Beoordelingsgrond: Goede ruimtelijke ordening

Een vergunningsaanvraag moet steeds getoetst worden aan de voorschriften en aan de goede ruimtelijke ordening. De aanvraag moet, aldus artikel 4.3.1,§1, geweigerd worden als het aangevraagde onverenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening.

Artikel 4.3.1, §2 VCRO gaat in detail in op de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening:

§ 2. De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen : 

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4; 

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen: 
a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1°;
b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:
 
1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving; 
2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is; 

3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. … 

 

Het eerste onderdeel van de tekst geeft de inhoudelijke aandachtspunten weer.  Het tweede onderdeel expliciteert dat de bestaande toestand in de omgeving de richting aangeeft bij de inhoudelijke toets, maar geeft tegelijk ook aan dat die bestaande toestand niet dwingend is (cf. infra).  Het derde onderdeel stelt dat indien er gedetailleerde voorschriften bestaan over de inhoudelijke thema’s uit het eerste onderdeel, die voorschriften de goede ruimtelijke ordening weergeven.  In zo’n geval is dus de overeenstemming van het aangevraagde met de voorschriften beslissend en hoeft op die punten geen opportuniteitstoets meer te gebeuren.

We gaan nog even in op het tweede onderdeel.  Zoals gezegd is de bestaande toestand in de omgeving het uitgangspunt bij de beoordeling van wat aangevraagd wordt, maar die toestand is niet dwingend.  De decreetgever heeft gewild dat ook kan ingespeeld worden op nieuwe, gewenste vormen van ruimtegebruik.  Men kan bij het beoordelen van aanvragen nu rekening houden met beleidsmatig gewenste ontwikkelingen en met gewenste verhogingen van het ruimtelijk rendement.

Onder ruimtelijke rendementsverhoging wordt begrepen het intensiveren van het ruimtegebruik (bijv. grotere dichtheid, verhoging aantal bouwlagen, …), verweving van verschillende functies (waaronder meervoudig gebruik van dezelfde ruimte), het hergebruik van constructies, en het tijdelijk toelaten van ruimtegebruik.  Het verhogen van het ruimtelijk rendement mag niet ten koste gaan van de omgevingskwaliteit en is niet op alle plaatsen een goed idee (het is bijv. geen goed idee in linten of verspreide bebouwing).  Daarom specificeerde de decreetgever dat de rendementsverhoging moet gebeuren met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, en dat ze moet verantwoord zijn in de betrokken omgeving.

Naast kwalitatieve rendementsverhoging op daarvoor geschikte plekken zijn er nog andere “beleidsmatig gewenste ontwikkelingen”.  Aan het meenemen van “beleidsmatig gewenste ontwikkelingen” in de beoordeling van vergunningsaanvragen hebben we een aparte pagina en leidraad gewijd:

 

Vragen over concrete dossiers?

Met vragen over concrete dossiers kan u terecht bij uw gemeente. Die is bevoegd voor de meeste vergunningsaanvragen en is het best geplaatst om uw dossier te beoordelen.