Belevingsonderzoek compact wonen

Samenvatting

De studie heeft verschillende doelstelling:

  • De actuele kennis over het wonen in de ruimte samenleggen met de kennis over menselijk gedrag en met de instrumenten om gedragsverandering in te zetten.

  • Nagaan hoe actuele bewoners van gesloten bebouwing en bescheiden appartementen (wonen in hoger rendement) dit wonen beleven, wat belangrijk is voor een positieve beleving en nagaan waar de knelpunten zich situeren.

  • Bepalen hoe en wanneer belevingsverhalen (van wonen in omgevingen met een zeker ruimtelijk rendement) kunnen ingezet worden in het traject van besluitvorming (vb openbaar onderzoek) en in uitvoering van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

Belangrijkste leerpunten

  • De keuze voor een woning is complex, met verschillende motivatoren: betaalbaarheid, aanbod (aandeel rijwoningen verlaagt); financiële stimuli, kennis, voorgaande (positieve) ervaringen, sociale groep(en) waartoe mensen behoren en intrinsieke motivatie.

  • Verhuizen start bij een ‘breuk’, een verandering van situatie die het (woon)evenwicht verstoort. Het onderzoek behandelt via strips een selectie van vier ‘breuken’ die leiden tot een verhuiskeuze naar een woning in gesloten bebouwing of appartement: op zoek naar zelfstandigheid; op zoek naar ruimte voor de kinderen; op zoek naar gemeenschap en vrije tijd; op zoek naar veiligheid, zorg en toegankelijkheid.

  • Volgens de gedragstheorie zit er tussen de breuk en het nieuwe evenwicht een fase van ‘drama’: dit is, de fase van de keuze met de moeilijke afweging en beslissing, uitvoering van de keuze en gewenning.

  • De intrinsieke motivatie van de keuze, die mee bepaald wordt door waarden, thema’s en concrete situaties (WTC) staat centraal in de studie. Om te beantwoorden aan cognitieve dissonantie, gebruiken mensen narratieven (of verhalen die helpen om hun keuze te verantwoorden).

  • De studie stelt dat het mogelijk is om mensen (andere) narratieven te bieden om hun woonkeuze te legitimeren. Op die manier kunnen narratieven over compact wonen, mensen helpen om de keuze voor wonen met hoog rendement, te maken.

  • Een breukmoment in iemands leven, kan een aanleiding of oorzaak zijn om een nieuwe woonkeuze te maken. Het onderzoek behandelt via strips vier van dergelijke ‘breuken’: op zoek naar zelfstandigheid; op zoek naar ruimte voor de kinderen; op zoek naar gemeenschap en vrije tijd; op zoek naar veiligheid, zorg en toegankelijkheid.

  • Ook een narratief heeft een breuk. Die zorgt voor herkenbaarheid bij de luisteraar en voert die mee naar het nieuwe evenwicht die het hoofdpersonage in het verhaal vindt. Tussen die breuk en het evenwicht, zit een fase van drama waarbij het hoofdpersonage keuzes onderzoekt, afweegt en uitprobeert. Op die manier leert de luisteraar van het leerproces van het hoofdpersonage.

  • In het belevingsonderzoek zijn waarden, thema’s en concrete situaties verzameld bij mensen die in rijwoning of appartement wonen. De getuigenissen over de waardering van woning- en woonomgevingskenmerken is verder gesynthetiseerd in drie beelden die elk ingaan op specifieke kenmerken: duurzame en verbonden buurt; zorgzame en veilige buurt; bereikbare en voorzienende buurt. Ze weerspiegelen het ‘nieuwe evenwicht’.

  • Uit test bij een beperkte groep mensen die als doelgroep “compact wonen”  bestempeld wordt, blijkt dat hun beeld ervan op dit moment het best aansluit bij de waarden van de bereikbare en voorzienende buurt. De andere waarden, thema’s en concrete situaties die nochtans ook realiteit zijn,  zijn minder herkenbaar (duurzame en verbonden buurt; zorgzame en veilige buurt).

Voor de ruimtelijke professional

De ruimtelijke professional kan met deze studie onmiddelijk aan de slag.

  • Deze studie geeft een heel goed zicht op de woonvoorkeuren van de gesprekspartners. De kwalitatieve werkvorm levert heel wat tips om een aanbod aan compact wonen te creëren dat aansluit bij de verwachtingen.
  • Het onderzoek spoort aan tot experimenteren en om goede voorbeelden van wonen aan verhoogd ruimtelijk rendement te realiseren, die aansluiten bij de verwachtingen. (Toekomstige) bewoners betrekken bij de aanvang van het project helpt daarbij.
  • En tot slot, bij sensibilisering moet de professional er over waken dat er niet één beeld in de markt gezet wordt: er zijn nog meerdere interessante oplossingen. 

Bronverwijzing

De Maeyer, J., Deprez, E., Cherroud, K., & Bambust, F. (2020). Belevingsonderzoek compact wonen. Departement Omgeving, Vlaams Planbureau voor Omgeving.

Meer over dit onderzoek

Contacteer ons

Afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO)