Evolutie ruimtebeslag

In het Ruimterapport Vlaanderen (RURA), de kernstatistieken en blz. 6 in de Strategische visie Beleidsplan Ruimte Vlaanderen hanteren we de volgende definitie voor 'ruimtebeslag':

'Het ruimtebeslag bestaat uit de ruimte ingenomen door onze nederzettingen, dus door huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden, serres, etc...Parken en tuinen maken hier ook deel van uit, evenals ecoducten over infrastructuren en sommige bermstroken en taluds langs (weg)infrastructuren’.

Het concept ‘ruimtebeslag’ is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk ‘the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc... In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies.’ (European Commission, 2012).

Evolutie

Bij de nulmeting voor toestand 2013 bedroeg de oppervlakte ruimtebeslag 442.000 ha of 32,5 % van het Vlaamse grondgebied. Voor toestandsjaar 2019 bedraagt de oppervlakte ruimtebeslag 453.000 ha, of 33,3 % van het Vlaamse grondgebied. Er is volgens deze databron gedurende de 6 jaar dus in absolute cijfers 11.000 ha aan ruimtebeslag bijgekomen in het Vlaamse Gewest. Dit komt overeen met een gemiddelde groeisnelheid van ongeveer 1,845 ha/jaar of gemiddeld 5,1 ha/dag.

Hierbij merken we nog op dat voor de berekening van de percentages werd uitgegaan van een totale oppervlakte van het Vlaamse Gewest van 1.362.444 ha, op basis van het ‘voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen’ dat Informatie Vlaanderen gepubliceerd heeft op 1 januari 2019.

De groei van het ruimtebeslag komt zowat overal voor binnen Vlaanderen. Het gaat veelal over kleine percelen ruimtebeslag die sterk verspreid voorkomen in zowel het verstedelijkt gebied als het landelijk gebied.

Gebieden waar er ruimtebeslag is ‘verdwenen’ in de periode 2013-2019 komen ook zeer verspreid voor in Vlaanderen.
Er zijn verschillende redenen voor het verdwijnen van ruimtebeslag. In sommige gevallen gaat het over werkelijke veranderingen die zijn opgetreden in landgebruik in deze periode. Anderzijds gaat het ook vaak om actualiseringen of verbeteringen die zijn aangebracht in de bronbestanden die werden gebruikt voor het in kaart brengen van het landgebruik en ruimtebeslag. Niet alle verschuivingen, zowel bijkomend ruimtebeslag als ruimtebeslag dat verdwijnt, die afgelezen kunnen worden uit het kaartbestand zijn met andere woorden reële veranderingen die hebben plaatsgevonden in de periode 2013-2019. Eén van de mogelijke oorzaken hiervan is het feit dat niet voor alle gebruikte databronnen de meest actuele toestand op terrein is weergegeven op de datalaag.

Landgebruik binnen ruimtebeslag in 2019

Indien de groei van het ruimtebeslag wordt bekeken in termen van de verschillende landgebruikscategorieën, zit de grootste groei in de oppervlakte ingenomen door ‘Huizen en tuinen’ (+5.300ha), transportinfrastructuur (+2.200 ha) en ‘Landbouwgebouwen en -infrastructuur’ (+1.400ha). In relatieve termen is de groei het grootst in de categorieën ‘landbouwgebouwen en -infrastructuur’ (+17%), commerciële doeleinden (+7%) en diensten (+7%).'

Binnen het ruimtebeslag komen verschillende vormen van landgebruik voor. Het ruimtebeslag in 2019 bestaat voor ongeveer 37,7 procent uit percelen voor huisvesting (huizen, inclusief tuinen). Wegen en spoorwegen nemen 18,2 procent in. Terreinen voor diensten en voor industriële en commerciële doelen (bedrijventerreinen, handelsruimten, inclusief parkings en groen op de percelen) zijn goed voor 14,1 procent van het ruimtebeslag. En 7,2 procent bestaat uit terreinen met recreatieve doeleinden (parken, sportterreinen of recreatiedomeinen). Landbouwgebouwen en – infrastructuur nemen meer dan 2 procent in beslag.

