA architecten startte in samenwerking met het makerscollectief vzw Onbetaalbaar, een werkplaats die projecten rond afgedankte materialen bedenkt, ook een tewerkstellingsproject dat onder meer resulteerde in unieke deurtrekkers. Onbetaalbaar heeft ook mee de organisatie van de officiële opening verzorgd en de vzw is met alle bouwpartners in gesprek gegaan, wat met opnames te beluisteren via QR-codes een mooie herinnering opleverde doorheen de site.

“Een ongebruikt binnengebied werd een meerwaarde voor de stad” – David Driesen, dmvA architecten

De uitvoering: drie uitdagingen

“De uitvoering van het project was niet evident”, vertelt Filip Van de Voorde, destijds projectingenieur bij UTIL, het betrokken studiebureau. Volgens hem kreeg het bouwteam in die fase te maken met drie grote uitdagingen. “Typisch voor Mechelen is de zwakke ondergrond, vol met vlietjes en kanalen”, definieert hij een eerste. “Dat gegeven en het feit dat we met een grote boorpalenmachine niet binnen in het bouwblok konden geraken, heeft ertoe geleid dat we moesten werken met een micropaalfundering, niet zo evident.”
“Ten tweede was er de akoestiek. In nona worden voorstellingen gegeven en wordt gerepeteerd, maar het kunstencentrum bevindt zich wel pal in een stedelijk blok, met aanpalende woningen. Daarom hebben we in de nieuwe zaal gewerkt met een box-in-boxsysteem: ontdubbelde betonwanden en een ontdubbelde dakplaat, telkens met luchtspouw ertussen als massa-veer-massa, en twee aparte paalfunderingen, eentje voor de binnenbox en eentje voor de buitenbox.”

Nona  Tekstfoto

“Een laatste grote uitdaging was de werfinrichting. Omdat het bouwperceel een binnengebied betrof in het centrum van de stad en er geen grote toegang was naar de straat, moesten de grote geprefabriceerde elementen over de huizen aan de straatkant worden getild. Maar de Begijnenstraat is enorm smal, wat het werk voor de aannemer bepaald niet gemakkelijk maakte.”

“De typische Mechelse ondergrond en het feit dat we met een grote boorpalenmachine niet binnen in het bouwblok konden geraken, heeft ertoe geleid dat we moesten werken met een micropaalfundering” – Filip Van de Voorde, UTIL

Wat beter kon: ontsluiting naar IJzerenleen zal droom blijven

De drie partners benadrukken dat de samenwerking moeilijk beter kon en ze ook weinig noemenswaardige zaken zien die beter hadden gekund. “Of toch eentje, misschien”, zegt Driesen. “Een verbinding van de nieuwe site met de achterliggende IJzerenleen, een van de belangrijkste Mechelse centrumstraten, zou een extra troef geweest zijn. Maar aangezien dat simpelweg niet mogelijk was, moet ik dat idee hier eigenlijk ook niet benoemen.”

De troeven

Gevraagd naar de troeven, noemen de gesprekpartners er verschillende. “Voor ons is dat zoals ik al zei toch vooral het feit dat we nu meer voorstellingen kunnen bieden aan de Mechelaars. Omdat er vroeger in dezelfde zaal gerepeteerd én voorstellingen gebracht werden, bleef het aantal opvoeringen per productie vaak beperkt tot twee voorstellingen. Daarnaast hoeft de flexibiliteit waar David over sprak niet beperkt te blijven tot toekomstige aanpasbaarheid. Ook wij gebruiken het forum nu al op verschillende manieren.”
“Dit project heeft gezorgd voor de ontdekking van nieuwe kamers in de stad”, is Driesen zoals het een architect betaamt wat lyrischer. “Rond de eeuwwisseling kwam Mechelen vaak negatief in het nieuws. Het was een grauwe provinciestad die je maar beter meed als je er niet moest zijn. Vandaag mag Mechelen zich een voorbeeld noemen voor veel andere Europese steden en daar draagt kunstencentrum nona zeker zijn steentje aan bij.”

“Wij organiseren niet alleen voorstellingen en concerten, maar bieden kunstenaars ook de mogelijkheid bij ons aan producties te komen werken. Dat was organisatorisch niet evident met maar één zaal” – Bart Vanvoorden, kunstencentrum nona.

“Gedurende het voortraject en de bouwfase, in totaal twintig jaar dus, werd ook op alle niveaus aan participatie gedaan. Niet alleen de buurtbewoners, waarvan een deel tijdens de werffase vrijwillig de handen uit de mouwen stak, werden nauw betrokken, maar ook de stad, vzw’s en ambachtsscholen. Zo was er onder meer een samenwerking met Technische Scholen Mechelen voor een leerproject rond kaleien. Op die manier krijg je als het ware vanzelf een maatschappelijk gedragen project”, besluit Driesen.

Nona  Tekstfoto

KADERSTUK: verplichting kunst te integreren in gebouw creatief ingevuld

Vlaanderen heeft al ruim dertig jaar een regeling die kunst in publiek toegankelijke bouwprojecten verplicht maakt. Bij de oprichting, transformatie of herbestemming van publieke gebouwen moet men, indien het totale bouwbudget groter is dan 500.000 euro, een bepaald bedrag van de bouwkosten in de financiering van een kunstopdracht pompen. Hoeveel dat percentage bedraagt, wordt bepaald per schijf. Voor de schijf van 1 tot en met 3 miljoen euro en dus voor kunstencentrum nona gaat het om 1%. Driesen: “Wij zijn met dmvA architecten grote voorstander van die regel, maar gaven de voorkeur de kunstenaar te betrekken in het ontwerpproces in plaats van gewoon te gaan voor het plaatsen van een kunstobject. Daarvoor zijn we in zee gegaan met Nick Ervinck. De uitdaging die we hem voorlegden was om de wanden van de kamers met bakstenen tot leven te brengen. Uiteindelijk deed Nick zijn ding in de drie patio’s. Het kunstwerk biedt zo ook een grote architecturale meerwaarde. Met een beetje verbeelding, kan je het resultaat ook linken aan de vorm van vroegere printplaten, zodat er ook weer een link me de geschiedenis van de site is.”