DIGIRUP - FAQ

1. WAAROM EEN NIEUWE RICHTLIJN OVER DIT ONDERWERP ? 

De eerste versie van deze richtlijn (R-ARP-003-1.0) ging op 1 oktober 2001 van kracht, maar heeft niet voldoende gefunctioneerd als katalysator van een vlotte en volledige uitwisseling van de RUP in GIS formaat. In de praktijk werd ze ook onvoldoende toegepast omwille van een aantal redenen die beschreven staan in de toelichtingsnota die hoort bij deze nieuwe versie.

Nochtans is er steeds meer nood aan de beschikbaarheid van detailinformatie over RUP op alle beleidsniveaus. Vandaar dat sinds 2006 een werkgroep met vertegenwoordigers van RWO, VVSG, VVP en AGIV heeft gewerkt aan een verbeterde versie van deze richtlijn. Tijdens de laatste maanden van 2007 geraakten de werkzaamheden in een stroomversnelling door de opsplitsing in een technische werkgroep en een strategische werkgroep. Aangezien voorliggende richtlijn is gegroeid vanuit een werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de drie verschillende bestuursniveaus die RUP’s opmaken (met name gemeente, provincie en Vlaams gewest), is ze afgetoetst op planelementen en -inhoud die relevant zijn op alle schaalniveaus. Dit garandeert een grotere toepasbaarheid en een breder draagvlak.

De werkgroep heeft ervoor geopteerd om met twee snelheden te werken en zo a.h.v. de nieuwe richtlijntekst op korte termijn een aantal afspraken vast te leggen om dringende knelpunten los te trekken, maar gekoppeld aan een strategie op lange termijn waarvan de krijtlijnen al staan verwoord in de toelichtingsnota. De werkgroep blijft daarom samenkomen om de werkwijze verder te innoveren telkens wanneer dit opportuun wordt geacht. Dit kan leiden tot eventuele bijstellingen aan de richtlijn. Vanaf 1 september 2010 is zo versie 2.3 van kracht.

2. IS HET VERPLICHT EEN RUP DIGITAAL TE MAKEN?

Voor alle duidelijkheid: gemeenten zijn (nog) niet verplicht hun ruimtelijke uitvoeringsplannen digitaal uit te wisselen, en bijgevolg ook niet om het op die manier aan te maken. Het wordt nu wel ten stelligste aangeraden en als het gebeurt, vragen we deze richtlijn te volgen (of te verwijzen naar de richtlijn in de bestekken voor studiebureaus die het plan opmaken). Bovendien is deze nieuwe versie van richtlijn lichter dan de eerste versie (1.0), en houdt ze meer rekening met typische planelementen die op gemeentelijk niveau worden gemaakt.

Het Vlaams gewest en de provincies zijn daarentegen wel verplicht hun RUPs digitaal op te maken. Bovendien moeten gewest en provincies na de definitieve vaststelling van resp. gewestelijke en provinciale RUPs de plannen (en hun voorschriften) digitaal bezorgen aan de betreffende gemeente(n), die ze dan kunnen opnemen in hun plannenregister (art 8, besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000, BS 23/05/2000). We gaan er van uit dat dit volgens deze richtlijn gebeurt.

3. MOETEN BPA'S OOK VOLGENS DEZE RICHTLIJN OPGEMAAKT WORDEN?

Neen. De richtlijn is in eerste instantie bedoeld voor gewest, gemeenten en provincies met een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan die ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) maken. Hoewel de richtlijn in oorsprong niet bedoeld is voor het digitaal uitwisselen van BPA's, mogen gemeenten echter wel gebruik maken van deze richtlijn om hun BPA’s digitaal uit te wisselen.

4. WIE KENT HET ID-NUMMER TOE VAN HET RUP?

Het is de overheid die het RUP opmaakt die ook id-nummer toekent, naargelang het geval de gemeente, de provincie of het Vlaamse Gewest.

De vormvereisten van deze nummers staan beschreven in deze richtlijn evenals in de richtlijnen en aanbevelingen die bestaan over het plannenregister.