Internationaal beleid

Omgevingsbeleid stopt niet aan de grenzen. Het departement Omgeving is betrokken en vervult zijn rol bij de totstandkoming en de uitvoering van multilaterale, Europese en bilaterale afspraken inzake omgeving.

Europese unie

Europese richtlijnen, verordeningen en strategische kaders inzake milieu, klimaat, energie en dierenwelzijn moeten worden omgezet en toegepast in Vlaamse regelgeving. Tegelijk participeert Vlaanderen ook, via de lidstaat België, aan de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie.

Het Vlaamse milieu- en energiebeleid is in aanzienlijke mate beïnvloed door EU-regelgeving. Europese richtlijnen, verordeningen en strategische kaders inzake milieu, klimaat, energie en dierenwelzijn moeten worden omgezet in Vlaamse regelgeving en worden uitgevoerd. 

Tegelijk participeert Vlaanderen ook, via de lidstaat België, aan de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie. Vanuit het departement Omgeving zijn personeelsleden gedetacheerd naar de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering bij de Europese Unie (AAVREU). De AAVREU is op zijn beurt ingebed in de Permanente Vertegenwoordiging (PV) van België bij de Europese Unie.  De attachés op de PV nemen deel aan de vele vergaderingen in de zogenaamde raadswerkgroepen en worden hierin bijgestaan door collega’s van het beleidsdomein en van de overige Belgische milieu- en energieoverheden met specifieke expertise in het onderwerp. Het standpunt dat België verdedigt in de Raad van ministers wordt bepaald tijdens de coördinatievergaderingen georganiseerd door de directie-generaal Europese Zaken (DGE) van de FOD Buitenlandse zaken. In de Raad Leefmilieu, die doorgaans vier keer per jaar in formele zitting doorgaat en twee keer per jaar in informele zitting, nemen de gewestelijke milieuministers volgens een toerbeurt plaats in de Belgische zetel. In de Raad Energie, die meestal twee keer per jaar in formele zitting doorgaat en twee keer per jaar in informele zitting, zit de federale minister in de Belgische zetel en fungeren de gewestelijke energieministers volgens een toerbeurt als assessor. Europees beleid inzake dierenwelzijn wordt besproken in de Raad Landbouw, waar de federale minister in de Belgische zetel plaats neemt.

Ook in de werking van belangrijke Europese Agentschappen inzake milieu en gezondheid zoals het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) of het Europees Milieuagentschap (EEA) spelen nationale overheden, waaronder ook experten van het Vlaams beleidsdomein omgeving, een belangrijke rol.
EU-verordeningen zijn normaal onmiddellijk van toepassing.  Richtlijnen zijn voor burgers en bedrijven in principe pas toepasselijk als zij in interne regelgeving zijn omgezet.  De Europese Commissie monitort en evalueert de uitvoering en kan inbreukprocedures starten, desnoods met financiële sancties. Het departement Omgeving neemt een coördinerende rol op voor de uitvoering van alle EU-regelgeving die relevant is voor omgevingsthema’s. 
Ruimtelijke ordening en wonen zijn geen bevoegdheden van de Europese Unie. De samenwerking tussen lidstaten verloopt dan ook via een intergouvernementeel kader. Het Europese ESPON onderzoeksprogramma kijkt wel specifiek naar de ruimtelijke en territoriale ontwikkeling van het Europese continent. 

Meer informatie

Multilaterale organisaties

Multilaterale dossiers krijgen best reeds in de fase van beleidsvoorbereiding de nodige politieke en inhoudelijke opvolging. Het departement Omgeving volgt de belangrijkste leefmilieu- en energieorganisaties en omgevingsdossiers, inclusief klimaat en energie, op het multilaterale niveau op.

De multilaterale besluitvorming heeft een grote impact op de Vlaamse beleidsvoering en besluitvorming. De impact is vooral sterk bij bindende multilaterale afspraken, zoals akkoorden in het kader van de Wereldhandelsorganisatie en internationale milieuverdragen.  Het Departement Omgeving schakelt zich in in het Vlaamse buitenlandse beleid ter zake en volgt de belangrijkste leefmilieu- en energieorganisaties en omgevingsdossiers, inclusief klimaat en energie, op het multilaterale niveau op. Inhoudelijk focust het beleidsdomein vooral op:

  • opvolging van de beheersvergaderingen van de multilaterale organisaties die actief zijn inzake leefmilieu, natuur en energie. Concreet gaat het dan over de Algemene Vergadering van de VN (UNGA) voor wat betreft het luik rond de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, de beheerraad van het VN Milieuagentschap (UNEA Governing Council), de milieubeleidscommissie van de Europese Economische Commissie van de Verenigde Naties (UNECE CEP), de milieubeleidscommissie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO EPOC), het Internationaal Energieagentschap (IEA) en het internationaal Agentschap voor Hernieuwbare Energie (IRENA). Hier wordt het werkprogramma in de verschillende organisaties besproken en kan dus in een vroeg stadium opgemaakt worden welke activiteiten/werkgroepen voor Vlaanderen eventueel interessant, nuttig en essentieel zijn om op te volgen. 
  • opvolging van de verdragen, protocollen en standaarden inzake biodiversiteit, klimaat, chemische producten, afval, luchtverontreiniging, openbaarheid van milieu-informatie, bossen, water, dierenwelzijn, … Ook een aantal horizontale dossiers als naleving, budget, financiering, en duurzame ontwikkeling staan hoog op de agenda. 

Multilaterale verbintenissen dienen stipt te worden nageleefd. Een belangrijke stap daarbij is de ratificatie van de onderschreven leefmilieuverdragen en het nakomen van de relevante financiële engagementen. De meeste multilaterale verdragen omtrent samenwerking op vlak van milieu zijn door Vlaanderen onderschreven en door België geratificeerd.

