Hulpmiddelen voor toezicht en handhaving grondwater

Aanleg grondwaterwinning

Van zodra er voor de grondwaterwinning een vergunning of aktename is verkregen en nadat de eventuele beroepstermijn hiertegen verstreken is kan deze worden aangelegd. Een uitzondering op deze regel zijn de grondwaterwinningen voor particuliere toepassingen met een volume van minder dan 500m³/jaar en deze waaruit het water uitsluitend met een handpomp wordt opgepompt . Sinds 1 januari 2017 mogen grondwaterwinningen (ook de particuliere) enkel maar worden aangelegd of buiten gebruik gesteld door hiertoe erkende boorbedrijven. Voordien waren voor deze bedrijven geen specifieke voorwaarden m.b.t. de vergunningsregeling van kracht en lag de verantwoordelijkheid hier volledig bij de exploitant van de grondwaterwinning. Tegenwoordig mag een erkend boorbedrijf enkel beginnen met haar werkzaamheden indien de nodige vergunning of aktename hiervoor bij hun opdrachtgever voorhanden is. Vergunningsplichtige boringen of grondwaterwinningen dienen uiterlijk 2 dagen op voorhand te worden voorafgemeld en alle boringen dienen binnen 2 maanden na voltooiing te worden gerapporteerd. Deze voorafmelding en rapportering dient te gebeuren via het e-DOV meldpunt boringen. De boorgegevens worden nadien publiek ter beschikking gesteld op DOV. Alle (lokale) toezichthouders kunnen na inloggen op het DOV-portaal de voorafmeldingen consulteren en de stand van zaken m.b.t. het aanleveren van de boorgegevens door de erkende boorbedrijven opvolgen.

Voor het aanleggen en buiten gebruik stellen van boringen en grondwaterwinningen is een specifieke code van goede praktijk beschikbaar als bijlage bij VLAREM II.

Afhankelijk van de te doorboren formaties en de beoogde toepassing zijn er verschillende boor- en installatietechnieken beschikbaar.  Tijdens deze werkzaamheden is voornamelijk van belang dat:

  • De dieptes en filterstellingen uit de aktename of vergunning zijn gekend & worden gerespecteerd.
  • Indien geboord wordt met spoelwater, dat dit water zuiver is. M.a.w. enkel leidingwater of gecontroleerd putwater kan worden gebruikt. Eventueel toegevoegde additieven aan het spoelwater dienen biologisch afbreekbaar te zijn.
  • Het spoelwater wordt geloosd dan wel afgevoerd en verwerkt volgens de geldende regelgeving. Afhankelijk van waar dit eventueel wordt geloosd (infiltratie, oppervlaktewater, riool) zijn er specifieke voorwaarden van kracht.
  • De boormeester op terrein een duidelijk boorverslag opmaakt van de doorboorde grondlagen. Dit op basis van een effectieve monstername die op een rij wordt gelegd aan het maaiveld.
  • De eventueel doorboorde scheidende lagen correct terug worden afgedicht na installatie van de verbuizing, zodat geen verschillende watervoerende lagen met elkaar in contact gebracht worden.
  • Na de boring de putkamer wordt afgewerkt conform de bovenstaande code van goede praktijk

Een erkend boorbedrijf maakt van elke boring voor de klant een boorstaat (doorboorde grondlagen) en putschema (gebruikte materialen en inbouw van de put) volgens de code van goede praktijk en moet dit tevens verplicht rapporteren dit aan de overheid via het e-DOV meldpunt boringen. Voor oudere boringen (voor 2017) werden die enkel aan de klant bezorgd, die deze ter beschikking moet houden van de toezichthouders.

Exploitatie grondwaterwinning

Vergunde toestand & gebruik

De exploitatie van een meldings- of vergunningsplichtige grondwaterwinning dient te gebeuren volgens de algemene en sectorale voorwaarden uit VLAREM II, eventueel aangevuld met bijzondere voorwaarden in de individuele aktename of vergunning. De diepere, veelal kwalitatief betere, watervoerende lagen worden veelal voorbehouden voor hoogwaardige toepassingen (vb. voedingsindustrie, drinkwater,..), daar waar voor laagwaardige toepassingen (vb. reinigingswater) de ondiepere watervoerende lagen beschikbaar worden gesteld. Bij de exploitatie is het dus van belang dat de bepalingen uit de melding of vergunningsaanvraag en -besluit in realiteit ook effectief worden gerespecteerd, in het bijzonder:

  • Het aantal winningsputten, de diepte ervan & de watervoerende laag waaruit wordt onttrokken.
  • Het maximale volume dat per dag en per jaar, eventueel per watervoerende laag, mag worden onttrokken.
  • Het beoogde gebruik van het onttrokken grondwater, eventueel per watervoerende laag.

De onttrokken volumes grondwater en het watergebruik zijn op het terrein eenduidig verifieerbaar tijdens een rondgang en door het opnemen van de debietmeterstanden (zie lager). In bepaalde gevallen kan de diepte van de put of de watervoerende laag waaruit wordt onttrokken echter niet eenduidig worden afgeleid (vb. door het ontbreken van een duidelijke boorstaat en putschema zoals hierboven aangehaald).

Daarnaast kan bij mogelijke twijfel of vermoeden van een illegale diepere winning het noodzakelijk zijn om dit te (laten) verifiëren. Na de aanleg van een grondwaterwinning is dit helaas niet steeds een eenduidige zaak, vandaar dat controles tijdens de aanleg hiervoor uitermate geschikt zijn. Indien de verificatie achteraf dient te gebeuren zijn er verschillende mogelijkheden beschikbaar:

  • Het opmeten van het grondwaterpeil in de productieput & dit vergelijken met de regionale grondwaterpeilen in de beoogde watervoerende laag.
  • Het laten bemonsteren en analyseren van het grondwater uit de productieput en de resultaten hiervan vergelijken met de regionale grondwaterkwaliteiten in de beoogde watervoerende laag.
  • De pompinstallatie uit de put laten verwijderen en de diepte van de put manueel opmeten, desgevallend aangevuld met een camera-inspectie om de precieze lengte van de filter te achterhalen.

De eerste 2 mogelijkheden zijn eenvoudig tijdens de exploitatie uitvoerbaar, doch enkel te gebruiken indien er duidelijke peil- of kwaliteitsverschillen te verwachten zijn tussen de watervoerende lagen. Deze gegevens kunnen worden geconsulteerd op DOV en er kan tevens bijkomende informatie hiervoor worden opgevraagd bij de VMM of de afdeling Handhaving.

Het uitbouwen van de pomp en het nameten en controle via een camera-inspectie is de meest eenduidige, maar tevens de meest ingrijpende en kostelijke manier. De grondwaterwinning dient immers buiten gebruik te worden genomen tijdens de meting en voor het oordeelkundig uitbouwen van de pomp is vaak gespecialiseerd materiaal en een erkend boorbedrijf noodzakelijk.

Als bijkomend voordeel kunnen tijdens dat nazicht eventuele overige noodzakelijke onderhoudswerken aan de grondwaterwinning aan het licht komen zoals vb. een noodzakelijke regeneratie van een oude winningsput waardoor er met minder energie een hoger ogenblikkelijk debiet terug kan worden gewonnen. Het moeten herboren van een winningsput na dichtslibben of verzanding is immers financieel nog onaantrekkelijker. De oude put zal immers bijkomend correct moeten worden afgedicht (zie verder). Een tijdig periodiek nazicht en onderhoud op zowel de putkelders als winningsputten is dus aan te raden.

