FAQ Particuliere stookolietanks

top


Welke wetgeving is van toepassing?
 

  • VLAREM II is van toepassing. Een actuele versie van VLAREM II vindt u in de EMIS Milieunavigator. Voor de verwarming van woningen wordt in VLAREM II onderscheid gemaakt tussen:

    • Niet ingedeelde opslag

    • Ingedeelde opslag
      • Stookolietanks voor de opslag van 5.000 kg (6.000 l) gasolie of meer. De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 5.6 ‘Brandstoffen en brandbare vloeistoffen’ van VLAREM II.

      • Stookolietanks voor de opslag van 5000 kg (6.000 l) gasolie of meer, wanneer de gasolie gekenmerkt wordt door het symbool GHS02. De voorwaarden waaraan deze stookolietanks moeten voldoen vindt u in hoofdstuk 5.17 ‘Opslag van gevaarlijke producten’ van VLAREM II.

      • De gezamenlijke opslagcapaciteit bepaalt of de opslag al dan niet ingedeeld is, niet de opslaghoeveelheid per individuele tank. Wanneer er meerdere tanks aanwezig zijn bij bijvoorbeeld een woning, moeten de opslagcapaciteiten van de verschillende tanks opgeteld worden.

  • Opmerking
    • De massadichtheid van gasolieproducten voor verwarming varieert van 0,820 tot 0,870 kg/l bij 15°C

    • Het GHS02-symbool is het gevarenpictogram voor 'ontvlambaar'. Dit symbool staat op de verpakking van vloeistoffen met een vlampunt onder de 60 graden Celsius. Vloeibare brandstoffen kunnen afhankelijk van hun vlampunt al dan niet gekenmerkt worden door een GHS02-symbool.

top

Moet ik voor mijn stookolietank een omgevingsvergunning aanvragen?
 

  • Stookolietanks voor de verwarming van woningen zijn niet ingedeeld zolang de totale opslaghoeveelheid bij de woning minder dan 5.000 kg (6.000 l) bedraagt. In dat geval moet u geen bijkomende stappen ondernemen.
  • Als de totale opslaghoeveelheid van de verschillende stookolietanks bij de woning 5.000 kg (6.000 l) of meer bedraagt, moet u een melding indienen bij het college van burgemeester en schepenen van uw gemeente.
  • Bij een totale inhoud van meer dan 50.000 liter gasolie zonder GHS02-symbool of meer dan 20 ton gasolie met GHS02-symbool moet u een omgevingsvergunningsaanvraag indienen alvorens de stookolietanks geplaatst kunnen worden.

top


 

Wie contacteren voor het onderhoud en controle van de stookolietank? 

 

  • Een stookolietank voor de verwarming van een woning, moet gecontroleerd worden door een erkende ‘technicus stookolietanks’ of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Gaat het niet om een stookolietank voor de verwarming van een gebouw? Dan moet de stookolietank altijd gecontroleerd worden door een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Enkele voorbeelden: een stookolietank met een vulpistool om een tractor van brandstof te voorzien, een opslaghouder voor stookolie die gebruikt wordt voor het opstarten van noodgroepen, een opslaghouder voor het verwarmen van een zwembad, ... 
  • Erkende ‘technici stookolietanks’ beschikken over een persoonlijk op naam toegekend erkenningsnummer beginnend met de letters SV gevolgd door 5 cijfers (bijvoorbeeld SV00022 of SV56489). Ook de milieudeskundigen beschikken over een persoonlijk toegekend erkenningsnummer waarin de kenletter H (voor houders) of de kenletters MDH (voor milieudeskundige houders) voorkomen.
  • U kunt de lijst met erkende ‘technici stookolietanks’ of milieudeskundigen in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen opzoeken via de ‘Overzichtslijsten erkende personen’ (selecteer ‘technici stookolietanks’ of ‘milieudeskundigen houders gassen of gevaarlijke stoffen' in de zoekmodule). Deze lijst vermeldt ook het erkenningsnummer van de technicus of deskundige.

top


Wanneer moet er een controle plaatsvinden?

