Bestuurlijke maatregel en bestuurlijke dwangsom

Milieu

Een bestuurlijke maatregel is geen sanctie, maar een instrument dat gericht is op het herstel van het leefmilieu. Een toezichthouder, burgemeester of provinciegouverneur kan een bestuurlijke maatregel opleggen. 
Samen met de bestuurlijke maatregel kan door bevoegde personen ook een dwangsom worden opgelegd voor het geval de maatregel niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Het totaal van dwangsommen voor eenzelfde schending kan niet meer dan 1.000.000 euro bedragen

Wanneer kan u een bestuurlijke maatregel krijgen?

U kan een bestuurlijke maatregel krijgen nadat door een bevoegde persoon een milieu-inbreuk of milieumisdrijf werd vastgesteld. De maatregel kan onder andere de vorm aannemen van:

  • een regularisatiebevel: bevel aan vermoedelijke overtreder om milieu- inbreuk/-misdrijf te beëindigen, de gevolgen ongedaan te maken en herhaling te voorkomen
  • een stakingsbevel: bevel aan vermoedelijke overtreder om activiteiten of werkzaamheden stop te zetten of zaken niet langer te gebruiken
  • een bestuursdwang: feitelijk handelen van bevoegde persoon om de milieuovertreding te beëindigen, de gevolgen ongedaan te maken en herhaling te voorkomen

Hoe wordt een bestuurlijke maatregel (en een dwangsom) opgelegd?

Voorafgaand aan het opleggen ervan zal u worden gehoord en kan u verweer voeren. De maatregel wordt schriftelijk of mondeling opgelegd. Als de maatregel mondeling wordt opgelegd, wordt deze binnen de vijf werkdagen schriftelijk bevestigd. Deze kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:

  • een vermelding van de geschonden voorschriften
  • de vaststellingen van de milieumisdrijven en/of -inbreuken
  • een omschrijving van de maatregelen
  • hun uitvoeringstermijn
  • de vermelding van de beroepsmogelijkheid

De dwangsom wordt schriftelijk opgelegd en vermeldt de motieven die eraan ten grondslag liggen, samen met de hoogte en de modaliteiten. Een dwangsom kan zowel per tijdseenheid als per opgelegde maatregel worden opgelegd.

De beslissing om een dwangsom op te leggen moet voldoende gemotiveerd zijn en minstens de redenen bevatten waarom het noodzakelijk is om een dwangsom te koppelen aan de opgelegde bestuurlijke maatregel. Er mag geen wanverhouding bestaan tussen de feiten en de bestuurlijke dwangsom.

Wat moet u doen als u een bestuurlijke maatregel ontvangt?

Als u zich niet verzet tegen de maatregel, gaat u over tot het uitvoeren van de opgelegde bestuurlijke maatregelen volgens de voorgeschreven modaliteiten.

Bij een bevel tot regularisatie volstaat het om de maatregelen toe te passen zoals ze opgelegd zijn in wettelijke voorschriften die geschonden werden. De bevoegde instantie zal nagaan of u effectief gevolg geeft aan de bestuurlijke maatregel.

Ook bij het bevel tot staking wordt een bepaalde actie verwacht, bijvoorbeeld het onmiddellijk stoppen van het illegaal storten van afval, het stilleggen van machines of het staken van niet-vergunde bedrijfsactiviteiten. De bevoegde instantie die dat bevel gegeven heeft, zal de uitvoering ook controleren.

Het bevel tot regularisatie zowel als het stakingsbevel bevat altijd een datum waarop de realisatie van de bestuurlijke maatregel moet zijn gebeurd. Bij het vaststellen van die termijn wordt rekening gehouden met de aard van de maatregel en met de afhankelijkheid van derden bij de uitvoering ervan, zoals het laten uitvoeren van een geluidstudie of het bestellen van zuiveringsapparatuur.

Bij bestuursdwang maakt de bevoegde instantie zelf een einde aan de milieumisdrijven of -inbreuken,  door bijvoorbeeld installaties te verzegelen, zaken mee te nemen of illegaal achtergelaten afval te doen verwijderen. Alle kosten en risico’s worden daarvoor doorgerekend aan de vermoedelijke overtreder.

