Decreet Algemeen Milieubeleid [DABM]

Decreet van 05/04/1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid [DABM]

Het decreet van 05/04/1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid [DABM] bevat een titel IV over de milieueffect- en veiligheidsrapportage. Deze bevat de bepalingen over de omgevingsveiligheidsrapportage en over de ruimtelijke veiligheidsrapportage.

Titel IV van het decreet Algemeen Milieubeleid omvat 7 hoofdstukken, waarvan enkel de hoofdstukken I, IV, V, VI en VII betrekking hebben op de veiligheidsrapportage:

  • Het hoofdstuk I (Definities, procedurele bepalingen, doelstellingen en kenmerken van milieueffect- en veiligheidsrapportage) bevat in een afdeling I enkele belangrijke definities rond het omgevingsveiligheidsrapport (OVR) en het ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR).
  • Het hoofdstuk IV behandelt de veiligheidsrapportage over ruimtelijke uitvoeringsplannen (de ruimtelijke veiligheidsrapportage). Dit hoofdstuk geeft uitvoering aan de verplichtingen van artikel 25 van het Samenwerkingsakkoord [SWA3] , dat op zijn beurt de omzetting is van het artikel 13 van de Seveso III-richtlijn. Het legt de koppeling tussen industriële veiligheid en ruimtelijke ordening.
  • Het hoofdstuk V behandelt de veiligheidsrapportage over de exploitatie van inrichtingen (de omgevingsveiligheidsrapportage), en is van toepassing op alle inrichtingen die een aanvraag voor een omgevingsvergunning of voor een wijziging van de omgevingsvergunning indienen én in het kader van het Samenwerkingsakkoord een veiligheidsrapport moeten opstellen (of het veiligheidsrapport opnieuw moet laten beoordelen ingevolge een wijziging van de inrichting). Dit zijn de hogedrempelinrichtingen. Daarnaast kan de Vlaamse Regering nog andere categorieën van inrichtingen aanwijzen die een omgevingsveiligheidsrapport moeten opmaken conform dit hoofdstuk.
  • Het hoofdstuk VI behandelt de aspecten van kwaliteitszorg.
  • Een eerste afdeling regelt in grote lijnen de erkenning van VR-deskundigen door een algemene verwijzing naar de op de erkenningen toepasselijke regelgeving.
  • In een tweede afdeling komt het richtlijnenboek inzake veiligheidsrapportage ter sprake. Dit richtlijnenboek is de referentie voor de dienst Veiligheidsrapportering, de initiatiefnemer en de erkende VR-deskundige voor de vormelijke en inhoudelijke invulling van het veiligheidsrapport en voor het goede verloop van de veiligheidsrapportage. Daarnaast kan de dienst Veiligheidsrapportering nog aanvullende bijzondere richtlijnen geven.
  • Een derde afdeling regelt de werking van de adviescommissie die optreedt wanneer de initiatiefnemer van een ruimtelijk veiligheidsrapport niet akkoord gaat met de beslissing van de dienst Veiligheidsrapportering tot afkeuring van dit rapport, en hiertegen een verzoek tot heroverweging indient. Deze afdeling geeft ook aan hoe het verzoek moet ingediend worden, en hoe met de beslissing van de adviescommissie moet omgegaan worden.
  • Het hoofdstuk VI bevat de toezichts- en strafbepalingen.

Het Team Externe Veiligheid bewaakt en begeleidt het opstellen van een veiligheidsrapport.

Contacteer ons

Team Externe Veiligheid
02 553 03 55

Steekkaart [DABM]

  • Naam: Decreet Algemeen Milieubeleid [DABM]
  • Niveau: gewestelijk (Vlaams)
  • Staatsblad: 03/06/1995
  • van kracht sinds:
  • Tekst: VITO/EMIS