De gezamenlijke opslaghoeveelheid is kleiner dan 5.000 kg (particuliere stookolietanks):​​​ 
  • Controle bij plaatsing
    • Elke stookolietank moet na de plaatsing, maar voor de ingebruikname gecontroleerd worden door een erkende 'technicus stookolietanks' of milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen die een certificaat opstelt waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de opslaginstallatie voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van VLAREM II. Hierop vermeldt de technicus of milieudeskundige zijn of haar naam en erkenningsnummer. De technicus of milieudeskundige bezorgt de eigenaar het certificaat van de installatie, samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar bezorgt de exploitant (bv. de huurder van een woning) een kopie van het certificaat van de installatie.

    • Binnen de maand na aanleg van de opslaginstallatie brengt de 'technicus stookolietanks' of milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen op de houder een duidelijk leesbare groene merkplaat aan met hierop volgende onuitwisbare gegevens:

      • zijn of haar erkenningsnummer,
      • de datum van plaatsing van de opslaginstallatie en,
      • als het om een ondergrondse houder gaat, de uiterste datum van de eerstvolgende controle.
  • Periodieke controle
    • Een ondergrondse stookolietank moet sinds 1 maart 2009 om de 5 jaar (voorheen om de 3 of 4 jaar) gecontroleerd te worden door een erkende 'technicus stookolietanks' of milieudeskundige in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. Bij de rechtstreeks in de grond ingegraven houders die niet voorzien zijn van een permanent lekdetectiesysteem wordt hierbij o.a. telkens een dichtheidsbeproeving uitgevoerd.
    • Een bovengrondse stookolietank hoeft vanaf 1 maart 2009 niet meer periodiek gecontroleerd  te worden, op voorwaarde dat het laatste onderhoudsattest een einddatum heeft die 1 maart 2009 of later vermeldt. Een bovengrondse stookolietank die vóór 1 augustus 1995 in gebruik genomen werd, moest vóór 1 augustus 2003 een eerste periodieke controle ondergaan. Uiteraard blijft het belangrijk om een tank in goede staat van werking en onderhoud te houden, als exploitant kijkt u de tank best op regelmatige basis visueel na.
  • Bij iedere controle of onderzoek stelt de erkende technicus of milieudeskundige een certificaat op voor de exploitant/eigenaar. Hieruit moet ondubbelzinnig blijken dat de houder en de installatie al dan niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.5 van VLAREM II. Het certificaat vermeldt naam en erkenningsnummer, datum van de controle en datum van de eerstvolgende controle. Het laatste geldt enkel indien het om een ondergrondse houder gaat.
  • Afhankelijk van het resultaat van de controle is de houder gemerkt met een duidelijk leesbare en onuitwisbare groene, oranje of rode merkplaat. Op deze merkplaat wordt onuitwisbaar het erkenningsnummer, de datum van de controle en de uiterste datum van de eerstvolgende controle aangebracht. Het laatste geldt enkel indien het om een ondergrondse houder gaat.
De gezamenlijke opslaghoeveelheid bedraagt 5.000 kg of meer:
  • Controle bij plaatsing
    • Ondergrondse houder
      • Na de installatie, maar vóór de ingebruikname van de houder, moet gecontroleerd worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, het lekdetectiesysteem en, in voorkomend geval de kathodische bescherming, voldoen aan de voorschriften van VLAREM II. De controles moeten uitgevoerd worden door een erkend 'technicus stookolietanks' of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. De controle van de eventuele kathodische bescherming moet gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie.
    • Bovengrondse houder
      • Na de installatie, maar vóór de in gebruikname van de houder, moet gecontroleerd worden of de houder, de leidingen en de toebehoren, het waarschuwings- of beveiligingssysteem tegen overvulling, de inkuiping en de brandbestrijdingsmiddelen en, in voorkomend geval het lekdetectiesysteem voldoen aan de voorschriften van VLAREM II. Vermelde controles worden uitgevoerd door een erkend 'technicus stookolietanks' of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.
  • Periodieke controle
    • Een ondergrondse stookolietank moet 

