Hoofdzakelijk vergund - fysisch aansluitende aanhorigheden - VCRO artikel 4.1.1, 7°

Om te bepalen of een constructie al dan niet hoofdzakelijk is vergund, moeten de fysisch aansluitende aanhorigheden niet worden meegerekend (anders dan bij het bepalen van het maximaal toelaatbare bouwvolume bij uitbreiden). Dit betekent dat dus enkel naar het hoofdgebouw mag worden gekeken om te bepalen of dat hoofdgebouw hoofdzakelijk is vergund en voor een zonevreemde vergunning in aanmerking komt.

Dat het aangebouwde volume niet moet worden meegerekend om te bepalen of het hoofdvolume al dan niet hoofdzakelijk is vergund, betekent niet dat dat aangebouwde volume vergund is. De redenering dat er enkel sprake is van een uitbreiding indien de betrokken, aansluitende ruimtes in de bestaande toestand ook reeds een voor de residentiële functie dienstige functie hadden, gaat enkel op ingeval die aangebouwde constructie ook als volume is vergund, wat hier niet het geval is. Dit deeltje zou moeten worden geregulariseerd, wat in casu niet mogelijk is, gelet op de ligging in een natuurgebied. De ‘uitbreiding’ van de woonfunctie in het aangebouwde deeltje (die geen uitbreiding zou zijn ingeval dat aangebouwde deeltje ook is vergund als constructie) zou immers betekenen dat het volume van de woning (waarbij de fysisch aansluitende aanhorigheden moeten worden meegerekend) wordt uitgebreid (nl. met een voorheen onvergund volume).

Vragen over concrete dossiers?

Met vragen over concrete dossiers kan u terecht bij uw gemeente. Die is bevoegd voor de meeste vergunningsaanvragen en is het best geplaatst om uw dossier te beoordelen.