Verder is het landgebruik van net geen 10 procent van de overig bebouwde terreinen niet eenduidig vast te stellen. Het gaat hierbij onder meer om panden zoals kerkgebouwen en monumenten en de terreinen eromheen of panden zonder duidelijk te lokaliseren adres zoals seinhuizen ed. 

Iets meer dan 10 procent van het ruimtebeslag bestaat uit niet verder gespecifieerde onbebouwde terreinen: dat zijn bijvoorbeeld terreinen met een transport-gerelateerde functie buiten de wegen en spoorwegen (pleinen of parkeerterreinen) en (tijdelijk) braakliggende terreinen in een sterk verstedelijkte omgeving.

evolutie van het ruimtebeslag 2013 2019

Binnen het ruimtebeslag treden er  heel wat verschuivingen op. Zo is er een grote ‘uitwisseling’ tussen de categorieën ‘Huizen en tuinen’ en ‘Overige bebouwde terreinen’: 5% van de huizen en tuinen in 2019 waren in 2013 nog ‘overig bebouwd perceel’ en 4% van de huizen en tuinen uit 2013 wijzigen in ‘overig bebouwd perceel’ in 2019. Deze kan worden verklaard doordat de residentiële categorie in kaart wordt gebracht op basis van adresgegevens vanuit het rijksregister. Tijdelijk leegstaande woningen of woningen waar (tijdelijk) niemand gedomicilieerd is, zullen hierdoor niet in de categorie ‘Huizen en tuinen’ ondergebracht zijn, maar in de categorie ‘overige bebouwde percelen’. Het minst stabiele landgebruik is dan ook de categorie ‘overige bebouwde terreinen’. Slechts 61% van de locaties met ‘overige bebouwde terreinen’ in 2013 zitten nog in deze categorie in 2019.

Ook tussen de residentiële categorie en de economische activiteiten treden er veel verschuivingen op. Een deel van de verklaring ligt bij de manier waarop de economische landgebruiken in kaart zijn gebracht: percelen die opgenomen zijn als ruimtebeslag in de databank met Bedrijventerreinen, maar waarvoor de economische activiteit niet eenduidig kan worden teruggevonden in de VKBO-databank of in de databank met gebruikspercelen van de Bedrijventerreinen worden in niveau 2 van de landgebruikskaart toegekend aan ‘overige bedrijventerreinen’ en in de éénlagige landgebruikskaart ingedeeld in de categorie ‘industrie’. Naarmate de databanken dus beter bijgewerkt worden of doordat er aanpassingen gebeuren in de percelen op de bedrijventerreinen, worden dus meer economische activiteiten specifiek op de juiste plek op kaart gezet en daalt het aandeel ‘overige bedrijventerreinen’ in niveau 2 van het landgebruiksbestanden dus ook de oppervlakte voor ‘Industrie’ op die locatie. Ook verbeteringen of aanpassingen die optreden bij het in kaart brengen van de voorzieningen volgens de POI en in de VKBO kunnen leiden tot verschuivingen tussen verschillende economische sectoren. In 2016 ging het nog om meer dan het dubbele aantal vestigingen waarvoor de adrespositie niet aan het juiste perceel kon worden gekoppeld (Poelmans et al., 2019). Verbeteringen in CRAB (het centrale adressenbestand van Vlaanderen) in de tijd kunnen dus zorgen voor verschuivingen in de percelen die worden ingenomen door voorzieningen en economische activiteiten.  

De enige categorie binnen het ruimtebeslag die afneemt in de tijd is de oppervlakte van de ‘overige onbebouwde terreinen’ (-2.200 ha). Deze categorie wordt vooral omgezet in andere categorieën binnen het ruimtebeslag: 17% van de oppervlakte uit 2013 wordt omgezet in een andere categorie binnen het ruimtebeslag.

 

Contacteer ons

Afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO)
02 553 83 50 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 12.00 u. en van 13.00 tot 17.00 u.)

Laatste toestand

2019

Frequentie

3-jaarlijks

Publicatiedatum

25 maart 2021

Rapport