      • een beperkt onderzoek krijgen: 

        • tenminste jaarlijks indien de houder gelegen is binnen de waterwingebieden en de beschermingszones ofwel,
        • 2-jaarlijks indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones. 
      • behalve voor houders uit gewapende thermohardende kunststoffen een algemeen onderzoek krijgen:
        • om de 10 jaar indien houder gelegen is binnen de waterwingebieden en beschermingszones of,
        • om de 15 jaar indien gelegen buiten de waterwingebieden en de beschermingszones.
      • De onderzoeken worden uitgevoerd door een erkend 'technicus stookolietanks' of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen. De controle m.b.t. corrosie en kathodische bescherming moet gebeuren in samenwerking met een milieudeskundige erkend in de discipline bodemcorrosie.
    • Een bovengrondse stookolietank moet
      • een beperkt onderzoek krijgen om de 3 jaar (max. 40 maanden tussen 2 opeenvolgende onderzoeken toegelaten)  door een erkende 'technicus stookolietanks' of een milieudeskundige erkend in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen.
      • een  algemeen onderzoek ondergaan om de 20 jaar als de stookolietanks een inhoudsvermogen hebben van meer dan 20.000 liter. 
  • Bij iedere controle (plaatsing of periodiek onderzoek) stelt de erkende technicus of milieudeskundige een attest op waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de houder en de installatie voldoen aan de voorschriften van VLAREM II. Het attest vermeldt de naam en het erkenningsnummer van de uitvoerende technicus of milieudeskundige. De technicus of milieudeskundige brengt op de vulleiding een duidelijk zichtbare en leesbare klever of plaat aan (groen, oranje of rood) met zijn of haar erkenningsnummer, de datum van het jaartal en de maand van hetzij de controle bij plaatsing, hetzij de laatst uitgevoerde controle en deze van de volgende uit te voeren controle.

top



Ik koop een huis met een stookolietank. Hoe weet ik of die aan de richtlijnen voldoet en wat moet ik doen als dat niet het geval is?

 

  • De exploitant (= in de meeste gevallen de verkoper) van een stookolietank moet zorgen dat de tank steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeert en dat elke verontreiniging van het milieu voorkomen wordt. Een stookolietank die voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een groene merkplaat. Een stookolietank die niet voldoet aan de milieureglementering is uitgerust met een oranje of een rode merkplaat. Deze merkplaat moet aangebracht zijn door de erkende stookolietechnicus nadat hij de controle heeft uitgevoerd. Bovendien beschikt de verkoper over de attesten (certificaten), opgemaakt door de erkende technicus n.a.v. de uitgevoerde controles.
  • Opgepast: een stookolietank zonder merkplaat (en bijhorend attest) voldoet niet aan de milieureglementering!
  • U vraagt de verkoper best naar de eventuele attesten (certificaten) van de uitgevoerde controles, periodieke onderzoeken, dichtheidsproeven of buitengebruikstelling. Kan de verkoper van de woning de documenten niet voorleggen? Dan wordt u als mogelijke koper aangeraden de verkoper te vragen zich alsnog orde te laten stellen met de geldende regelgeving. Op deze manier kan worden vermeden dat verantwoordelijkheden uit het verleden ten laste van de koper (nieuwe eigenaar en exploitant) worden gelegd. Het is immers al vaker gebeurd dat beginnende discussies uitmonden in processen voor rechtbanken, met soms hoogoplopende kosten...
  • Er wordt verder ook aangeraden de notaris van de situatie in kennis te stellen en de stand van zaken in de akte op te nemen. Omdat bij het verlijden van de akte beide partijen (samen met de notaris) de akte voor akkoord ondertekenen, worden betwistingen (en mogelijk bijkomende kosten) achteraf vermeden.

top


Waaraan moet een nieuwe (particuliere) stookolietank voldoen?

  • Een stookolietank moet voldoen aan de bepalingen van VLAREM II. 
    • Stookolietanks met een gezamenlijke opslagcapaciteit van minder dan 5.000 kg gasolie (= particuliere stookolietanks)hoofdstuk 6.5 van titel II van het VLAREM

      • Afdeling 6.5.1. Gemeenschappelijke bepalingen
      • Afdeling 6.5.2. Bepalingen voor opslaginstallaties met bovengrondse houders
      • Afdeling 6.5.3. Bepalingen voor opslaginstallaties met ondergrondse houders
      • Afdeling 6.5.4. De controle op de bouw van de houders en de plaatsing van een opslaginstallatie
      • Afdeling 6.5.5. Periodieke controles, onderhoud en buitengebruikstelling
      • Afdeling 6.5.6. Erkende technici
      • Afdeling 6.5.7. Voorwaarden voor bestaande houders
    • Stookolietanks voor de opslag van gasolie zonder GHS02-symbool met een totale opslagcapaciteit van 5.000 kg of meer: hoofdstuk 5.6 van titel II van het VLAREM
      • Subafdeling 5.6.1.1 Algemene bepalingen
      • Subafdeling 5.6.1.2 Opslag van brandbare vloeistoffen in ondergrondse houders
      • Subafdeling 5.6.1.3. Opslag van brandbare vloeistoffen in bovengrondse houders
    • Stookolietanks voor de opslag van gasolie met GHS02-symbool met een totale opslagcapaciteit van 5.000 kg of meer: hoofdstuk 5.17 van titel II van het VLAREM
      • Afdeling 5.17.4. Gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen
      • Subafdeling 5.17.4.1. Algemene bepalingen
      • Subafdeling 5.17.4.2. Opslag van gevaarlijke vloeistoffen in ondergrondse houders
      • Subafdeling 5.17.4.3. Opslag van gevaarlijke vloeistoffen in bovengrondse houders

top

Na een controle door een erkende technicus of milieudeskundige krijgt mijn opslaginstallatie (= houder of tank) een groene, oranje of rode dop/plaat. Wat betekent dit?
 

  • Een groene dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie voldoet aan de wettelijke bepalingen en verder mag worden gebruikt.

  • Een oranje dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, maar dat de vastgestelde gebreken geen aanleiding kunnen geven tot verontreiniging buiten de houder. De opslaginstallatie mag nog worden gevuld of bijgevuld tijdens een overgangsperiode van maximum 6 maanden die ingaat de eerste van de maand volgend op de maand vermeld op de oranje merkplaat. De exploitant moet alle nodige maatregelen treffen, vermeld in het verslag van de erkende technicus, om de opslaginstallatie in goede staat te brengen. Vóór het verstrijken van de overgangsperiode moet de opslaginstallatie opnieuw aan een controle onderworpen.

  • Een rode dop/merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen. In dergelijk geval is het verboden de opslagtank te vullen of te laten vullen. De exploitant moet alle nodige maatregelen treffen, vermeld in het verslag van de erkende technicus of erkende milieudeskundige, om de opslaginstallatie in goede staat te brengen, waarna de opslaginstallatie opnieuw gecontroleerd moet worden. Binnen de veertien dagen nadat een rode merkplaat aangebracht werd, maakt de exploitant of op zijn verzoek de erkende technicus hiervan melding bij de afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij bevoegd voor grondwater.

top

Hoe een stookolietank definitief buiten gebruik stellen?
 

