ETS-innovatiefonds

Het ETS-innovatiefonds is een Europees financieringsprogramma. Het doel van het fonds is industriële oplossingen naar de markt brengen die Europa koolstofneutraal helpen maken.

Welke projecten kunnen subsidies krijgen?

De Europese Commissie geeft subsidies voor demonstratieprojecten gericht op:

  • innovatieve koolstofarme technologieën, processen en producten, en milieuveilige afvang en gebruik van CO2 (CCU) in industriële sectoren die zijn opgenomen in bijlage I van de Europese richtlijn die het systeem van emissiehandel voor vaste installaties en luchtvaartoperatoren regelt (EU ETS-richtlijn);
  • milieuveilige afvang en opslag van CO2 (CCS);
  • innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie en energieopslag.

De scope van het fonds is dus ruim: er zijn weinig verdere bepalingen over het type projecten dat in aanmerking komt voor steun.

Iedereen die een demonstratieproject opzet dat binnen de scope valt, kan een subsidie aanvragen. De subsidie is dus niet beperkt tot bedrijven die onder het Europees emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen. Ook andere bedrijven, organisaties en instellingen kunnen projecten indienen.

Hoe groot is het innovatiefonds?

Het fonds wordt gevoed met:

  • de opbrengst van de veiling van 450 miljoen emissierechten binnen het EU ETS in de periode van 2020 tot 2030;
  • de niet-gespendeerde fondsen van het vroegere NER-300 fonds.

Het totale beschikbare bedrag van het innovatiefonds is dus afhankelijk van de prijs bij de veiling van de emissierechten, maar er zal vermoedelijk rond de 10 miljard euro beschikbaar zijn in de periode 2020-2030.

Wanneer gebeuren de oproepen?

De Europese Commissie zal in de periode 2020-2030 verschillende oproepen lanceren en werkt daarvoor in alle transparantie samen met de lidstaten en de sectororganisaties.

De Europese Commissie publiceerde haar eerste oproep op vrijdag 3 juli 2020 op het webplatform ‘Funding & Tender Opportunities’.  De recentste informatie over deze eerste oproep is raadpleegbaar op en via de website van het ETS-innovatiefonds. De oproep blijft open tot 29 oktober 2020.

De eerste oproep is technologieneutraal. Het is m.a.w. geen oproep voor een specifieke technologie of sector, maar wel een oproep voor grootschalige projecten (kapitaaluitgaven hoger dan 7,5 miljoen euro). De voornaamste doelstelling van de Europese Commissie is het bekomen van een goede portfolio van projecten.

Voor de eerste oproep is meer dan 1 miljard euro ter beschikking. Volgens de voorziene timing zou de Europese Commissie de eerste subsidies toekennen in het vierde kwartaal van 2021.

De Europese Commissie biedt ondersteuning aan de potentiële projectontwikkelaars. Zo omvat het webplatform ‘Funding & Tender Opportunities’ een ‘Topic related FAQ’ en organiseerde de Europese Commissie op dinsdag 14 juli 2020 een webinar over de kerngegevens van de oproep, met een stap-voor-stap-uitleg van het aanvraagformulier en ruimte voor Q&A. De Europese Commissie ontsloot de opnames van het webinar als Youtube-filmpjes, zodat iedereen ze op eigen tempo kan bekijken:

Op 15 september 2020 volgde een webinar over de berekening van de vermijding van de broeikasgasemissies, een belangrijk toekenningscriterium, en met ruimte voor Q&A. Ook van dit webinar zal de Europese Commissie de opnames ontsluiten als Youtube-filmpjes.

Het is de bedoeling van de Europese Commissie om begin december 2020 een oproep te lanceren specifiek voor kleinschalige projecten (kapitaaluitgaven lager dan 7,5 miljoen euro) en midden 2021 een tweede algemene oproep.

Hoeveel subsidie kunnen de projecten krijgen?

De Europese Commissie zal subsidies verlenen tot maximaal 60 % van de relevante kosten van een project. De relevante kosten zijn de additionele kosten voor de bouw en exploitatie van de projectinstallatie gedurende tien jaar na aanvang van het project in vergelijking met een referentiescenario. De berekening is gebaseerd op een analyse van de kapitaaluitgaven en de exploitatiekosten en -baten.