Uitbouwen pompinstallatie

Uitbouwen pompinstallatie

Camera-inspectie

Camera-inspectie

Debietmeter en -registratie

Het onttrokken volume grondwater dient te worden gemeten door een correct gekozen en geplaatste debietmeter. Voor het plaatsen van debietmeters voor grondwaterwinningen is tevens een code van goede praktijk beschikbaar. Een goede debietmeting is zowel voor de eigen bedrijfsvoering als het correct kunnen beheren van de grondwatervoorraden en innen van de grondwaterheffing door de overheid van belang. Hiertoe dienen deze debietmeters te worden geplaatst voor het eerste aftappunt en verzegeld om mogelijke fraude tegen te gaan. Daar waar de debietmeters in de putkamer zijn geïnstalleerd kunnen mogelijke aftappunten voor de debietmeter eenduidig worden geïdentificeerd. Bevindt de debietmeter zich echter in een bedrijfsruimte ver verwijderd van de eigenlijke winningsput, dan is een mogelijke aftakking in het ondergrondse leidingwerk enkel te achterhalen via een doorgedreven waterbalans of controle van de debietmeter tijdens het effectieve gebruik van de verschillende waterbronnen. Vandaar dat in vergunningen soms expliciet wordt verplicht om de debietmeter in de putkamer te installeren om alle onduidelijkheid hierrond weg te nemen.

Naargelang het type van grondwaterwinning of -kwaliteit (vb. ijzerneerslag) kunnen andere types van debietmeter best geschikt zijn. Voor en correcte werking en meting is het van belang dat het leidingwerk steeds volledig gevuld is met water. Vooral bij bemalingen kunnen correcte metingen door zowel neerslag als het niet volledig gevuld zijn van leidingen problematisch zijn. Mogelijke oplossingen hiervoor zijn het gebruiken van elektromagnetische debietmeters en deze plaatsen na een ontluchtingsreservoir.

Voor de blijvende correcte werking dienen debietmeters ook te worden herijkt volgens de periodiciteit voorzien in de federale metrologische regelgeving. In praktijk komt dit neer op een herijking (die dient te worden geattesteerd) om de 8 of 16 jaar naargelang het specifieke debiet van de debietmeter.

Naargelang het type grondwaterwinning of de bepalingen in de aktename of vergunning dienen de debietmeters minimaal jaarlijks of te worden afgelezen en de meterstand genoteerd in een register. Dit dient tevens te gebeuren telkens, om welke reden dan ook, een debietmeter wordt verwijderd of verplaatst. Aangezien daarmee tevens de verzegeling wordt verbroken dient zowel de toezichthouder als de VMM hiervan onmiddellijk te worden verwittigd.

Veelal is het echter aangeraden om een hogere monitoringsfrequentie en -registratie aan te nemen bij grondwaterwinningen waar een specifiek maximaal dagdebiet dreigt te worden overschreden of waar de debietmeter gevoelig is voor mogelijke defecten door neerslag. Door deze frequentere monitoring komt de exploitant op het einde van het jaar of tijdens controles niet voor onaangename verassingen te staan.

 

Mechanische verzegelde debietmeter

Mechanische verzegelde debietmeter

 

Elektromagnetische debietmeter

Elektromagnetische debietmeter

Illegale aftakking voor de debietmeter

Illegale aftakking voor de debietmeter

Debietmeter aangetast door ijzerneerslag

Debietmeter aangetast door ijzerneerslag

Afwerking en onderhoud winningsputten

Winningsputten dienen na aanleg te worden afgewerkt conform de eerder aangehaalde code van goede praktijk. Mits een correct beheer en onderhoud van de winning kunnen deze putten decennialang meegaan. Als exploitant en toezichthouder op de grondwaterwinning is het van belang om periodiek te controleren op correcte werking en slijtage. In het bijzonder dat:

  • De putten toegankelijk zijn en blijven, noodzakelijk voor het eventuele onderhoud en uitvoeren van metingen).
  • De toezichtkamer van de put met een volledig afsluitend deksel wordt afgesloten en er via deze of andere weg geen potentiële verontreiniging in de toezichtkamer kan terecht komen.
  • De toezichtkamer ook droog is en blijft, desgevallend kan hiertoe een kleine dompelpomp in een verlaagde zone van de toezichtkamer worden geïnstalleerd.
  • De binnenkant van de winningsput zelf is afgesloten door een goed afsluitende putkap.
  • Een manuele meting van het grondwaterpeil steeds mogelijk is d.m.v. een correct geïnstalleerde afsluitbare peilbuis of een andere in de vergunning toegelaten methode.
  • De debietmeters correct werken (& geijkt) en de verzegeling intact.
  • De debietmeters op een veilige manier duidelijk afleesbaar zijn.
  • Een staalname van het grondwater mogelijk is via een staalnamekraantje na de debietmeter.
  • Er geen lekken in het leidingwerk aanwezig zijn of schade door corrosie.
  • Er o.b.v. de debietmetingen, peilmetingen of grondwateranalyses er geen tekenen zijn van verzanding of dichtslibben van de winningsput.
  • De ligging van de verschillende putten blijvend is gekend, desgevallend duidelijk gelabeld.

Bij vastgestelde gebreken kan desgevallend een erkend boorbedrijf of andere deskundige terzake worden ingeschakeld om de nodige herstellingen of onderhoud uit te voeren.

Oudere winningsputten voldoen vaak niet aan de code van goede praktijk (vb. ontbreken peilbuis, put niet bereikbaar). Er dient dan te worden nagegaan of er evenwaardige alternatieven beschikbaar zijn en desgevallend kan hiervoor een afwijking door de exploitant te worden aangevraagd bij de bevoegde overheid.

Nieuwe putkamer

Nieuwe putkamer

Verontreinigde putkamer

Verontreinigde putkamer

Peilmeting en -registratie

Bij grondwaterwinningen met een volume>30.000m³/jaar ingedeeld in de 1e klasse dienen verplicht peilmetingen te worden uitgevoerd in de meest centraal gelegen productieput en de peilput(ten) die bijkomend moeten worden aangelegd.

Een peilput is niet te verwarren met een peilbuis. Via een peilput (aparte boring gelegen op een zekere afstand van de effectieve winningsputten) kan de invloed van de winning op de verschillende watervoerende lagen worden bepaald door peilmetingen (afpompingskegel). In deze putten is dan ook geen pomp aanwezig. Via de peilbuis in de productieput zelf kan de peilverlaging tijdens het pompen worden gemeten.Bij afgesloten watervoerende lagen kan door de overheid een maximaal afpompingspeil worden vastgelegd in de productieputten of centrale peilput waaronder het grondwaterpeil niet mag zakken en de winning bij het bereiken hiervan automatisch wordt stilgelegd.

Het aantal aan te leggen peilputten en daarmee te monitoren watervoerende lagen is vastgelegd in de regelgeving. De effectieve locatie van de peilputten dient te worden bepaald in overleg met een MER-deskundige in de discipline water, deeldomein geohydrologie. Net als productieputten dienen de peilputten te worden aangelegd door een erkend boorbedrijf, tenzij ze manueel worden uitgevoerd met een handboring. De afwerking ervan is tevens beschreven in de code van goede praktijk. Het moet tevens mogelijk zijn om uit de peilputten een grondwaterstaal te nemen, iets waar rekening mee moet worden gehouden tijdens de aanleg. Afhankelijk van de grondwaterstand dient de diameter groot genoeg te zijn om een staalnamepomp tijdelijk in te bouwen.

Aangezien de ligging van de peilputten soms ook niet beperkt is tot het eigen (bedrijfs)terrein wordt er bij de afwerking best rekening gehouden dat deze ook degelijk afsluitbaar zijn (eventueel met slot) ten einde beschadiging of vandalisme te voorkomen. Op de eigen terreinen is de zichtbaarheid en duidelijke labelling om verwarring te voorkomen tevens van belang. Een regelmatig nazicht van de staat van de peilputten is dan ook sterk aangewezen zodat er desgevallend tijdig herstellingen kunnen worden uitgevoerd zonder dat de peilput helemaal moet worden buiten gebruik gesteld en opnieuw geboord.

De sectoraal verplichte peilmetingen dienen zowel te worden uitgevoerd met de winning in rust als in werking. Zodanig kan de gecreëerde verlaging door de grondwaterwinning worden gemonitord en desgevallend tijdig opgetreden. Indien het grondwaterpeil na verloop van tijd blijvend daalt kan immers wijzen op een mogelijke uitputting van de watervoerende laag alsook het verstopt geraken van de winningsput. In het eerste geval zal een analoge daling zich ook verderzetten in de peilputten, in het tweede geval blijft die beperkt tot de productieput zelf.