  • Elke stookolietank voor de opslag van minder dan 5.000 kg (6.000 l) gasolie die definitief buiten gebruik wordt gesteld, moet leeggemaakt en gereinigd worden. Een rechtstreeks in de grond gegraven stookolietank moet bovendien verwijderd worden. Bij materiële onmogelijkheid om de stookolietank te verwijderen (bv. stabiliteit van de woning komt in het gedrang), wordt in overleg met een erkende 'technicus stookolietanks' de tank opgevuld met zand, schuim of een ander inert materiaal. De erkende technicus stelt bij de buitengebruikstelling van een ondergrondse stookolietank een certificaat op waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de buitengebruikstelling werd uitgevoerd volgens de regels van het vak. Het certificaat vermeldt o.m. zijn naam, handtekening en erkenningsnummer. Ook als een bovengrondse stookolietank wordt verwijderd, moet de erkende technicus 'stookolietanks' een certificaat van buitengebruikstelling opstellen.
  • Een ondergrondse stookolietank voor de opslag van 5.000 kg gasolie of meer moet bij definitieve buitengebruikstelling (al dan niet omwille van lekken) leeggemaakt, gereinigd worden en binnen een termijn van 36 maanden verwijderd worden of, bij materiële onmogelijkheid tot verwijderen, binnen dezelfde termijn, in overleg met een erkend technicus of milieudeskundige, geledigd, gereinigd en opgevuld worden met zand, schuim of een gelijkwaardig inert materiaal. Sinds 1 juni 2015 stelt de erkende technicus of deskundige een certificaat op waaruit blijkt dat de buitengebruikstelling werd uitgevoerd volgens de regels van het vak.
  • Een bovengrondse stookolietank voor de opslag van 5.000 kg gasolie of meer moet bij definitieve buitengebruikstelling (al dan niet omwille van lekken) leeggemaakt, gereinigd worden en binnen een termijn van 36 maanden verwijderd worden of; bij materiële onmogelijkheid tot verwijderen, binnen dezelfde termijn, in overleg met een erkend technicus of milieudeskundige, geledigd en gereinigd worden. Sinds 1 juni 2015 stelt de erkende technicus of deskundige een certificaat op waaruit blijkt dat de buitengebruikstelling werd uitgevoerd volgens de regels van het vak.
  • In alle gevallen moeten de nodige maatregelen betreffende explosiebeveiliging en voorkoming van milieuverontreiniging (bodem- en grondwater) getroffen worden. Voor een lijst van firma's die de tankcleaning kunnen uitvoeren, kunt u terecht op de website van Informazout, zie lijst 'Tankprobleemoplossers'. Een andere mogelijkheid is te zoeken op www.goudengids.be onder de categorie 'Tankreiniging'.

Mag ik mijn stookolietank omvormen tot regenwaterput?

  • Neen, het is niet toegestaan om een stookolietank om te vormen tot regenwaterput. Ook hergebruik als drinkbak voor vee is niet toegestaan.
  • Wanneer u een stookolietank niet langer gebruikt of wilt gebruiken voor de opslag van stookolie, wordt deze tank beschouwd als afvalstof. De tank of opslaghouder moet dan definitief buiten gebruik worden gesteld.
  • De regelgeving stelt dat opslaghouders die definitief buitengebruik worden gesteld, leeggemaaktgereinigd en in principe verwijderd moeten worden. In het geval het technisch onmogelijk is om de houder te verwijderen, moet deze worden opgevuld met zand, schuim of een ander inert materiaal. Deze bepalingen laten niet toe om een stookolietank te hergebruiken als regenwaterput.
  • Na het correct ledigen, reinigen en eventueel verwijderen van de tank, ontvangt u van een erkende technicus een certificaat van buitengebruikstelling. Alleen mét een certificaat van buitengebruikstelling kan een verwijderde tank als schroot- of kunststof-afvalstof worden afgevoerd naar een vergunde verwerker of via een geregistreerd inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar. 
  • Het niet-correct buiten gebruik stellen van een stookolietank kan op een later tijdstip leiden tot bodemverontreiniging en bijhorende saneringskosten. Zo zijn er bij de OVAM meerdere verontreinigingsgevallen bekend als gevolg van niet-correct buiten gebruik gestelde stookolietanks. 
  • Stookolie is een ontvlambare en gevaarlijke vloeistof. Bij lekkages van de houder of andere calamiteiten kan deze brandstof explosiegevaar, bodem- en grondwaterverontreiniging veroorzaken. Ook na het reinigen kan de houder mazoutsporen bevatten.
  • Wilt u een regenwaterput plaatsen? Dat blijft een goed idee! Op de website van de VMM vindt u meer info over het plaatsen van een regenwaterput. Voor regenwaterputten gelden specifieke eisen inzake dimensionering en plaatsing. Omwille van de zuurtegraad van regenwater is het ook niet ideaal om regenwaterputten uit metaal te gebruiken. Houd er ook rekening mee dat na plaatsing van een regenwaterput een keuring waterinstallatie  verplicht is.