Meer informatie

Bilaterale en interregionale samenwerking

Elke minister is bevoegd voor het internationale verlengstuk van zijn/haar bevoegdheden. Bilateraal beleid wordt gevoerd met een select aantal partners, vertrekkend vanuit welomschreven doelstellingen en heldere criteria om een win-winsituatie voor Vlaanderen en de buitenlandse partner te creëren. 

Elke minister is bevoegd voor het internationale verlengstuk van zijn/haar bevoegdheden. Bilateraal beleid wordt gevoerd met een select aantal partners, vertrekkend vanuit welomschreven doelstellingen en heldere criteria om een win-winsituatie voor Vlaanderen en de buitenlandse partner te creëren. Van deze bilaterale partnerschappen maakt Vlaanderen ook gebruik om in EU - of multilaterale context allianties te kunnen vormen die ondersteuning en meerwaarde geven aan zijn aanwezigheid binnen deze internationale context.

Thematische en geografische prioriteiten worden meebepaald door de mogelijkheid tot capaciteitsopbouw, technologietransfer en duurzame ontwikkeling om finaal te komen tot een win-win situatie voor Vlaanderen en het betrokken land/regio, binnen de beschikbare ruimte van mensen en middelen. 

Eigen initiatieven vanuit het departement Omgeving passen binnen volgende kaders, en zijn in lijn met de aanpak van het Vlaams departement Buitenlandse Zaken:
•    de afgesloten (intentie)verklaringen, samenwerkingsovereenkomsten, Memorandums of Understanding (MoU’s) en andere engagementen tussen Vlaanderen en een partnerland, -regio of netwerk, in de omgevingssector
•    Belgische bilateraal samenwerkingsakkoord waarbij het Vlaamse Gewest partij is: bvb. milieusamenwerking met China…
•    synergie of koppeling van de bilaterale samenwerking met de uitvoering van multilaterale milieu- of energieverdragen of multilaterale engagementen: bvb. internationale klimaatfinanciering, Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling, …
 

Overleg en coördinatie

Deelname aan vergaderingen op multilateraal, Europees en bilateraal/interregionaal niveau vergt veel voorafgaande afstemming op het niveau van het beleidsdomein, binnen de Vlaamse overheid en met de andere federale en gefedereerde entiteiten binnen België.

Binnen het beleidsdomein omgeving houden het Departement en de agentschappen maandelijks een ‘Vlaams Overleg Internationaal Omgevingsbeleid’ (afgekort VOIO).  Het secretariaat en voorzitterschap van het VOIO worden opgenomen door de afdeling SID van het departement Omgeving. 

Ook vindt binnen het beleidsdomein maandelijks een ‘energiecoördinatievergadering’ plaats. De afdelingen (SID, EKG) van het Departement en de agentschappen VEA en VREG wisselen daar informatie uit en maken afspraken met betrekking tot lopende Vlaamse, nationale, Europese en internationale energiedossiers. 

Op het Vlaams overleg Omgevingsregelgeving (VOMER) wisselen de wetgevingscellen van alle Omgevingsentiteiten informatie uit over de omzetting en uitvoering van EU-regelgeving.
Binnen de Vlaamse overheid neemt het beleidsdomein omgeving deel aan het Strategisch Overleg Internationale Aangelegenheden (afgekort SOIA), dat op regelmatige basis georganiseerd wordt door het Vlaams Departement Buitenlandse Zaken. SOIA-dossierteams bereiden inhoudelijke thema’s voor. 

De verschillende milieuoverheden binnen België vergaderen maandelijks binnen het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (afgekort CCIM). Het secretariaat en voorzitterschap van het CCIM worden opgenomen door de FOD Leefmilieu. De standpuntbepaling rond de verschillende EU-dossiers wordt voorbereid in CCIM-dossiernetwerken.
De verschillende energieoverheden binnen België vergaderen maandelijks binnen het Energieoverleg tussen de federale Staat en de gewesten (ENOVER). Specifiek voor Europese energiedossiers vindt overleg plaats binnen de ENOVER-EU werkgroep. 

Meer informatie

Inernationale projectwerking

Vlaanderen geeft via projecten in het buitenland uitvoering aan internationaal overeengekomen engagementen. Departement Omgeving zet ook zelf projecten op of werkt daarvoor samen in een groter geheel. 

In uitvoering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen in ontwikkelingslanden en internationale engagementen rond water, milieu en klimaat cofinanciert het Departement via het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling water- en sanitatieprojecten, die zijn opgezet door meerdere Vlaamse actoren. 

Via internationale klimaatfinanciering staat Vlaanderen ontwikkelingslanden bij in het ondernemen van klimaatacties en in het bereiken van hun doelstellingen uit het Klimaatverdrag. Het Departement zet ook actief in op internationale biodiversiteitsfinanciering via Biofin. 

Ook programma’s van de Europese Unie zijn een belangrijke bron van financiering voor Vlaamse omgevingsprioriteiten. Het Departement Omgeving treedt op  als coördinator  of projectpartner van diverse EU-projecten, mede gefinancierd door verschillende Europese programma’s, zoals bvb. Interreg.
Het Departement Omgeving coördineert een EU-projectenloket dat ten dienste staat van het Departement en het beleidsdomein Omgeving en hun doelgroepen. Dit loket wil o.a. organisaties informeren over de mogelijkheden voor financiering binnen de thema’s van het beleidsdomein Omgeving of hiervoor doorverwijzen naar de juiste contacten en instanties.

Meer informatie

Contacteer ons

Team internationaal