Historisch gegroeide tuincentra zonevreemd wat betreft hun functie 

VCRO art. 4.4.24 (in werking sinds 30/12/2017)

Kleinhandel in agrarisch gebied is een onvergunbare zonevreemde activiteit. Dit stelde voor het wijzigingsdecreet van 8 december 2017 een probleem voor vele tuincentra die ooit exclusief als telers begonnen in landbouwgebied. Verkoop is voor sommigen steeds belangrijker geworden maar als activiteit in landbouwgebied is deze niet vergunbaar. 

De gebouwen zijn bij een groot deel van de tuincentra wel degelijk vergund.  Zonder een voorafgaande vergunning voor functiewijziging is het tuincentrum niet hoofdzakelijk vergund. Dit heeft tot gevolg dat een dergelijk bedrijf geen toepassing kan maken van de basisrechten voor zonevreemde constructies, noch de mogelijkheid heeft om een planologisch attest aan te vragen. 

Aangezien de situatie historisch gegroeid is, een aantal tuincentra niet herlocaliseerbaar zijn door hun specifiek ruimtegebruik én zij mogelijk toch ruimtelijk inpasbaar zijn op de huidige locatie, wou men hen minstens toegang verlenen tot het instrument van het planologisch attest. 

Vanaf 30 december 2017 kunnen historisch gegroeide tuincentra in agrarisch gebied een planologisch attest aanvragen. 

Niet elk tuincentrum komt echter in aanmerking om te genieten van deze nieuwe regeling. Zo gelden volgende, cumulatieve voorwaarden: 

  1.  het tuincentrum ligt in agrarisch gebied in de ruime zin; 
  2. de constructies die noodzakelijk zijn voor een normale bedrijfsvoering zijn vergund of vergund geacht; 
  3. de wijziging van de hoofdfunctie land- en tuinbouw in detailhandel heeft uiterlijk op 1 mei 2000 plaatsgevonden; 
  4. minstens 50 % van het terrein bestaat uit serres of gronden die actief gebruikt worden voor het kweken of conditioneren van bloemen, planten of bomen en de serres of gronden sluiten aan bij de grond waarop het tuincentrum gevestigd is. Onder conditioneren wordt verstaan: het in de ruime zin klaarmaken van bloemen, planten en bomen voor de verkoop ervan; 
  5. minstens 50 % van de nettohandelsoppervlakte bestaat uit de verkoop van planten, bloemen of bomen, en maximaal vijftig procent van de nettohandelsoppervlakte bestaat uit de verkoop van aanverwante producten. 

Daarnaast is het ook zo dat de Vlaamse Regering verdere voorwaarden kan verbinden aan de afgifte van een planologisch attest aan een tuincentrum. 

Het besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van nadere regels inzake het planologisch attest van 29 maart 2013 werd naar aanleiding van deze nieuwe regelgeving voor historisch gegroeide tuincentra gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2018. De wijziging treedt in werking op 18 oktober 2018 (datum publicatie BS) en is van toepassing op aanvragen van een planologisch attest ingediend vanaf 30 december 2017.

Het besluit inzake het planologisch attest en een handleiding over het instrument zijn terug te vinden via deze link 

Meer info bij het vernietigingsarrest:
Zonevreemde tuincentra kunnen geen planologisch attest meer aanvragen


Het Grondwettelijk Hof vernietigde op 14 november 2019 de regeling die het mogelijk maakt voor historisch gegroeide zonevreemde tuincentra in agrarisch gebied om een planologisch attest aan te vragen, ook al is hun functie niet vergund.


Deze regeling werd ingevoerd in de VCRO (artikel 4.4.24) via de artikelen 77 en 79 van de Codextrein en is gebaseerd op 3 overwegingen: het historisch gegroeid karakter van de zonevreemde activiteiten, de moeilijkheden om de betrokken tuincentra te herlokaliseren en de inpasbaarheid van hun activiteiten in de agrarische context.


Het Grondwettelijk Hof stelt dat deze overwegingen niet volstaan en de regeling het gelijkheidsbeginsel schendt doordat er ook andere zonevreemde bedrijven zijn in agrarisch gebied die met hetzelfde ‘ruimteprobleem’ geconfronteerd worden. Het historisch gegroeid karakter verantwoordt het verschil in behandeling met die andere zonevreemde bedrijven niet. Er wordt ook niet aangetoond dat de moeilijkheid om zonevreemde tuincentra te herlokaliseren niet zou gelden voor andere zonevreemde bedrijven. Het argument dat tuincentra niet geherlokaliseerd kunnen worden omwille van de noodzaak van grote oppervlaktes grond voor kweek en doorkweek, is geen voldoende motivering om van het gelijkheidsbeginsel af te wijken, aangezien conditioneren ook toegelaten is.

Deze vernietiging heeft tot gevolg dat zonevreemde tuincentra niet langer een planologisch attest kunnen aanvragen indien zij niet hoofdzakelijk vergund zijn, zowel voor wat betreft de bestaande constructies, als de functie.
Reeds afgeleverde positieve planologische attesten kunnen de overheid niet langer verplichten tot de opmaak of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg. Evenmin kan een positief planologisch attest nog als grondslag dienen om in een omgevingsvergunning af te wijken van de stedenbouwkundige voorschriften. Het planologisch attest werd immers afgeleverd op basis van een vernietigde regeling. Gezien de juridische basis van het attest ontbreekt, kan men zich hier niet langer op beroepen.


Lees het vernietigingsarrest (nr. 179/2019 van 14 november 2019)