“Perceel was eigenlijk veel te klein voor het te realiseren programma”

Groene buitenkamer blikvanger van nieuwe school met kinderdagverblijf 

Datum: voorlopige oplevering: 21/02/2020
Ligging: Kompasplein 1 en 2, 9000 Gent
Opdrachtgever: sogent
Ontwerpteam: Xaveer De Geyter Architects (Xaveer De Geyter, Karel Bruyland, Arie Gruijters, Thérese Fritzell, Ingrid Huyghe, Willem Van Besien, Stéphanie Willocx), Ney & Partners (stabiliteit), boydens engineering (technieken, duurzaam energiegebruik)
Aannemer: BAM Contractors
Studiebureau: daidalos peutz (akoestiek)
Budget: 10.000.000 (excl. Btw en studiekosten)
Omvang: 4.630 m² binnenruimte, 3.050 m² buitenruimte
 

Langs de Schipperskaai in Gent staat sinds het najaar van 2019 Melopee te pronken, een stadsgebouw dat een basisschool, kinderdagverblijf, buitenschoolse kinderopvang en buurtsporthal huisvest. Het perceel waarop dat alles moest verrijzen, was daar eigenlijk veel te klein voor. “Stapelend te werk gaan was dan ook een evidente keuze. Minder vanzelfsprekend was waar en hoe we de speelplaats dan moesten ontwerpen. Uiteindelijk werd net die buitenruimte, een ‘groene kamer’, de eyecatcher van ons ontwerp”, vertelt architect Willem Van Besien van Xaveer De Geyter Architects (XDGA).

In 1999 schonk het Gentse Havenbedrijf, dat toen nog geen autonoom gemeentebedrijf was, een stuk havengebied bestaande uit enkele verouderde dokken in het noorden van de stad aan het stadsbestuur. De minister van Ruimtelijke Ordening keurde op 9 april 2003 het Ruimtelijk Structuurplan Gent (RSG) goed, waarin die dokken, het Houtdok, Handelsdok en Achterdok, als een strategisch stedelijk project bestempeld werden. In 2003 werden de gronden ingebracht bij sogent, het eigen stadsontwikkelingsbedrijf dat de stad datzelfde jaar opgericht had. Vrij snel werd nagedacht over een nieuwe bestemming voor de oude dokken. De bestemming van het gebied was toen volgens het gewestplan echter voornamelijk industriegebied. Om een nieuwe ontwikkeling tot stand te brengen, was het nodig de toekomstige bestemming in een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) om te zetten. Maar de inhoudelijke stap tussen de algemene visie van het RSG en de nog op te maken uitvoeringsplannen was te groot om onmiddellijk tot concrete uitvoeringsplannen en een kwalitatieve uitvoering van de nieuwbouw te kunnen komen. Een tussenstap was nodig; die van een stadsontwerp voor het gebied. 
In april 2004 lanceerde sogent daarom een wedstrijd voor zo’n stadsontwerp. De jury koos unaniem voor het masterplan van OMA uit Nederland, dat een nieuwe stadsbuurt ontwierp met ongeveer 1.200 appartementen en huizen voor Gentenaars van alle leeftijden, maar ook horeca, winkels, veel groen en talloze recreatiemogelijkheden zoals wandelpromenades, wijkparken en speeltuigen. 
Met het masterplan Oude Dokken op zak, kon dus werk worden gemaakt van het RUP. Vooraleer de stad Gent kon starten met de opmaak daarvan was het nodig om een aantal procedures gebonden aan een RUP te lanceren, onder andere het laten opmaken van een mobiliteitseffectenrapport en een milieueffectenrapport. Daarnaast werden er verschillende deelstudies gelanceerd door de stad Gent en sogent om het stadsontwerp zo goed mogelijk te kunnen vertalen in juridische structuren. In juni 2011 werd het RUP 135 Oude Dokken uiteindelijk definitief goedgekeurd. Er werd ook een brownfieldcovenant ondertekend voor Oude Dokken.