De projectontwikkelaars mogen de subsidie combineren met andere complementaire (Europese) financieringsbronnen, zoals de financiering van Horizon Europe, de investeringsinstrumenten van InvestEU of de instrumenten van Connecting Europe Facility voor de uitrol van sleutelinfrastructuur.

De Europese Commissie zal de subsidies uitbetalen als een forfaitair bedrag. De contractuele documentatie zal de precieze uitbetalingsmodaliteiten vastleggen, maar de projecten kunnen tot 40 % van de subsidie (die maximaal 60 % van de relevante kosten bedraagt) ontvangen bij ‘financial close’, zonder dat daar verdere voorwaarden aan verbonden zijn.
De uitbetaling van het resterende bedrag is afhankelijk van de geverifieerde vermeden BKG-emissies tot 10 jaar na inbedrijfstelling, volgens een schema vastgelegd in de contractuele documentatie. Om het volledige subsidiebedrag te ontvangen, moeten de projecten minstens 75 % van de voorziene BKG-emissievermijding realiseren.

Hoe verloopt de aanvraag- en selectieprocedure?

De aanvraag- en selectieprocedure zal in twee fasen verlopen en aan de hand van vijf selectiecriteria:

  1. vermeden broeikasgasemissies;
  2. mate van innovatie;
  3. projectmaturiteit;
  4. schaalbaarheid;
  5. kostenefficiëntie.

In een eerste fase kunnen de projectontwikkelaars een ‘blijk van belangstelling’ (expression of interest) indienen. De Europese Commissie stelt daarop een lijst samen van de projecten die voldoen aan de minimumvereisten voor selectiecriteria 1 tot en met 3, en nodigt de aanvragers van die projecten uit een volledige aanvraag in te dienen.

Als de Europese Commissie concludeert dat een project beantwoordt aan selectiecriteria 1 en 2, maar niet aan criterium 3, beoordeelt zij of het project het potentieel heeft om na verdere ontwikkeling wel te beantwoorden aan alle selectiecriteria. Aan projecten die dat potentieel hebben, kan de Europese Commissie bijstand bij de ontwikkeling van het project (project development assistance of PDA) toewijzen.

In een tweede fase zal de Europese Commissie de projecten waarvoor een volledige aanvraag is ingediend, evalueren en rangschikken aan de hand van al de selectiecriteria. Ten slotte stelt ze een lijst met voorgeselecteerde projecten op.

De Europese Commissie consulteert de lidstaten nog over de lijsten met voorgeselecteerde projecten, maar de uiteindelijke beslissing over de toekenning van PDA en subsidies ligt bij de Europese Commissie zelf.

Welke ondersteuning biedt de Vlaamse overheid?

De Vlaamse overheid zet in op promotie, informatieverspreiding en ondersteuning van (consortia van) bedrijven met demonstratieprojecten die in aanmerking komen voor steun van het innovatiefonds. Departement Omgeving, het agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO), departement Economie, Wetenschap en Innovatie en  het Vlaams Energieagentschap (VEA) werken daarvoor samen met de speerpuntclusters Catalisti, Flux50 en de Blauwe Cluster.

Departement Omgeving volgt op Europees niveau de totstandkoming van de specifieke modaliteiten van de oproepen en houdt potentiële projectontwikkelaars op de hoogte van de ontwikkelingen rond het ETS-innovatiefonds, bijvoorbeeld met nieuwsbrieven.
VLAIO brengt zijn ervaringen inzake staatssteunregels, projectbegeleiding en communicatie in. VLAIO zal bijvoorbeeld samen met de projectontwikkelaars de mogelijkheden tot cofinanciering van de projecten onderzoeken.
Departement Economie, Wetenschap en Innovatie zorgt voor verduidelijking en goede afstemming met andere Europese fondsen.

Potentiële projectontwikkelaars krijgen het aanbod voor 1-op-1-begeleiding.

 

Nieuws

Op 25 september 2020 vindt de eerste ‘Financing Innovative Clean Tech’-conferentie plaats. Op dit virtuele event zullen financiers en vertegenwoordigers van de industrie bespreken hoe ze de innovatieve technologieën die de Europese economie koolstofarm zullen maken naar de markt kunnen brengen.