Net als de debietmetingen dienen de peilmetingen centraal te worden bijgehouden in een register dat steeds ter inzage wordt gehouden.

Peilput met manuele peilmeting

Peilput met manuele peilmeting

Slecht onderhouden peilput met verontreiniging

Slecht onderhouden peilput met verontreiniging

Staalname grondwater en analyse

Bij grondwaterwinningen met een volume>30.000m³/jaar ingedeeld in de 1e klasse dient jaarlijks een staalname en analyse van het grondwater te worden uitgevoerd in de meest centrale productieput per watervoerende laag. Deze staalname en analyse dient te worden uitgevoerd door een hiertoe erkend laboratorium volgens een geijkte procedure omschreven in het Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water (WAC). De staalname van het ruwe grondwater gebeurt aan het staalnamekraantje dat verplicht aanwezig dient te zijn per productieput. Indien staalname uit een peilput is vereist zal het labo extra materiaal gebruiken om het grondwater in de peilput op te pompen. De parameters die minimaal dienen te worden geanalyseerd staan weergegeven in de regelgeving. Deze kwaliteitsopvolging heeft, net als de peilmetingen, tot doel om de grondwaterwinning op te volgen. Een afnemende waterkwaliteit kan verschillende oorzaken hebben die door een tijdige erkenning desgevallend kunnen worden ondervangen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Het ongewild aantrekken van een bestaande naburige grondwaterverontreiniging (verontreinigingspluim) door de grondwaterwinning.
  • Het verzilten van het zoete grondwater door het aantrekken van het onderliggende zoute water. Dit is voornamelijk een risico in de verzilte gebieden in de kust- en polderstreek en kan bij droogte of grote bemalingsprojecten een ernstig risico vormen.
  • Kwaliteitsdegradatie door oxidatie van het grondwater. Wanneer diepere watervoerende lagen belucht worden kan er oxidatie en neerslagvorming optreden. Naast de slechtere kwaliteit van het grondwater (vb. vorming van sulfaten) kan dit ook een impact hebben op de werking van de productieputten (vb. dichtslibben door ijzeroxides). In dat geval is het zeker van belang om zowel de peil- als kwaliteitsmetingen gezamenlijk te (laten) analyseren.

De resultaten van de grondwateranalyse worden door het erkend laboratorium volgens een geijkt formaat gerapporteerd aan de klant. Eventuele afwijkingen of aandachtspunten die zijn bemerkt tijdens het veldwerk (vb. vuil grondwater of afwijkende putdiepte) of de laboratoriumanalyse (vb. staal buiten houdbaarheidstermijn geanalyseerd) worden op de monsternamedocumenten en analyseverslag vermeld.

Staalname uit een peilput

Staalname uit een peilput

Mobiele dompelpomp voor staalname

Mobiele dompelpomp voor staalname

Jaarlijkse rapportering aan de overheid

De debietmetingen, peilmetingen en grondwateranalyses dienen zoals hierboven aangehaald in eerste instantie voor de correcte opvolging van de grondwaterwinning door de exploitant. Indien er afwijkingen worden vastgesteld kunnen er tijdig maatregelen worden getroffen en/of de frequentie van de kwantiteits- en kwaliteitsmonitoring op eigen initiatief verhoogd. Indien vb. uit de debietmetingen blijkt dat het vergunde dag- of jaarvolume dreigt te worden overschreden, dan kan de onttrekking worden verminderd en de debietmeterstand dagelijks of wekelijks worden afgelezen.

Daarnaast dienen deze gegevens ook ter beschikking te worden gehouden van de toezichthouders en jaarlijks bezorgd aan de overheid. De onttrokken volumes grondwater dienen voor alle heffingsplichtige grondwaterwinningen te worden gerapporteerd aan de VMM voor het invorderen van de grondwaterheffing. Een aantal grondwaterwinningen zijn vrijgesteld van die heffing en hiervoor dient dus geen aangifte te worden ingediend.