Eén van de eerste realisaties in dat masterplan Oude Dokken wordt woon- en leefproject De Nieuwe Dokken, met ongeveer 400 nieuwe woonunits, aan de Schipperskaai aan de oostzijde van het Handelsdok. Maar ook enkele openbare voorzieningen krijgen er een stek, meer bepaald een bassischool, een buitenschoolse kinderopvang, een kinderdagverblijf en een wijksporthal. Opvallend is dat die allemaal in hetzelfde gebouw komen. Niet evident, gezien de geringe oppervlakte van het bouwperceel. Sogent schreef een ontwerpwedstrijd uit die uiteindelijk gewonnen werd door een team bestaande uit Xaveer De Geyter Architects (XDGA), Ney & Partners, dat instond voor de stabiliteit, boydens engineering voor de speciale technieken en het duurzaam maken van het gebouw en daidalos peutz, een ingenieursbureau gespecialiseerd in akoestiek. 

Eind 2019 staat het gebouw er. Het kreeg de naam Melopee, naar het gelijknamige gedicht van de Antwerpse schrijver Paul van Ostaijen. Niet toevallig natuurlijk. Het gedicht beschrijft immers de tocht van twee vrienden in een kano en sluit dus mooi aan bij het verleden van het voormalige havengebied. Het woord zelf betekent klankgedicht, wat ook weer toepasselijk is aangezien de basisschool veel aandacht heeft voor muziek in haar pedagogische programma. Het gedicht werd ook geïntegreerd in het gebouw: het siert de muren van het inkomsas. 

Het project

De vraag: een compact gebouw met school, kinderdagverblijf, BKO en buurtsporthal

“De ontwerpwedstrijd werd uitgeschreven in 2015”, begint Willem Van Besien, architect bij XDGA, te vertellen. “Ons ontwerpteam werd uiteindelijk gekozen uit vijf ontwerpteams die een wedstrijdontwerp mochten indienen. Daarna hebben we nog twee jaar nodig gehad om de plannen op punt te stellen.” 

De opdracht was dan ook niet van de poes. “Het perceel waarop we het volledige programma moesten realiseren, was 40 op 67 m² groot. Daarnaast was de bouwhoogte gelimiteerd tot 20 m. De reden waarom het bouwperceel zo klein was, ligt in het masterplan van OMA, dat inzet op een afwisseling van groen en gebouwen. De ontwerpers van OMA wilden niet te werk gaan zoals destijds aan de Belgische kust is gebeurd, waar één lange gebouwenrij wel zorgt voor een mooi zicht op de zee voor de bewoners, maar tegelijkertijd het zicht voor iedereen achter die appartementen ontneemt. In het masterplan werden daarom alle gebouwen 90% gedraaid. Ze staan dus dwars ten opzichte van het water. Tussen de gebouwen komt groenaanleg.”

“Door de beperkte bouwoppervlakte besloten we vrij snel gestapeld te werk te gaan en het perceel maximaal te benutten. Maar de eerste en meteen ook belangrijkste vraag die door die keuze rees, was hoe en waar we de speelplaats dan een plek moesten geven in ons ontwerp. Eerst dachten we aan het dak, maar dat idee werd vrij snel afgevoerd omdat dat toegangsgewijs niet zo evident was. Uiteindelijk is het idee ontstaan om een heel compact gebouw, met een grondoppervlakte iets kleiner dan de helft van het bouwperceel, te ontwerpen en de overige ruimte te gaan gebruiken voor de speelplaats. Of speelplaatsen, moet ik eigenlijk zeggen, want ook de buitenruimte besloten we gestapeld te ontwerpen.”

De oplossing: een compact gebouw met groene buitenkamer

“Het gebouw telt vijf bouwlagen, goed voor een totale hoogte van net geen 20 m”, legt Van Besien uit. Op het gelijkvloers vind je het kinderdagverblijf. De buitenschoolse kinderopvang, refter en kleuterschool bevinden zich op de eerste verdieping. De lagere school kwam op de tweede verdieping, rondom de dubbelhoge eetzaal. In het hart van het gebouw vertrekt een brede trap, die ook dienst kan doen als tribune, vanuit de inkomhal naar die verdiepingen. Bovenop de tweede verdieping kwam de sporthal, die twee verdiepingen in beslag neemt. De bewoners van de nieuwe wijk zullen volop gebruik kunnen maken van de infrastructuur. Mede daarom kwam de sporthal op het dak. Wanneer er ‘s avonds wordt gesport en de lichten aan zijn, fungeert ze zo als een baken voor de stad. Maar ook de refter en de vergaderzaal zullen in de toekomst kunnen worden ingezet voor buurtactiviteiten. Het gebouw zal op die manier een belangrijke sociale rol vervullen voor De Nieuwe Dokken.”