top

Vragen over de verwarmingstoelage en het Sociaal Verwarmingsfonds?
 

top

Vragen over het Stookoliefonds (sanering van bodemverontreiniging door lekkende stookolietanks bij particulieren)?
 

  • Hiervoor kunt u terecht bij de OVAM.

top

Code van goede praktijk voor het testen van de overvulbeveiliging en het waarschuwingssysteem als onderdeel van het periodiek onderzoek van opslaghouders voor gevaarlijke stoffen.
 

  • Bij opslaghouders voor gevaarlijke stoffen is de keuze van een geschikt overvulbeveiligingssysteem van primordiaal belang om overvulling te voorkomen. Het verleden toonde aan dat de regelgeving op een verschillende manier geïnterpreteerd werd bij de uitvoering van het periodiek onderzoek van opslaghouders voor gevaarlijke stoffen. Om de controle van de goede werking van het overvulbeveiligingssysteem te uniformiseren, werd een code van goede praktijk opgesteld.
  • pdf bestandCode van goede praktijk testen overvulbeveiliging en waarschuwingssysteem (137 kB)
  • De 'technicus stookolietanks' is bij de uitoefening van zijn functie verplicht om zich te houden aan deze code van goede praktijk. Het niet volgen van deze code van goede praktijk betekent een inbreuk op de gebruikseisen van de erkenning.

top

Particuliere stookolietanks voor de verwarming van gebouwen met een waterinhoud van minder dan 5.000 kg stookolie – hoeveel liter stookolie is 5.000 kg stookolie?
 

  • Vroeger sprak men van een nominale waterinhoud van 5.000 liter (hoofdstuk 6.5 van VLAREM II) en sinds 1 juni 2015 van 5.000 kg. Wegens nogal wat variatie in de dichtheid van stookolie (naargelang de samenstelling ervan) werd besloten een gemiddelde dichtheid te nemen, waardoor 5000 kg stookolie overeenkomt met 5952 liter stookolie. Omdat dit ook geen gemakkelijk te hanteren getal is, werd overeengekomen om voor wat betreft de niet-ingedeelde inrichtingen (hoofdstuk 6.5. VLAREM II) 6.000 liter stookolie gelijk te stellen met 5.000 kg stookolie.

top

Indeling van stookolie, volgens bijlage 1 van VLAREM II, sinds de CLP-verordening.
 

