Genetisch gemodificeerde organismen en pathogenen

Activiteiten met genetisch gemodificeerde en pathogene organismen brengen bepaalde risico’s voor de menselijke gezondheid en het leefmilieu met zich mee. Inrichtingen waar dergelijke organismen doelbewust worden gekweekt, opgeslagen, getransporteerd, vernietigd, verwijderd of gebruikt, moeten bepaalde inperkingsmaatregelen nemen om te vermijden dat mens en het leefmilieu worden blootgesteld aan deze organismen. Afhankelijk van het risico voor de menselijke gezondheid en het leefmilieu worden deze activiteiten ingedeeld in vier risiconiveaus. Naarmate het risiconiveau van de activiteit stijgt, moeten er meer en strengere inperkingsmaatregelen genomen worden. 

Voor het ingeperkt gebruik van GGO en pathogenen dient naast een omgevingsvergunning voor Rubriek 51 van de indelingslijst van Vlarem II ook voor elke activiteit afhankelijk van het risico een toelating of kennisgeving aanwezig te zijn. Deze toelating wordt geadviseerd door Sciensano maar afgeleverd door de afdeling GOP van het departement Omgeving..

Wat is de rol van Omgevingsinspectie?

Bij het uitvoeren van  controles in het kader van Art 16 van de Richtlijn 2009/41/EG  kunnen volgende zaken worden gecontroleerd:

  • Zijn alle activiteiten vergund en toegelaten?
  • Is er een juiste inschatting van het risiconiveau?
  • Worden de inperkingsmaatregelen opgelegd in de milieuwetgeving of de toelating toegepast?
  • Neemt de gebruiker alle nodige maatregelen om schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid en het leefmilieu te voorkomen? 
  • Wordt het afval op een correcte manier opgeslagen en verwijderd?