Het meest opvallende aan Melopee, naast de zichtbare staalstructuur, is ongetwijfeld de buitenkamer die, wanneer regen en zon goed hun werk doen, op termijn grotendeels begroeid zal zijn door allerlei planten. “In die buitenkamer die aan de kant van de Schipperskaai ligt en even hoog is als het gebouw ernaast maar dus iets meer grondoppervlakte bestrijkt, liggen de speelplaatsen. Elk niveau heeft zijn eigen speelplaats, maar de speelplaatsen zijn wel nog steeds met elkaar verbonden via een buitentrap. Kinderen die ’s morgens toekomen op school, gaan met de grote centrale trap naar de verdieping waar hun klas ligt en vervolgens zo naar de speelplaats, al zouden ze in principe dus ook de buitentrap die langs de verschillende speelplaatsen loopt kunnen gebruiken. Sogent vroeg om een avontuurlijke speelplaats. Elke speelplaats heeft daarom specifieke speeltuigen, afgestemd op de leeftijd van de kinderen die er zullen spelen; glijbanen, een zandbak, een zitput en een klimvlak met touwen, om er maar enkele te noemen. We voorzagen zelfs een hellende moestuin. Helemaal boven in de buitenkamer vind je een kleine kooi met een basket- annex voetbalveldje, die ook rechtstreeks te bereiken is vanuit de sportzaal op het dak.”

“De hele staalstructuur van de buitenkamer werd omspannen met een draadnet uit inox. Op verschillende plaatsen zal die volgroeien met planten. We moeten echter nog bekijken of dat echt lukt, want er zijn in ons land niet veel projecten waarin planten zo hoog moeten groeien. Maar we hebben ons laten adviseren door experten en verhopen dus het beste.”

De uitvoering: hoge eisen op vlak van akoestiek en stabiliteit

De bouw verliep vlot, maar het ontwerp stelde wel hoge eisen op het vlak van akoestiek en stabiliteit. “De grote overspanningen van 30 meter in de sporthal mogelijk maken, was geen vanzelfsprekendheid, maar de grootste uitdaging op het vlak van stabiliteit, lag toch in de buitenkamer”, vertelt Joran Cormond, stabiliteitsingenieur bij Ney & Partners. “De staalstructuur van de buitenkamer moest zo open mogelijk blijven om het zicht van binnen naar buiten en omgekeerd te vrijwaren. Als we voor de binnenperimeter van de buitenkamer hetzelfde ritme van de kolommen zouden hanteren als aan de buitenkant van de structuur – één kolom om de 4 à 5 m –, zou de openheid van de structuur in het gedrang komen en zouden de ‘binnenmuren’ van de speelplaats een te beklemmend gevoel genereren. We hebben daarom besloten in de binnenperimeter maar één op drie kolommen te laten doorlopen. Trekkers naar het het dakvlak vangen telkens de andere tussenliggers op. Ook de esthetiek van de verbindingen was van belang. Die mochten niet te log ogen, want opnieuw zou dat afdoen aan de openheid van de buitenkamer. Samengevat: de technische uitdagingen in het ontwerp konden op een elegante manier worden opgelost en zorgen voor een eenvoudig ogend geheel.”