De resultaten van de verplicht uit te voeren debietmetingen, peilmetingen en grondwateranalyses dienen tevens jaarlijks te worden gerapporteerd via het integraal milieujaarverslag (IMJV). Deze verplichting geldt voor alle grondwaterwinningen ingedeeld in de 1e klasse met een volume>30.000m³/jaar en deze waar dit individueel wordt verplicht via de bijzondere voorwaarden in de vergunning. Via datzelfde verslag worden tevens de eventuele wijzigingen aan de productieputten en ijking van de debietmeters bijkomend gerapporteerd. Deze gegevens worden door de overheid gebruikt ter ondersteuning van het beleid en om lokale, Europese en internationale rapporteerverplichtingen na te komen.

Specifieke voorwaarden voor bepaalde categorieën

Voor bepaalde grondwaterwinningen zijn er sectoraal specifieke bijkomende of afwijkende voorschriften  opgesteld. De belangrijkste hiervan zijn:

  • Grondwaterwinningen voor drinkwatervoorziening: Hiervoor is een ruimere en frequentere kwaliteitsmonitoring verplicht, alsook een uitgebreide 5-jarige rapportering van de invloed van de grondwaterwinning op het leefmilieu en de omgeving. Deze winningen worden daarnaast bijkomend beschermd via de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones, met daaraan gekoppeld verschillende gebruikstoepassingen die binnen deze zones worden verboden of aan bijkomende voorwaarden onderhevig zijn. De bepalingen hierrond zijn terug te vinden in een apart besluit alsook doorheen de specifieke sectorale bepalingen in VLAREM II.
  • Bronbemalingen en draineringen: De nadruk voor tijdelijke bemalingen wordt gelegd op het primair zoveel mogelijk terug in de ondergrond brengen van het onttrokken grondwater in de ondergrond, pas daarna kan een andere lozing of gebruik worden voorzien. Dit is tevens ingeschreven in de lozingsvoorwaarden voor bemalingen. Grondwater uit bemalingen wordt al te vaak geloosd in oppervlaktewater of riolering hetgeen, zeker tijdens periodes van aanhoudende droogte, de bedreigde grondwatersystemen niet ten goede komt. Gelet op de massale aanwezigheid van bemalingen in Vlaanderen is een specifieke richtlijn hiervoor beschikbaar die alle aspecten hierrond bundelt (voortraject-uitvoering-natraject). Een handig overzicht over hoe omgaan met bemalingen is tevens beschikbaar.
  • Geothermische grondwaterwinningen: Het gebruiken van aardwarmte voor energetische toepassingen, kortweg geothermie zit enorm in de lift. Bij winningen die worden gebruikt voor het verwarmen en/of koelen van gebouwen (koude-warmte-opslag of KWO) is het van belang dat al het onttrokken grondwater terug in dezelfde watervoerende laag wordt geïnjecteerd. De monitoring van de grondwaterpeilen en -kwaliteit is tevens uitgebreid en een periodiek nazicht en onderhoud is verplicht. Deze geothermische grondwaterwinningen zijn niet te verwarren met de geothermische boringen. Bij deze laatste wordt er geen grondwater onttrokken, maar wordt de warmte aan de ondergrond onttrokken d.m.v. inbouw van een lussensysteem in de ondergrond waarin een secundair medium wordt rondgepompt. Deze populaire boringen zijn tevens aan specifieke regelgeving onderworpen, omschreven in hoofdstuk 5.55 en de code van goede praktijk.
Werf met bronbemaling

Werf met bronbemaling

Werf met geothermische boringen

Werf met geothermische boringen

 

Buiten gebruik stellen grondwaterwinning

Net als het aanleggen van grondwaterwinningen, mag het buiten gebruik stellen van grondwaterwinningen enkel maar gebeuren door een erkend boorbedrijf. De procedure voor het buiten gebruik stellen staat omschreven in de code van goede praktijk. Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen tijdelijke en definitieve buitengebruikstelling:

