Industrie

Omdat industriële productieprocessen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de vervuiling in Europa en om het milieu te beschermen zijn er regels opgesteld om schadelijke emissies en afvalstoffen in de lucht, water en bodem te voorkomen en te beheersen.

De Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE, 24 november 2010) vormt de basis voor het uitvoeren van deze geïntegreerde controles. Deze richtlijn vervangt 7 oude richtlijnen en geeft voorrang aan het nemen van maatregelen aan de bron en een zorgvuldiger beheer van de natuurlijke hulpbronnen. Er wordt ook rekening gehouden met de economische situatie en specifieke plaatselijke kenmerken van de locatie waar de industriële werkzaamheden plaats hebben.

Door de geïntegreerde benadering wordt de verschuiving van emissies naar andere milieucompartimenten vermeden. De RIE verplicht vergunningsvoorschriften en algemene regels te baseren op de conclusies over beste beschikbare technieken (BBT-conclusies) uit de Europese referentiedocumenten voor beste beschikbare technieken (afgekort BREF-documenten). Daarnaast legt de RIE minimumvoorschriften op over inspectie, toetsing van de milieuvergunningsvoorwaarden en rapportage over de naleving ervan.

Voor een aantal belangrijke verontreinigde activiteiten zijn er in de EU minimumvoorschriften opgesteld, zoals vergunningsvoorschriften en emissiegrenswaarden. Deze gelden bijvoorbeeld voor activiteiten zoals afvalbeheer en intensieve pluimvee- en varkenshouderijen, en zullen voor steeds meer industriële activiteiten gaan gelden. Voor decentrale overheden zijn deze regels over industriële emissies van bijzonder groot belang met betrekking tot het verstrekken van vergunningen.

De RIE werd in de Vlaamse wetgeving omgezet in het Milieuvergunningendecreet en zijn uitvoeringsbesluiten Vlarem I, II en III.

Wat is de rol van Omgevingsinspectie?

De richtlijn schrijft voor dat het verplicht is om een systeem van controles op te zetten welke moet garanderen dat er een onderzoek wordt uitgevoerd van het volledige spectrum van de relevante milieueffecten van betrokken installaties. 

Dit resulteert in een  specifiek handhavingsprogramma voor de bedrijven die onder de richtlijn vallen. Bij deze specifieke bedrijven worden op termijn alle relevante milieuaspecten en emissies voor de installaties gecontroleerd.

Aspecten die hierbij gecontroleerd worden:

  • De algemene vergunningstoestand;
  • Aanwezige milieuzorgsysteem;
  • Energiebeleid;
  • Preventie en beheer van materialen/afvalstoffen en controles van de emissies naar water, lucht en bodem- en grondwater.

De controles binnen het RIE- handhavingssysteem zijn er daarbij op gericht om te zorgen dat de exploitanten van RIE-installaties:

  • Alle passende preventieve maatregelen treffen tegen verontreiniging;
  • De voorgeschreven beste beschikbare technieken (BBT) toepassen;
  • Geen significante verontreiniging veroorzaken;
  • Voorkomen dat afvalstoffen ontstaan:
  • Voortgebrachte afvalstoffen, in dalende orde van prioritair hergebruiken, recycleren, terugwinnen of, wanneer dat technisch en economisch onmogelijk is, zodanig verwijderen dat er geen of maar beperkte milieueffecten optreden;
  • Energie op doelmatige wijze gebruiken;
  • De nodige maatregelen treffen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken;
  • Bij de definitieve stopzetting van de activiteiten de nodige maatregelen treffen om elk risico van verontreiniging te voorkomen en het bedrijfsterrein weer in een bevredigende toestand te brengen.

De frequentie van de controles is gebaseerd op  een systematische evaluatie van de milieurisico’s van de betrokken installaties, rekening houdend met de emissieniveaus en de soorten emissies, de gevoeligheid van het plaatselijke milieu en het risico op ongevallen, de naleving tot dusverre van de vergunningsvoorwaarden en het aanwezige milieubeheer- en milieuauditsysteem.

De afhandeling van deze controles gebeuren ook cfr. de voorschriften van de richtlijn. Dit betekent dat het mogelijk is dat er binnen zeer korte termijn terug een controle moet gebeuren, wat een strikte opvolging garandeert.

De controlerapporten kunnen 4 maandan na de controle opgevraagd worden bij de afdeling Handhaving via openbaarheid van bestuur, via e-mail.