Wanneer geen datum vermeld is, dan moet u het regularisatie- of stakingsbevel zo snel mogelijk uitvoeren. Als het regularisatie- of stakingsbevel niet wordt uitgevoerd binnen de opgelegde termijn, dan kan de bevoegde instantie dat zelf doen of daarvoor een beroep doen op derden. Alle kosten en risico’s worden daarvoor doorgerekend aan de vermoedelijke overtreder.

U kan ook aan wie de bestuurlijke maatregelen heeft genomen verzoeken om de opgelegde maatregelen op te heffen. Hiervoor zijn wel een aantal voorwaarden omschreven. De opheffing van bestuurlijke maatregelen brengt automatisch de opheffing van de dwangsom met zich mee.

Beroep tegen een bestuurlijke maatregel

Als u niet akkoord bent met de opgelegde bestuurlijke maatregelen of de dwangsom, dan kan u beroep aantekenen bij de bevoegde Vlaamse minister. Het beroep schorst de opgelegde bestuurlijke maatregelen niet. Om het beroep op een correcte manier in te stellen, moeten een aantal voorwaarden worden nageleefd, onder meer naar vorm en termijn. Deze worden vermeld in het besluit tot oplegging van de bestuurlijke maatregel.

Ruimtelijke Ordening

Een bestuurlijke (herstel)maatregel is geen sanctie, maar een instrument gericht op het herstel van de goede ruimtelijke ordening. Een stedenbouwkundig inspecteur of burgemeester kan een bestuurlijke maatregel opleggen. 

Wanneer kan u een bestuurlijke maatregel krijgen?

U kan een bestuurlijke herstelmaatregel krijgen nadat door een bevoegde persoon een bouwinbreuk of bouwmisdrijf werd vastgesteld en er nadien geen einde is gesteld aan deze schending door een regularisatievergunning of een spontaan herstel en er evenmin een minnelijke schikking werd afgesloten. Een bestuurlijke herstelmaatregel kan twee vormen aannemen:

  • bestuursdwang: de burgemeester of stedenbouwkundig inspecteur beveelt het herstel binnen een bepaalde termijn en als hier geen gevolg wordt aan gegeven, zal de overheid het herstel zelf uitvoeren. Het bevolen herstel kan bestaan uit (een combinatie van) het betalen van een meerwaarde, het uitvoeren van aanpassingswerken of het herstel in de oorspronkelijke toestand
  • last onder dwangsom: de burgemeester of stedenbouwkundig inspecteur beveelt het herstel binnen een bepaalde termijn en als hier geen gevolg wordt aan gegeven, zal er een dwangsom betaald moeten worden. Het bevolen herstel kan hier bestaan uit het uitvoeren van aanpassingswerken of het herstel in de oorspronkelijke toestand.

Hoe wordt een bestuurlijke herstelmaatregel opgelegd?

Voorafgaand aan het opleggen ervan zal u worden gehoord en kan u verweer voeren. Als de burgemeester of stedenbouwkundige inspecteur na het naleven van deze verplichtingen inzake de hoorplicht van oordeel is dat een bestuurlijke maatregel moet worden opgelegd, zal hij een besluit in die zin nemen en dat betekenen aan de overtreders en alle zakelijke rechthebbenden.
Het besluit bevat minstens de volgende gegevens:

  • de kadastrale gegevens van het goed dat het voorwerp uitmaakt van de inbreuk of het misdrijf
  • een vermelding van de geschonden voorschriften
  • de vaststellingen van de bouwinbreuk of bouwmisdrijf
  • een omschrijving van de opgelegde herstelmaatregelen met inbegrip van de uitvoeringstermijn
  • ingeval van een last onder dwangsom, het bedrag en de modaliteiten van de dwangsom: een ineens te betalen bedrag, een bedrag per tijdseenheid of een bedrag per overtreding
  • de vermelding van de beroepsmogelijkheid en de procedure

Wat moet u doen als u een bestuurlijke maatregel ontvangt?

