Hernieuwbare energie

Vlaanderen staat met 6,9% helemaal achteraan wat betreft het aandeel hernieuwbare energieproductie. De Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009 verplicht België om het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energiegebruik op te trekken tot 13% in 2020.
Hiervoor wordt rekening gehouden met de binnenlandse productie van zowel groene elektriciteit als groene warmte en koeling en met het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor transportdoeleinden (zowel biobrandstoffen in verbrandingsmotoren als groene stroom in elektrische voertuigen). 

Op deze pagina:

Evolutie en positie in Europa

Het aandeel van de hernieuwbare energie in de totale energieproductie bedraagt 6% en daarmee staat Vlaanderen achteraan de lijst van alle opgenomen landen. Landen als Luxemburg, Nederland en Malta zijn Vlaanderen voorbij gestoken in de afgelopen jaren. De jaarlijkse vooruitgang tussen 2010 en 2018 is met gemiddeld 0,3% per jaar relatief beperkt. Ook op dat vlak staat Vlaanderen achteraan. 

Als we de evolutie van het aandeel hernieuwbare energie in transport, elektriciteit, verwarming en koeling afzonderlijk bekijken, valt op dat het gebruik van hernieuwbare energie in transport nog het Europese gemiddelde benadert. Vooral het gebruik van biobrandstoffen is hier belangrijk. Voor elektriciteit, verwarming en koeling daarentegen ligt het aandeel in 2018 respectievelijk 60% en 75% lager dan het Europese gemiddelde. Ook de jaarlijkse toename van het gebruik van hernieuwbare energie ligt bij elektriciteit en verwarming en koeling heel wat lager dan het Europees gemiddelde. De achterstand vergroot dus.

Bij elektriciteit wordt het lage aandeel bepaald door het lage aandeel van de productie van hernieuwbare elektriciteit. Toplanden als Zweden en Denemarken hebben veel meer windenergie ter beschikking. Oostenrijk heeft bijvoorbeeld heel wat waterkrachtcentrales. Deze landen kan men moeilijk vergelijken met Vlaanderen gezien het verschil in reliëf of kustlijn. 

Omliggende landen zoals Duitsland en Nederland daarentegen hebben vaak een vergelijkbare mix van wind-energie en zonne-energie. Deze landen produceren wel meer hernieuwbare elektriciteit dan Vlaanderen. De hoeveelheid hernieuwbare elektriciteitsproductie is in België wat hoger dan in Vlaanderen. Offshore windmolenparken spelen hier een rol, maar de productie van hernieuwbare elektriciteit ligt in Wallonië ook substantieel hoger (20% in Wallonië in 2018 versus 13% in Vlaanderen). 

Hernieuwbare energie voor verwarming en koeling in Vlaanderen wordt vooral bepaald door biomassa. Sinds 2010 is het gebruik van biomassa, vooral hout, voor verwarming relatief constant gebleven. De toename zit nu vooral bij warmtepompen en zonneboilers.  

Meer details over de evolutie van hernieuwbare energie-productie in Vlaanderen staan op www.energiesparen.be.

Meer informatie

Laatst gewijzigd: december 2020

Volgende update: december 2021

Methode: De Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009 verplicht België om het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energiegebruik op te trekken naar 13% in 2020. Hiervoor wordt rekening gehouden met de binnnenlandse productie van zowel groene stroom als groene warmte en koeling en met het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor transportdoeleinden (zowel biobrandstoffen in verbrandingsmotoren als groene stroom in elektrische voertuigen). 

Rekening houdend met de doelstelling van eindenergieverbruik door België aangemeld aan de Europese Commissie in het kader van de omzetting van de energie-efficiëntierichtlijn, vertegenwoordigt de Belgische doelstelling van 13% inzake hernieuwbare energiebronnen een absolute waarde van 4,224 Mtoe (megaton olie-equivalenten). In dat kader verbindt het Vlaamse Gewest zich ertoe het eindverbruik energie uit hernieuwbare bronnen tot 2,156 Mtoe (of 90,3 PJ) te verhogen.

Brondata:

Contacteer ons

Afdeling Partnerschappen met Besturen en Maatschappij (PBM)
02 553 80 56 (bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 u.)