Indicatoren en ruimtelijke patronen van ruimtelijk rendement

Ruimtelijk rendement en doel van de opdracht

In de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) is de verhoging van het ruimtelijk rendement op goede locaties een centraal beleidsspoor. Het BRV ziet het ruimtelijk rendement als “de mate waarin het ruimtebeslag gebruikt wordt voor maatschappelijke doeleinden. Het genereren van hoger ruimtelijk rendement gebeurt door meer activiteiten op eenzelfde oppervlakte te organiseren zonder afbreuk te doen aan de leefkwaliteit, en dit op de best gelegen plaatsen. De ontwikkeling van woongelegenheden, werkplekken, voorzieningen en infrastructuren gebeurt door bestaande bebouwde ruimtes te transformeren en zo weinig mogelijk door open en onbebouwde ruimte in te nemen” (BRV, p. 33).

Op dit moment is de kennisbasis over rendementsverhoging en -vermindering van bijkomende ruimteinname weinig structureel. Het doel van de opdracht is het opbouwen van een kennisbasis die een gebiedsgedifferentieerde monitoring van rendementsverhoging mogelijk maakt i.f.v. de beleidsvoering. Centraal hierbij zijn inzichten in de patronen van de locaties met een verhoging van ruimtelijk rendement. Twee aspecten zijn daarbij dus belangrijk en vormen de pijlers van dit onderzoek: het ruimtelijk rendement zelf en de locaties waar een verhoging gewenst of ongewenst is.

Eerste reeks indicatoren ruimtelijk rendement

De eerste studie Indicatoren Ruimtelijk Rendement (VITO, 2016) beschouwt ruimtelijk rendement als een efficiënte benutting van het ruimtebeslag. Om dat ruimtelijk rendement te kwantificeren en cijfermatig te capteren, werden 12 indicatoren ontwikkeld op basis van het ruimtebeslag (dat afgeleid is uit het landgebruiksbestand van VITO) en bijkomende geografische databronnen:

  1. Ruimtebeslag per ha
  2. Ruimtebeslag versus ruimteboekhouding
  3. Inwonersdichtheid per ha ruimtebeslag
  4. Oppervlakte niet bebouwde ruimte per ha ruimtebeslag
  5. Gemiddelde hoogte gebouwen per ha
  6. Vloeroppervlakte per ha ruimtebeslag
  7. Residentiële vloeroppervlakte per ha ruimtebeslag
  8. Tewerkstelling per ha ruimtebeslag
  9. Verweving wonen/werken per ha
  10. Infrastructuur per ha ruimtebeslag
  11. Aantal gebouwen per ha ruimtebesla
  12. Recreatiegebieden in een straal van 5km rondom ruimtebeslag

De indicatoren zijn interactief te raadplegen op de ruimtemonitor.

Indicatoren en ruimtelijke patronen van ruimtelijk rendement

De tweede studie over ruimtelijk rendement “Indicatoren en ruimtelijke patronen van ruimtelijk rendement” bouwt verder op die eerste reeks indicatoren, en vult deze aan met andere aspecten, die rekening houden met variaties in gebruik van gebouwen op vlak van tijd, intensiteit van het gebruik en verweving van functies. Dit leidt tot vijf indicatoren, op schaal van hectarecellen, die voor heel Vlaanderen uitgewerkt zijn:

  1. Gebruiksintensiteit en bereikbaarheid voorzieningen
  2. Infrastructuurintensiteit
  3. Huishoudengrootte in verhouding tot woningdichtheid
  4. Bewoningsintensiteit
  5. Energieafname in functie van bebouwingsintensiteit.

Mede door de complexiteit van het thema ligt de focus in de studie op wonen (en veel minder op bedrijvigheid) en zijn de keuzes voor de opdeling in verschillende categorieën tot op zekere hoogte arbitrair. Het werken met hectarecellen laat geen uitspraken toe op perceelsniveau. Wat ruimtelijk rendement inhoudt, wordt pas zichtbaar wanneer verschillende analyses naast elkaar worden gelegd, op niveau van een regio of een gemeente. De resultaten, die voortkomen uit de gebruikte methodiek en datasets, tonen aan dat ze een puzzelstuk vormen in een groter geheel, en dat dit complexe thema van rendementsverhoging nog verder conceptueel en cijfermatig aangevuld kan worden.

Bronverwijzing

Wauters, E., Van Hemelrijck, D., De Buysere, F., Op de Beeck, T. (2020). "Indicatoren en ruimtelijke patronen van ruimtelijk rendement" studie in opdracht van het Vlaams Planbureau voor Omgeving.

Contacteer ons

Afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO)
02 553 83 50 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 12.00 u. en van 13.00 tot 17.00 u.)