Als u zich niet verzet tegen de maatregel, gaat u  binnen de opgelegde termijn over tot het uitvoeren van de opgelegde bestuurlijke maatregel en meldt u onmiddellijk na de uitvoering aan de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester die de maatregel heeft opgelegd dat deze uitgevoerd is. De bevoegde instantie zal vervolgens de uitvoering controleren.

Beroep tegen een bestuurlijke maatregel

Als u niet akkoord bent met de opgelegde bestuurlijke maatregel, kan u beroep aantekenen bij de Vlaamse minister van Omgeving. Het beroep schorst de opgelegde bestuurlijke maatregel. Om het beroep op een correcte manier in te stellen, moeten een aantal voorwaarden worden nageleefd, onder meer naar vorm en termijn. Deze worden vermeld in het besluit tot oplegging van de bestuurlijke maatregel.
 

Onroerend Erfgoed

Een bestuurlijke maatregel is geen sanctie, maar een instrument gericht op het herstel van de erfgoedschade. Een erfgoedinspecteur kan een bestuurlijke maatregel opleggen. 

Wanneer kan u een bestuurlijke maatregel krijgen?

U kan een bestuurlijke maatregel krijgen nadat door een bevoegde persoon een erfgoedinbreuk of erfgoedmisdrijf werd vastgesteld en er nadien geen einde is gesteld aan deze schending door een regularisatievergunning of een spontaan herstel en er evenmin een minnelijke schikking werd afgesloten. Een bestuurlijke maatregel kan verschillende vormen aannemen:

  • een stakingsbevel: dit is een preventieve maatregel die gericht is op het voorkomen van erfgoedmisdrijven, erfgoedinbreuken, of schade aan erfgoedwaarden
  • bestuursdwang: dit is een maatregel die strekt tot dringende voorlopige instandhoudingswerken en/of het feitelijk herstel in een originele goede staat of de gehele of gedeeltelijke reconstructie
  • last onder dwangsom: dit is een besluit waarbij aan de overtreder de verplichting tot het uitvoeren van voorlopige instandhoudingswerken, tot feitelijk herstel of tot reconstructie wordt opgelegd die gekoppeld wordt aan een dwangsom.

Hoe wordt een bestuurlijke maatregel opgelegd?

Voorafgaand aan het opleggen ervan zal u worden gehoord en kan u verweer voeren (dit kan schriftelijk of mondeling). Als de erfgoedinspecteur na het naleven van deze verplichtingen inzake de hoorplicht van oordeel is dat een bestuurlijke maatregel moet worden opgelegd, zal hij een besluit in die zin nemen en dat betekenen aan de overtreders en alle zakelijke rechthebbenden.

Het besluit bevat minstens de volgende gegevens:

  • de kadastrale gegevens van het goed dat het voorwerp uitmaakt van de inbreuk of het misdrijf
  • een vermelding van de geschonden voorschriften
  • de vaststellingen van de erfgoedinbreuk of erfgoedmisdrijf
  • een omschrijving van de opgelegde maatregelen met inbegrip van de uitvoeringstermijn
  • ingeval van een last onder dwangsom, het bedrag en de modaliteiten van de dwangsom: een ineens te betalen bedrag, een bedrag per tijdseenheid of een bedrag per overtreding
  • de vermelding van de beroepsmogelijkheid en de procedure

Wat moet u doen als u een bestuurlijke maatregel ontvangt?

Als u zich niet verzet tegen de maatregel, gaat u binnen de opgelegde termijn over tot het uitvoeren van de opgelegde bestuurlijke maatregel en meldt u onmiddellijk na de uitvoering aan de erfgoedinspecteur die de maatregel heeft opgelegd dat deze uitgevoerd is. De bevoegde instantie zal vervolgens de uitvoering controleren.

Beroep tegen een bestuurlijke maatregel

Als u niet akkoord bent met de opgelegde bestuurlijke maatregel, kan u beroep aantekenen bij de leidend ambtenaar van het Agentschap Onroerend Erfgoed Het beroep schorst de opgelegde bestuurlijke maatregel. Om het beroep op een correcte manier in te stellen, moeten een aantal voorwaarden worden nageleefd, onder meer naar vorm en termijn. Deze worden vermeld in het besluit tot oplegging van de bestuurlijke maatregel.