Energieproductiviteit Vlaanderen

De energieproductiviteit geeft de verhouding weer tussen het bruto binnenlands product (BBP) en het bruto binnenlands energieverbruik, uitgedrukt in joule. De energieproductiviteit verbetert in de loop der tijd. In vergelijking met de Europese landen staat Vlaanderen eerder achteraan. Onze vooruitgang is wat minder sterk in vergelijking met de rest van Europa.

Op deze pagina:

Evolutie energieproductiviteit

Het bruto binnenlandse energieverbruik daalt sinds 2005, terwijl het BBP toeneemt. De energieproductiviteit verbetert dus in de loop der tijd. Voor Vlaanderen zijn verbeteringen in productiviteit vooral gerealiseerd in de energiesector zelf, de industrie en de huishoudens (verwarming gebouwen).

Zowel bij huishoudens als bij de sector handel & diensten is ruimteverwarming van respectievelijk woningen en bedrijfslokalen de energiefunctie met het grootste aandeel in het totale eindgebruik. Weersomstandigheden zorgen hier voor belangrijke fluctuaties. Daarnaast verlaagt het energieverbruik in gebouwen langzaam door renovaties en nieuwbouw. We stellen ook een langzame verschuiving van eengezinswoningen (open bebouwing) naar meergezinswoningen (appartementen) vast, maar dit wordt deels teniet gedaan door gezinsverdunning.

In de energiesector heeft de sluiting van enkele elektriciteitscentrales op fossiele brandstoffen, de uitbouw van hernieuwbare energieproductie voor elektriciteit en warmte, en een verbetering van de energie-efficiëntie tot belangrijke reducties geleid. Bij de industrie kan de afname het gevolg zijn van verbeteringen in energie-efficiëntie onder invloed van het Europees emissiehandelssysteem en de energieconvenanten met de Vlaamse overheid, maar ook een verplaatsing van industriële activiteiten naar andere landen.

In de transportsector stellen we weinig verbetering vast. Maatregelen zoals de aangescherpte uitstootnormen voor nieuw verkochte personenvoertuigen en het rekeningrijden voor goederentransport verlagen het energieverbruik per gereden kilometer, maar worden deels teniet gedaan door de toename van de hoeveelheid wegtransport, vooral bij goederenvervoer.

De energieproductiviteit in de landbouwsector verbetert beperkt door investeringen in energiebesparende en hernieuwbare technologieën. 
Meer details over de evolutie  van ons energiegebruik zijn te vinden op www.milieurapport.be.

Positie energieproductiviteit Vlaanderen t.o.v. Europese landen

Vlaanderen stond tussen de Europese landen in 2018 eerder achteraan. De energieproductiviteit in de best scorende landen ligt 2 tot 3 keer hoger dan in Vlaanderen. De vooruitgang die in Vlaanderen is gebeurd in de voorbije 20 jaar is ook minder uitgesproken dan in deze landen.

De verklaringen hiervoor zijn grotendeels dezelfde als bij de broeikasgasproductiviteit. Ook hier kan het verschil met andere landen grotendeels verklaard worden door de samenstelling van onze economie. Zo hebben we een relatief groot aandeel industrie en is er in de industrie een belangrijke aanwezigheid van energie-intensieve sectoren als staal, raffinage en chemie. Daarbij komt een grote mobiliteitsconsumptie en een intensieve landbouwsector. 
Daarnaast zijn er voor de specifieke sectoren diverse factoren die een vooruitgang t.o.v. andere landen moeilijker maken. 

Bij de huishoudens is ons woningbestand een belangrijke reden. Er is een relatief groot aandeel vrijstaande en grote woningen die relatief veel energie vereisen. Er is een langzame omschakeling naar appartementen maar we lopen nog altijd achter op het Europees gemiddelde. 
Ook het sloop- en renovatiepercentage in Vlaanderen ligt beneden het Europees gemiddelde. Renovatie van bestaande woningen gaat traag en is ook relatief duur. Ook onze ruimtelijke ordening maakt het bijvoorbeeld moeilijker om massaal in te zetten op duurzame energie zoals bijvoorbeeld warmtenetwerken.

De relatief lage energieproductiviteit bij industrie is vooral te wijten aan een belangrijke aanwezigheid van energie-intensieve sectoren zoals staal, raffinage en chemie. Het is moeilijk te beoordelen of de technologische prestatie van de industrie op vlak van energie minder is. Regulering is vooral Europees georganiseerd door een emissiehandelssysteem.

Op vlak van transport is de stand van de technologie niet anders dan in andere landen, maar speelt vooral de toegenomen hoeveelheid transport een rol. Dit is vooral te wijten aan de onophoudelijke toename van de activiteit van het wegtransport, vooral het vrachtvervoer, waar we relatief gezien t.o.v. de meeste Europese landen een iets grotere toename zien. Ook op vlak van personenvervoer zien we geen echte daling in het absolute aantal personenkilometers. Het percentage verplaatsingen dat met wegverkeer gebeurt i.p.v. met andere vervoersmodi ligt in Vlaanderen nochtans niet echt hoger dan in de meeste Europese landen.
 

Meer informatie

Laatst gewijzigd: november 2020

Volgende update: december 2021

Methode: De Domestic Material Consumption (DMC) geeft het materiaalgebruik van binnenlandse productie- en consumptie weer. DMC meet de totale hoeveelheid materialen die direct door een economie worden gebruikt (exclusief indirecte stromen), zoals biomassa, metaalertsen, fossiele brandstoffen, niet-metallische mineralen. Om de evolutie binnen Vlaanderen in de tijd te bekijken is het BBP uitgedrukt in kettingeuro's met referentiejaar 2010. Bij een vergelijking tussen landen is het BBP uitgedrukt in € koopkrachtpariteiten. 

Brondata: 

Contacteer ons

Afdeling Partnerschappen met Besturen en Maatschappij (PBM)
02 553 80 56 (bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 u.)