Bestuurlijk beboetingskader

Sinds de inwerkingtreding van het Milieuhandhavingsdecreet van 2009 wordt een onderscheid gemaakt tussen milieu-inbreuken en milieumisdrijven:

  • milieu-inbreuken kunnen enkel bestuurlijk worden beboet
  • milieumisdrijven kunnen strafrechtelijk vervolgd worden, maar als de procureur des Konings beslist om dat niet te doen, kan er een bestuurlijke geldboete worden opgelegd.

De gewestelijke beboetingsentiteit van de afdeling Handhaving is bevoegd voor het bestuurlijk beboeten van schendingen van nagenoeg de gehele Vlaamse omgevingsregelgeving.

Een bestuurlijke geldboete is een sanctie waarbij de overtreder verplicht wordt een geldsom te betalen. Zij kan de vorm aannemen van:

  • een alternatieve bestuurlijke geldboete (voor milieumisdrijven);
  • een exclusieve bestuurlijke geldboete (voor milieu-inbreuken).

Krachtlijnen voor het beboetingsbeleid

De regelgeving voorziet dat de alternatieve bestuurlijke geldboete maximaal 2.000.000 euro en de exclusieve bestuurlijke geldboete maximaal 400.000 euro bedraagt. 

Samen met een bestuurlijke geldboete kan ook een voordeelontneming worden opgelegd. Dat is een sanctie waarbij de overtreder verplicht wordt een al dan niet geschat bedrag te betalen ter waarde van het (bruto)vermogensvoordeel dat uit de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf werd verkregen.

Wanneer de gewestelijke beboetingsentiteit van mening is dat het onmiskenbaar vaststaat dat de overtreder de inbreuk of het misdrijf heeft gepleegd, kan de gewestelijke beboetingsentiteit aan de overtreder een voorstel tot betaling van een geldsom doen. Dit voorstel wordt de bestuurlijke transactie genoemd en kan vergeleken worden met een minnelijke schikking in het strafrecht.