Evaluatie van het omgevingsvergunningendecreet

  • 3 december 2021

In haar beleidsnota Omgeving 2019-2024 kondigde de minister de evaluatie aan van het Omgevingsvergunningsdecreet: "In 2020 start ik een globale evaluatie van de werking van het Omgevingsvergunningsdecreet op. Ik betrek alle betrokken actoren hierbij." Deze evaluatie was ook een decretale vereiste. 

De omgevingsvergunning vernieuwde door de vroegere milieuvergunning en stedenbouwkundige vergunning samen te voegen. Later werden ook de natuurvergunning en kleinhandelsvergunning geïntegreerd. Het omgevingsvergunningendecreet regelt de verschillende stappen in de procedures. Door de procedures samen te voegen wil de overheid zorgen voor een efficiënt en transparant verloop van de procedure en geïntegreerde beoordeling en beslissing. Meer mogelijkheden om tijdens de procedures probleemoplossend op te treden moet hier ook toe bijdragen.

Om een goed beeld te krijgen van de werking van het decreet werd in  een uitgebreid onderzoek gevoerd met een ruime bevraging van betrokken actoren (via enquête en interviews), zoals vergunningverlenende overheden, omgevingsadministraties, adviesverleners, bouwheren en exploitanten, architecten, milieuprofessionals, , … Het evaluatieonderzoek richtte zich op de werking van de omgevingsvergunning, het oplossingsgericht karakter, de kwalitatieve vergunningverlening, het geïntegreerd werken en de geïntegreerde advisering, de administratieve vereenvoudiging, de uitgetekende bevoegdheidsverdeling, de flankerende maatregelen enz…. 

Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de vooropgestelde doelstellingen van het Decreet in belangrijke mate bereikt werden, maar tegelijk wijst het rapport ook een aantal verbeterpunten aan. Het eindrapport van de evaluatie van de werking van het Omgevingsvergunningendecreet werd op 26 november 2021 meegedeeld aan de Vlaamse Regering en wordt aan het Vlaams Parlement bezorgd.

Daarnaast vergeleek een benchmarkstudie de wetgeving en praktijk van vergunningverlening in 9 Europese regio’s. Alhoewel wetgeving verschillend is per regio, en het niet eenvoudig is om bvb doorlooptijden te vergelijken, blijkt wel dat Vlaanderen binnen de onderzochte landen en regio’s, een van de weinige regio’s is die de combinatie van én de integratie van de twee vergunningsprocedures én de oplossingsgerichte technieken én de digitale aanpak heeft doorgetrokken in de regelgeving.

Integratie leidt tot betere beslissingen 

Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de integratie van ruimte en milieu in één vergunningsprocedure door zowel bouwheren als exploitanten, studiebureaus en omgevingsprofessionals, adviesinstanties en bevoegde overheden wordt beschouwd als één van de grootste vernieuwingen. 
Door de integratie wordt tijdswinst geboekt. 

Het Decreet heeft eveneens gezorgd voor eenvoudigere en transparantere procedures. 

De integratie van de vergunningen heeft de transparantie algemeen gezien verhoogd voor de aanvrager en het betrokken publiek. De geïntegreerde vergunning zorgt er immers voor dat een aanvrager slechts één dossier moet indienen en dat maar één keer de procedure moet doorlopen worden. Het openbaar onderzoek verloopt nu samen voor milieu en stedenbouwkundige aspecten.  Deze transparantie t.o.v. de situatie voor de invoering van het Decreet is vooral dankzij de digitalisering via het Omgevingsloket.

De gemengde aanvragen zorgen er ook voor dat de overheid een beeld heeft over het geheel van de aanvraag en deze ook beter en in zijn geheel kan beoordelen. Hierbij kunnen alle onderdelen (plannen, aanvraag en voorwaarden) beter op mekaar worden afgestemd en integratie van de aspecten in één beslissing leidt ook tot een meer integrale beoordeling en voorwaarden, een uitvoerbare vergunning en dus betere besluitvorming. De beslissing is allesomvattend en ook dit zorgt voor rechtszekerheid voor de aanvrager.

Naast de integratie van vergunningen hebben ook andere vernieuwingen geleid tot een tijdswinst en kwalitatievere vergunningverlening. Ze hebben niet per sé een versnellend effect voor procedure omdat ze vaak gepaard gaan met een verlenging van de beslissingstermijn.  Maar ze versnellen wel het traject tot een uitvoerbare vergunning en realisatie. Uit het evaluatieonderzoek bleek dat vooral het vooroverleg, de administratieve lus en het wijzigingsverzoek de onderdelen zijn die bijdragen aan een snellere realisatie. Door het flexibelere karakter van de procedure kan er immers oplossingsgericht gewerkt worden. 

Bijsturingen kunnen het proces verder optimaliseren

Integratie voegt echter ook een inhoudelijke complexiteit toe. Zo zal een aanvraag/melding immers zowel de ruimtelijke aspecten als de milieueffecten moeten bevatten en zullen tegenstellingen of discrepanties aangepakt moeten worden. Daarnaast zijn er een aantal werkpunten in het verloop en de toepassing van de procedures. 

Zo is het onderzoek naar volledigheid en ontvankelijkheid waardevol maar kan het op enkele punten nog vlotter, is een overschakeling tussen de vereenvoudigde en gewone procedure (of omgekeerd) niet altijd mogelijk), er is ook onduidelijkheid over de beoordeling en het toepassingsgebied van meldingen, en de adviesverlening kan nog beter georganiseerd worden. Ook ontsluiting van kennis en informatie blijft een aandachtspunt. 

Aanbevelingen 

Op basis van het evaluatieonderzoek werden algemene aanbevelingen voor de optimalisatie van de werking van het Decreet geformuleerd. Omdat het evaluatieonderzoek aangeeft dat de vooropgestelde doelstellingen van het Decreet in belangrijke mate bereikt werden, richten de optimalisaties zich tot die elementen binnen de werking van het Decreet die dit doelbereik vandaag in de weg staan. Er wordt dan ook niet teruggekomen op de oorspronkelijke uitgangspunten van het Decreet. Zo wordt voorgesteld om:

  • Herdenken en versterken van de formele en informele overlegmodaliteiten vroeg in het traject
  • Verduidelijken en vereenvoudigen van het onderzoek van de volledigheid en ontvankelijk van aanvragen 
  • De mogelijkheden tot oplossingsgericht werken nog versterken
  • Mogelijkheid om verleende vergunningen bij te sturen uitbreiden (wijzigende vergunning)
  • Modulaire procedures, met integratie van evaluatie en bijstelling
  • Vereenvoudigen en stroomlijnen van de meldingsprocedure en de gevallen waarin een vergunning of melding inzake RO en milieu nodig is
  • Herzien van de adviesverlening
  • De bevoegdheidsverdeling aanpassen 

Op basis van de resultaten worden voorstellen tot optimalisatie van het proces en de regelgeving voorbereid. 

Naast aanpassingen aan de regelgeving, werden ook nog aanbevelingen geformuleerd die een opvolging moeten kennen buiten regelgeving  (zoals organisatorische, kennis en informatie, digitalisering, ..). Uit de evaluatie bleek al dat het omgevingsloket een bijdrage heeft geleverd aan eenvoudigere en transparante procedures. Een verdere uitbouw om het loket nog gebruiksvriendelijker te maken wordt aanbevolen.
Er zal ingezet worden op communicatie en informatiedeling over (toekomstige) wijzigingen aan regelgeving, maar ook over de toepassing vande huidige regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan webinars, dynamische handleidingen, kennisnetwerken, richtlijnen,…