“Maar dus ook op vlak van akoestiek waren er bepaalde uitdagingen”, gaat Van Besien voort. “De sporthal ligt boven op het gebouw. Bouwtechnisch een evidente keuze, maar minder vanuit akoestisch oogpunt. Wanneer er bijvoorbeeld wordt gebasket, mogen de klassen daaronder daar natuurlijk geen hinder van ondervinden. We werkten daarom met een zwevende vloer in de sporthal. Op de betonnen ruwbouwvloer zit een veerconstructie met daarboven nog een betonnen vloer.”
“Gezien het feit dat muziek een belangrijke rol speelt in het pedagogisch programma van de school, waren ook akoestische isolatie tussen de verschillende ruimtes en de akoestiek in elke ruimte zelf belangrijke thema’s. Zo is er bijvoorbeeld ook een muziekstudio. In de refter en sporthal moeten geperforeerde bakstenen met daarachter minerale wol die het geluid absorbeert, de geschikte omstandigheden scheppen.”
Om alle sporttoestellen vlot naar boven in de sportzaal te krijgen, voorzag het ontwerp ook nog in eens speciaal katrolsysteem aan één van de stalen liggers van de buitenkamer. 

Wat beter kon: waterlek gooide geen roet in het eten

Weinig zaken konden beter, volgens de verschillende betrokken partijen. Al diende de officiële opening op 25 oktober 2019 wel uitgesteld door een groot waterlek in één van de douches van de kleedkamers naast de sportzaal. Dat zette de sporthal en de aanpalende kleedkamers blank, waarna het water doorsijpelde tot op de tweede verdieping. Melopee opende uiteindelijk op 16 maart van dit jaar. Een beetje in mineur, want net toen moesten de scholen sluiten omwille van de coronacrisis, die net was uitgebarsten. 

“Voorts liet de schooldirecteur ons weten dat er van het initiële idee van één speelplaats per klas of leeftijdsgroep eigenlijk weinig overeind blijft. De leerlingen mogen van hem de volledige speelplaats gebruiken, alle niveaus dus. En daar is uiteraard niets mis mee”, lacht Van Besien.

De troeven

“De grootste troef van Melopee is dat het een heel leesbaar gebouw is geworden, belangrijk als je kijkt naar het grootste deel van de doelgroep: kleuters en kinderen. Die vinden heel gemakkelijk hun weg in het gebouw. Daarnaast is er natuurlijk ook het architecturale gegeven. Ik denk dat we mogen stellen dat Melopee, door de opvallende staalstructuur, een echte eyecatcher is geworden. Wanneer de buitenkamer begroeid zal zijn zoals gepland, zal dat nog een extra dimensie geven aan het gebouw.”
 

KADERSTUK: brochettemodel van OMA noopt tot ruimtelijk rendement

Dat Melopee een schoolvoorbeeld is van ruimtelijk rendement, komt dus vooral door het specifieke stedenbouwkundige masterplan dat OMA voor het oude havengebied uittekende. De ontwerpers kozen immers voor het brochettemodel. Agnieszka Zajac, projectleider namens sogent, legt uit: “In plaats van te kiezen voor lintbebouwing langs de waterlijn, met daarvoor of daarachter het nodige groen, staat het brochettemodel voor een hele andere benadering. Open, groene ruimte, wordt afgewisseld met bebouwde ruimte. Op die manier fungeert het water als het ware als het stokje van de brochette, en de gebouwen en de groene ruimte als respectievelijk de stukjes vlees en groenten op de brochette.” Agnieszka Zajac wil ook nog benadrukken dat het herontwikkelingsproject Oude Dokken een inclusief project wil zijn en niet enkel focust op meer gegoede gezinnen. Van de 1.200 verschillende woonunits die we in het gebied – twee oevers van elk een goeie 2 km lang – willen realiseren, zullen 20% sociale woningen en 20% budgetwoningen zijn. Op termijn zullen hier zo’n 3.000 mensen wonen.” Tot slot geeft ze ook nog een leuk weetje mee. “Voor we hier konden beginnen ontwikkelen, moest er eerst een grondige sanering van de gronden plaatsvinden. Het zal je niet verbazen dat door al de industrie die hier ooit was, die enorm vervuild waren. Uiteindelijk was de sanering  van dit deel van het gebied goed voor maar liefst een kwart van het jaarlijkse werkbudget van OVAM. En er moeten dus nog andere delen van het project Oude Dokken gesaneerd worden.”