Isolatie - gevelisolatie

Isolatie ≠ uitbreiding (artikel 4.1.1, 12° VCRO)

In het kader van de optimalisatie en energie-efficiëntie van ons gebouwenpatrimonium is het aangewezen om bestaande woningen te isoleren.  
Het bouwvolume wordt in de VCRO gedefinieerd als ‘het bruto-bouwvolume met inbegrip van buitenmuren en dak’, wat betekent dat het bouwvolume van een constructie/woning moet gerekend worden aan de buitenzijde en dat het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde resulteert in een volumetoename.  
Doordat de definitie van ‘verbouwen’ in artikel 4.1.1 VCRO werd aangevuld, wordt het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van een woning tot een maximum van 26 cm beschouwd als aanpassingswerken binnen het bestaande bouwvolume.  
Zo kunnen de zonevreemde woningen in ruimtelijk kwetsbaar gebied (die nooit kunnen uitbreiden) en de zonevreemde woningen buiten ruimtelijk kwetsbaar gebied (die ingeval van een bestaand volume ≥ 1000m³ niet kunnen uitbreiden) toch aan de buitenzijde isoleren.  
Onder isolatie wordt ook dakisolatie verstaan. Oorspronkelijk ging het om “gevelisolatie”, maar dan kon men geen dakisolatie aanbrengen, omdat het bouwvolume en de nokhoogte wel verhogen daardoor. 

Isolatie = geen afwijking, geen vrijstelling (art. 4.4.1, §2, 3° VCRO)

Artikel 4.4.1, §2, 3° VCRO voorziet dat het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van een woning met een dikte van ten hoogste 26 cm niet beschouwd wordt als strijdig met de geldende stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften (cf. analogie zonnepanelen en zorgwonen), tenzij de voorschriften deze handelingen uitdrukkelijk verbieden. 
Dit betekent dat toch een vergunning kan worden verleend tot 26 cm isolatie indien deze isolatie strikt genomen strijdt met de voorschriften (vb. bouwvrije zijdelingse strook). 
Dit betekent niet dat er een vrijstelling zou gelden voor het aanbrengen van de vermelde isolatie. Er moet dus een omgevingsvergunning worden aangevraagd. 
Uiteraard geldt voor elke aanvraag nog steeds de toets aan de goede ruimtelijke ordening, zodat één en ander om die reden nog wel kan worden geweigerd. 

Bestaande woningen versus nieuwbouwwoningen

Uit de memorie van toelichting blijkt dat het gaat om het aanbrengen van isolatie aan een bestaande woning: 
“In het kader van de optimalisatie en energie-efficiëntie van ons gebouwenpatrimonium is het aangewezen om bestaande woningen te isoleren. In bepaalde gevallen is isolatie aan de buitenzijde de enige (betaalbare of haalbare) mogelijkheid.
(…) ”
Het is dus niet de bedoeling om bij een nieuwbouwwoning de eigenlijke gevel op bijv. de voorgevellijn te zetten en de isolatie daarbuiten. Overigens is het gebruikelijk en meer aangewezen nieuwe woningen langs de binnenzijde te isoleren. Isolatie aan de buitenzijde is enkel een ‘lapmiddel’ voor bestaande woningen waar isolatie langs de binnenzijde praktisch en/of financieel vaak niet haalbaar is (veel grotere ingreep/impact). 

Verhouding van artikel 4.4.1, §2, 3° VCRO t.o.v. de gewestplanbestemming

Artikel 4.4.1, §2, 3° VCRO heeft betrekking op de overeenstemming van isolatie met de geldende stedenbouwkundige voorschriften (verkaveling, BPA, RUP, …) waar eventueel discussie kan rijzen over de verenigbaarheid. In een gewestplanbestemming (vb. woongebied) zal deze discussie doorgaans niet rijzen, gelet op het gebrek aan specifieke stedenbouwkundige voorschriften. Dit betekent dat zowel een woning die gelegen is in een BPA als een woning die gelegen is in een woongebied volgens het gewestplan kan isoleren aan de buitenzijde. Wat die laatste woning betreft, is de betrokken bepaling hoogstens overbodig. Niets belet ook daar 26 cm (of zelfs meer) isolatie aan te brengen, aangezien geen enkel voorschrift dat impliciet zou kunnen verbieden. 


Verhouding van artikel 4.4.1§2,3° VCRO t.o.v. de algemene gewestelijke bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer

Een decretale bepaling heeft steeds voorrang op een verordening. Overigens is een voorschrift in een stedenbouwkundige verordening ook een stedenbouwkundig voorschrift waarmee volgens de nieuwe bepaling in artikel 4.4.1 VCRO de gevelisolatie niet strijdt (tenzij uitdrukkelijk verbod). Niettemin zal er ter hoogte van een voetpad doorgaans ook sprake zijn van een rooilijn, die max. 14 cm mag overschreden worden, mits goedkeuring van de wegbeheerder indien bestaande grens tussen openbare weg een aangelande eigendom. We zouden er van durven uitgaan dat AWV rekening houdt met de verordening inzake voetgangersverkeer.

Verhouding van art. 4.4.1, §2, 3° VCRO t.o.v. het Rooilijnendecreet 

Inname openbaar domein

Als bij het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie een rooilijn wordt overschreden, kan in principe geen vergunning verleend worden, tenzij de overschrijding ten hoogste veertien centimeter bedraagt en na gunstig advies van de wegbeheerder. Tot en met 31 augustus 2019 werd hiervoor verwezen naar het Rooilijndecreet. Sinds 1 september 2019 (inwerkingtreding van het Gemeentewegendecreet) is deze regeling opgenomen in artikel 4.3.8,§1 VCRO. Dat de stedenbouwkundige voorschriften niet langer in de weg staan van het aanbrengen van 26 cm isolatie, neemt niet weg dat artikel 4.3.8,§1 VCRO dit beperkt tot 14 cm indien er een rooilijn wordt overschreden (door aanbrengen van gevelisolatie). Hieruit volgt dat het openbaar domein op vandaag dus niet met 26 cm maar met ten hoogste 14 cm zal kunnen overschreden worden.


Toelating wegbeheerder nodig?

Bijgevolg is ook voor ‘feitelijke’ rooilijnen het advies van de wegbeheerder vereist.

Stedenbouwkundig voorschrift “de gevel dient opgetrokken te worden op de voorgevellijn of rooilijn”

Een stedenbouwkundig voorschrift dat bepaalt dat de gevel dient opgetrokken te worden op de voorgevellijn of rooilijn (idem dat er een bepaalde bouwvrije zijdelingse strook moet zijn), is geen expliciet verbod. Hierover anders oordelen zou de betrokken bepaling zinledig maken. Het is net de bedoeling om voor bestaande woningen (isolatie aan de buitenzijde) een oplossing te bieden (discussie of het strookt met bepaalde voorschriften) die het mogelijk moet maken om vb. voorbij de voorgevellijn of in de bouwvrije zijdelingse strook toch 26 cm in te nemen voor isolatie. 
 

Contacteer ons

Afdeling Beleidsontwikkeling en Juridische Ondersteuning (BJO)