  • Tijdelijk: de winning is technisch nog volledig in orde en wordt buiten gebruik gesteld met de bedoeling ze in goede staat te vrijwaren voor eventueel later gebruik.
  • Definitief: de winning zal in de toekomst niet meer worden gebruikt o.w.v. een defect, onvoldoende kwaliteit/kwantiteit, wijziging bestemming van het terrein, …

In de beide gevallen dient sowieso de aanwezige pompinstallatie en toebehoren te worden verwijderd. Bij tijdelijke buitengebruistelling moet de putbuis bovenaan volledig te worden afgedicht en de putkamer in stand gehouden en gevrijwaard van enige mogelijke beschadiging of verontreiniging. Bij definitieve buitengebruikstelling dient de put volledig te worden opgevuld met een cement-bentonietmengsel om de potentiële verontreiniging van het grondwater in de toekomst te vermijden. Een verlaten put wordt immers maar al te vaak een vergeten put, waardoor men zonder correct afsluiten bij toekomstige aanpassingen aan het terrein riskeert om voor onaangename verassingen komen te staan.

 

Aanmaak cement-bentonietmengsel

Aanmaak cement-bentonietmengsel

Injectie onder druk tot aan het maaiveld

Injectie onder druk tot aan het maaiveld

 

Checklists

Voorbeeld-checklists ter ondersteuning van controles bij deze inrichtingen.

Regelgeving grondwater

  • Grondwaterdecreet
    Decretale basis voor bescherming van het grondwater voor drinkwatervoorziening en het afbakenen van waterwingebieden en beschermingszones.
     
  • Omgevingsvergunningendecreet & -besluit
    Basisregelgeving die o.a. de procedures vastlegt dewelke dienen te worden gevolgd voor het verkrijgen van een aktename of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten waarvan de exploitatie ernstige risico’s of hinder voor de mens en het milieu kunnen inhouden, waaronder de meeste niet-particuliere grondwaterwinningen.
     
  • VLAREM II
    Uitvoeringsbesluit van het omgevingsvergunningendecreet dat de algemene en sectorale voorwaarden vastlegt voor de ingedeelde inrichtingen of activiteiten. Grondwaterwinning is ingedeeld in rubriek 53 van de indelingslijst en de sectorale voorwaarden kunnen worden teruggevonden in hoofdstuk 5.53. Boringen voor andere doeleinden zijn ingedeeld in rubriek 55 met sectorale voorwaarden in hoofdstuk 5.55. De actuele en historische gekende grondwaterwinningen en boringen kunnen geconsulteerd worden in de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV). Onder het thema grondwatervergunningen worden de verschillende subrubrieken nader toegelicht en zijn stroomschema's beschikbaar voor de correcte, soms overlappende, indelingsrubieken. Voor de overige ingedeelde sectoren zijn desgevallend tevens voorwaarden ingeschreven ter bescherming van het grondwater, zoals vb. bijkomende monitoring, lekdetectie, aangepaste technieken,…
  • VLAREL
    Uitvoeringsbesluit dat de voorwaarden vastlegt voor het verkrijgen van een erkenning en de algemene & bijzondere gebruikseisen gekoppeld aan het gebruik van de erkenning waaronder de erkende boorbedrijven die grondwaterwinningen aanleggen. De specifieke gebruikseisen voor deze beroepscategorie zijn terug te vinden in artikel 53/6.
  • Waterwetboek
    Decretale basis voor het stellen en invorderen van een heffing op het winnen van grondwater.

Met uitzondering van de bepalingen rond de grondwaterheffing wordt voor de handhaving van de bepalingen in de bovenstaande wetteksten verwezen naar de bepalingen in titel XVI van het DABM (handhavingsdecreet) en het milieuhandhavingsbesluit. Deze leggen o.a. de verschillende categorieën  toezichthouders vast alsook hun bevoegdheden & rechten alsook nadere bepalingen rond de uitvoering van de  handhaving.

Contacteer ons

Afdeling Handhaving