Evaluatie erosiebeleid

  • 16 maart 2022

In uitvoering van het Vlaamse regeerakkoord maakte het Departement Omgeving een evaluatie van het erosiebeleid. Bodemerosie betekent dat bij hevige neerslag vruchtbare bodemdeeltjes wegspoelen, wat blijvende bodemschade, modderstromen en het dichtslibben van waterlopen veroorzaakt. Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de erosieproblematiek nog steeds zeer actueel is: het bodemerosierisico ligt nog te hoog op een aanzienlijk areaal, de sedimentafstroom naar grachten, waterlopen en rioleringen blijft te hoog, de problematiek van modderoverlast is zeker niet overal van de baan. De doelstellingen op het vlak van bodemerosie, waterkwaliteit, de bescherming van kwetsbare natuur en het vermijden van modderoverlast voor burgers liggen nog niet binnen bereik. Bovendien wordt verwacht dat de erosieproblematiek in Vlaanderen nog zal toenemen als gevolg van de klimaatverandering en de steeds vaker voorkomende hevige neerslag. Dat maakt dat de uitdaging groot is en dat een versterking van het erosiebeleid absoluut noodzakelijk is.

Het Departement Omgeving coördineert het bodembeschermingsbeleid in Vlaanderen en volgt de evolutie van het erosierisico op. Bodemerosie is één van de belangrijkste bodemdegradatieprocessen in Vlaanderen. De bestrijding van bodemerosie vormt daarom al jaren een essentieel onderdeel van het Vlaamse bodembeschermingsbeleid. Het vermijden of beperken van bodemerosie draagt niet alleen bij tot het behoud van waardevolle, vruchtbare bodems, maar zorgt ook voor een vertraagde afstroming van water en sediment naar waterlopen, grachten, riolering en woonkernen.

Resultaten geboekt maar te weinig

Bij de evaluatie van het erosiebeleid werden verschillende actoren betrokken. Vertegenwoordigers uit de landbouw, natuur- en watersector, Vlaamse beleidsactoren omgeving en landbouw, erosiecoördinatoren, gemeenten en de expertengroep erosie kwamen hierbij aan bod. Ontwerpconclusies werden afgetoetst in een brede workshop eind 2021. Het evaluatieproces werd begeleid door een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de departementen Omgeving en Landbouw en Visserij, de Vlaamse Landmaatschappij, de Vlaamse Milieumaatschappij, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek en van de erosiecoördinatoren.
 
De evaluatie toont aan dat het Vlaamse erosiebeleid in theorie coherent en consistent is. Eveneens is er de vaststelling dat met de maatregelen van de individuele instrumenten, zoals de randvoorwaarden van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, de beheerovereenkomsten en het Erosiebesluit, wel degelijk resultaten kunnen worden geboekt. Het grote knelpunt situeert zich op het niveau van de implementatiegraad: momenteel worden er te weinig maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd op het terrein om voldoende bij te dragen aan het behalen van de doelstellingen. Een eerste set beleidsaanbevelingen richt zich dan ook op het verhogen van de impact van het huidig instrumentarium, o.a. door een verruiming van de verplichting tot het nemen van brongerichte maatregelen op alle erosiegevoelige gronden, de uitwerking van slimme voorwaarden voor de aanleg van effectgerichte maatregelen, en het voorzien van hefbomen voor de uitvoering van erosiebestrijdingswerken.

Toekomstig beleid

Een tweede groep van beleidsaanbevelingen richt zicht op een hertekening van het Vlaamse erosiebeleid vanuit de wetenschap dat er, ook in geval van een sterk verhoogde implementatiegraad van het huidig instrumentarium, nog steeds een aantal zwakten blijven bestaan. Zo worden niet alle landgebruikers bereikt, kan er onvoldoende gebiedsgericht worden ingezet op specifieke knelpunten, en kan er onvoldoende beloond dan wel bestraft worden. Het voorgestelde toekomstige beleid bestaat uit twee onderdelen:

  • De realisatie van een basiskwaliteitsniveau op het vlak van erosie door de invoering van een bodemzorgplicht. Alle landgebruikers worden hierdoor aangesproken tot het nemen van de gepaste brongerichte maatregelen op alle erosiegevoelige gronden in Vlaanderen.
  • De realisatie van sedimentafstroombeperkende maatregelen via een gebiedsgerichte aanpak aangepast aan de problematieken van een (afstroom)gebied, en dit samen met alle landgebruikers en onder aansturing van een gebiedsregisseur. Via de invoering van een resultaatsverbintenis op het niveau van een gebied wordt het principe ‘de vervuiler betaalt’ toegepast.

 

Lees het eindrapport met de resultaten van de evaluatie van het Vlaams erosiebeleid