  • In de CLP-verordening mogen gasolie, diesel en lichte stookolie met een vlampuntbereik tussen ≥ 55 °C en ≤ 75 °C tot de ontvlambare vloeistoffen van categorie 3 worden gerekend (en worden voorzien van gevarenpictogram GHS02). Deze indeling al dan niet tot de ontvlambare vloeistoffen van categorie 3 is feitelijk de verantwoordelijkheid van de fabrikant, distributeur, e.d. Wanneer diesel, mazout, e.d. gekenmerkt worden door GHS02 (zie recent veiligheidsinformatieblad), wordt de opslag strikt genomen enkel ingedeeld in rubriek 17.3.2.1.1. van bijlage I van VLAREM II ‘ opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevaren categorie 3’.
  • In de praktijk worden gasolie, diesel en lichte stookolie door de fabrikant, distributeur, e.d. vrijwel altijd voorzien van een GHS02 gevarenpictogram. Wanneer diesel, mazout, e.d. echter niet gekenmerkt worden door GHS02, wordt de opslag ervan strikt genomen enkel ingedeeld in rubriek 6.4. van bijlage I van VLAREM II. Omdat de fabrikant, distributeur, ... het gevarenpictogram GHS02 vrijwel altijd gebruiken voor stookolie, raden wij u aan om voor de zekerheid stookolie algemeen in te delen onder rubriek 17.3.2.1.1. van bijlage I van VLAREM II (en niet onder rubriek 6.4.’opslag voor brandbare vloeistoffen’).

top

Wat zijn de verplichtingen van een erkend 'technicus stookolietanks'?
 

  • Erkende technici moeten de algemene en bijzondere gebruikseisen naleven (artikel 34 en 40 van VLAREL).
  • Een erkende stookolietechnicus moet onder meer:
    • de keuringen vóór ingebruikname (na plaatsing), controles, onderhouden, onderzoeken en buitengebruikstellingen zoals vermeld in de hoofdstukken 5.6, 5.17 en 6.5 van titel II van het VLAREM correct uitvoeren; hij gaat hierbij na of de toepasselijke normen en codes van goede praktijk werden gerespecteerd en past ze zelf ook toe
    • bij het uitvoeren van bovenvermelde taken een objectieve en onafhankelijke houding aannemen en de taken op een kwaliteitsvolle wijze uitvoeren
    • uitsluitend de apparatuur en materialen gebruiken die voldoen aan de reglementaire eisen, attesten, certificaten, verslagen en rapporten volledig, correct en duidelijk leesbaar invullen, zodat hieruit ondubbelzinnig blijkt of de installatie al dan niet aan de geldende regelgeving voldoet; deze ondertekenen en afleveren aan de opdrachtgever/exploitant
    • de juiste merkplaat, voorzien van de wettelijk vereiste gegevens, aanbrengen na de controle of het onderhoud
    • een verzekering hebben die de burgerlijke aansprakelijkheid dekt, inclusief de beroepsaansprakelijkheid, ten gevolge van het gebruik van de erkenning
    • elke wijziging van identificatiegegevens (ook adres, (privé)telefoonnummers, e-mailadres, werkgever, ...) onmiddellijk melden bij de afdeling GOP,
    • de afdeling GOP onmiddellijk op de hoogte brengen als de gegevens, die tot de erkenning hebben geleid, gewijzigd zijn waardoor de technicus niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden
    • de definitieve stopzetting van het gebruik van de erkenning onmiddellijk melden bij de afdeling GOP
    • medewerking verlenen aan periodieke evaluaties die door de afdeling GOP worden opgezet, en op verzoek het materiaal dat wordt gebruikt voor het uitvoeren van de taken tonen
    • 5-jaarlijks de bijscholing succesvol afleggen in een erkend opleidingscentrum en de jaarlijkse retributie betalen

top

Welk BTW-tarief moet aangerekend worden bij het verwijderen of buiten gebruik stellen van stookolietanks?
 

  • Het verwijderen of buiten gebruik stellen van stookolietanks kan in aanmerking komen voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op voorwaarde dat wordt aangetoond dat de handeling kadert in een geheel van omvangrijke onroerende werken aan de woning (omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud van de woning). Hierbij maakt het niet uit of al dan niet een nieuwe tank wordt geïnstalleerd.
  • Wanneer de tank wordt verwijderd of buiten gebruik wordt gesteld zonder dat er andere grote werken mee gepaard gaan, wordt dit beschouwd als een afbraakwerk en is het btw-tarief van 21% van toepassing.

top

 

Contacteer ons

Team Erkenningen
1700 (bereikbaar op werkdagen tussen 9.00 en 19.00 u.)